ECLI:NL:RBNHO:2026:2265

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
11791134 \ CV EXPL 25-4607
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • C. Sijm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 3:296 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding en medewerking onderzoek rattenoverlast in burengeschil

In deze burengeschilprocedure vordert eiseres vergoeding van lekkageschade en medewerking van gedaagde aan onderzoek en bestrijding van rattenoverlast. De lekkage was terug te voeren op een gemeenschappelijke dakgoot tussen de woningen. Partijen hadden afgesproken elk hun eigen gevolgschade te dragen en gezamenlijk offertes op te vragen voor herstel.

Na een geschil over de aannemer en een rechterlijk bevel tot opdrachtverlening, ontstond opnieuw lekkage. Eiseres stelt dat gedaagde onrechtmatig handelde door aannemers toe te laten die de noodvoorziening aanpasten en schade veroorzaakten. Daarnaast vordert zij medewerking aan onderzoek naar rattenoverlast, gebaseerd op vermoedens dat ratten via de spouwmuur de woning binnendringen.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde niet persoonlijk onrechtmatig heeft gehandeld en dat het stukmaken van de noodvoorziening door derden niet aan haar kan worden toegerekend. De gemaakte afspraken sluiten aansprakelijkheid uit. Ook is onvoldoende concreet gemaakt wat het onderzoek naar rattenoverlast inhoudt en welke medewerking wordt verlangd. De vorderingen worden daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen tot schadevergoeding en medewerking aan onderzoek worden afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11791134 \ CV EXPL 25-4607
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. R. Vos,
tegen
[gedaagde 1],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde 2],
gemachtigden: mr. B. Wernik en mr. E Aslan.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 24 september 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte aanvullende producties van [eiser]
- de tweede akte aanvullende producties van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 10 februari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] en [gedaagde 2] zijn buren. Tussen hun woningen bevindt zich een gemeenschappelijke dakgoot.
2.2.
[eiser] had vanaf oktober 2023 last van lekkage in haar woning die volgens de aannemer was terug te voeren op de gemeenschappelijke dakgoot. Op 30 april 2024 heeft in een door [eiser] tegen [gedaagde 2] aangespannen procedure een mondelinge behandeling bij de woningen van partijen plaatsgevonden. Een daarbij aanwezige deskundige die door de rechter was aangewezen, heeft bevestigd dat de lekkage was terug te voeren op de dakgoot. Partijen hebben toen afgesproken dat:
  • zij zouden koersen op herstel van de door de deskundige aangewezen problemen;
  • zij daartoe beiden offertes zouden aanvragen;
  • de door de deskundige in de woningen waargenomen gevolgschade voor eigen rekening van partijen zou komen.
2.3.
Na die mondelinge behandeling heeft [eiser] met toestemming van [gedaagde 2] een noodvoorziening laten aanbrengen.
2.4.
Beide partijen hebben offertes opgevraagd. [gedaagde 2] heeft daartoe in de periode juni/juli 2024 meerdere aannemers toegelaten op het dak. Deze aannemers hebben, om de situatie te kunnen beoordelen, het zeil van de noodvoorziening even verwijderd en later teruggeplaatst.
2.5.
Omdat partijen niet tot een gezamenlijke keuze voor een aannemer konden komen, heeft de voorzieningenrechter aannemingsbedrijf [bedrijf 1] aangewezen. Omdat [gedaagde 2] de opdrachtbevestiging van [bedrijf 1] niet tekende, heeft de voorzieningenrechter haar bij vonnis van 27 september 2024 bevolen dat alsnog te doen, waaraan [gedaagde 2] gevolg heeft gegeven.
2.6.
Na hevige regenval heeft zich op 27 september 2024 wederom lekkage voorgedaan in de woning van [eiser]. De aannemer van [eiser] heeft na het zien van de dakgoot aangegeven dat de noodvoorziening was aangepast en stukgemaakt.
2.7.
Na voltooiing van de werkzaamheden aan de dakgoot door [bedrijf 1] hebben beide partijen geen last meer gehad van lekkage.
2.8.
Tijdens herstelwerkzaamheden aan de uitbouw van de woning van [eiser] zijn uitwerpselen van knaagdieren ontdekt. Volgens [betrokkene] van [bedrijf 2] gaat het om uitwerpselen van ratten. Hij schrijft dat hij sterk het vermoeden heeft dat de ratten via [gedaagde 2] de holle ruimten van de gemeenschappelijke spouwmuur kunnen betreden en zo bij [eiser] in het plafond kunnen komen.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde 2] tot betaling van € 3.530,78, vermeerderd met rente en kosten. Ook vordert [eiser] dat [gedaagde 2] wordt bevolen om mee te werken aan het onderzoek naar rattenoverlast en aan de maatregelen ter bestrijding daarvan, onder betaling aan [eiser] van de helft van de kosten daarvan.
3.2.
[eiser] legt aan de vorderingen het volgende ten grondslag. Omdat de door [gedaagde 2] inschakelde aannemers de noodvoorziening hebben aangepast en stukgemaakt, is op 27 september 2024 extra lekkageschade in de woning van [eiser] ontstaan. [gedaagde 2] heeft onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig gehandeld, zodat zij verplicht is om de schade van [eiser] te vergoeden. Omdat uit het onderzoek van [bedrijf 2] blijkt dat ratten via de spouwmuur de uitbouw van de woning van [eiser] hebben kunnen betreden, is [gedaagde 2] op grond van de maatschappelijke zorgvuldigheid ook verplicht om mee te werken aan onderzoek naar de rattenoverlast en aan maatregelen ter bestrijding daarvan.
3.3.
[gedaagde 2] voert verweer. [gedaagde 2] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde 2] voert het volgende aan. Zij heeft niet onrechtmatig gehandeld. De gevorderde schadevergoeding is bovendien in strijd met de op 30 april 2024 gemaakte afspraak dat partijen hun eigen schade zouden dragen. Er is ook geen sprake van een oorzakelijk verband tussen het gestelde onrechtmatig handelen van [gedaagde 2] en de geleden schade, omdat de noodvoorziening de extra lekkageschade niet kon voorkomen. [gedaagde 2] heeft zelf geen last van ratten of ander ongedierte. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat de gemeenschappelijke spouwmuur de bron is van de rattenoverlast.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Lekkageschade
4.1.
[gedaagde 2] kan alleen op grond van artikel 6:162 BW Pro aansprakelijk zijn voor de lekkageschade van [eiser] als zij zelf onrechtmatig heeft gehandeld. Onvoldoende is dat door [gedaagde 2] ingeschakelde derden onrechtmatig hebben gehandeld. Zelfs als de door [gedaagde 2] ingeschakelde aannemers de noodvoorziening hebben stukgemaakt, zoals [eiser] stelt en [gedaagde 2] betwist, levert dat, zonder nadere persoonlijke betrokkenheid van [gedaagde 2] daarbij, geen onrechtmatige daad van [gedaagde 2] op. Dat [gedaagde 2] aannemers op het dak heeft toegelaten is in het licht van de afspraak tussen partijen dat zij beiden offertes zouden opvragen, niet onrechtmatig: aangenomen mag worden dat die aannemers alleen een offerte konden opmaken nadat zij de situatie zelf hadden gezien.
4.2.
Volgens [eiser] is het onrechtmatig handelen van [gedaagde 2] erin gelegen dat zij haar in strijd met de gemaakte afspraken niet heeft geïnformeerd dat en wanneer de aannemers de dakgoot kwamen bekijken. Of dit klopt – [gedaagde 2] betwist dit – kan in het midden blijven. Deze eventuele tekortkoming heeft de extra lekkageschade namelijk niet (mede) veroorzaakt. Volgens [eiser] heeft zij, omdat zij niet vooraf is geïnformeerd, niet kunnen controleren of de noodvoorziening correct is hersteld. Die mogelijkheid heeft zij echter wel gehad, omdat de door [gedaagde 2] ingeschakelde aannemers in de periode juni/juli 2024 op het dak waren en de gestelde extra lekkageschade pas op 27 september 2024 is ontstaan. [eiser] moet bovendien hebben geweten dat door [gedaagde 2] ingeschakelde derden de dakgoot zouden komen bekijken (wellicht alleen niet precies wanneer), gelet op de op 30 april 2024 gemaakte afspraak dat beide partijen offertes zouden inwinnen.
4.3.
[gedaagde 2] is gelet op het voorgaande niet aansprakelijk voor de lekkageschade van [eiser]. Daarbij laat de kantonrechter nog buiten beschouwing dat ook de oorzaak van de lekkage niet is komen vast te staan. De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen.
Rattenoverlast
4.4.
Het kan op grond van de maatschappelijke betamelijkheid onrechtmatig zijn om te weigeren om mee te werken aan een onderzoek naar rattenoverlast en maatregelen ter bestrijding daarvan. In dat geval kan de rechter bevelen dat die medewerking wordt verleend. [1] Of iemand verplicht is om mee te werken aan een onderzoek naar rattenoverlast en maatregelen ter bestrijding daarvan, hangt af van de omstandigheden van het geval.
4.5.
[eiser] vordert dat [gedaagde 2] wordt bevolen om mee te werken aan ‘het onderzoek’ naar rattenoverlast. [eiser] heeft niet duidelijk gemaakt wat dit onderzoek precies inhoudt en wat van [gedaagde 2] aan medewerking wordt verwacht. [gedaagde 2] is niet verplicht om mee te werken aan iedere vorm van onderzoek naar rattenoverlast en maatregelen ter bestrijding daarvan, laat staan dat zij gehouden is in alle gevallen de kosten daarvan te dragen. Of [gedaagde 2] verplicht is om mee te werken, hangt namelijk af van de omstandigheden van het geval, waaronder de mate van bezwaarlijkheid van het onderzoek en de maatregelen voor [gedaagde 2]. In het licht daarvan heeft [eiser] haar vordering onvoldoende geconcretiseerd. Ook deze vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
4.6.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde 2] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
720,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sijm en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

Voetnoten

1.Artikel 3:296 lid 1 BW Pro.