ECLI:NL:RBNHO:2026:2246
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid niet ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft op 25 februari 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M.W. Koenis, de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak. Het verzoek was gebaseerd op de herhaalde aanwijzing van dezelfde rechter in een zaak waarbij een bepaalde naam in de achtergrond voorkomt, wat volgens verzoekster de schijn van partijdigheid wekt.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek te laat is ingediend, aangezien verzoekster al op 13 februari 2026 op de hoogte was van de aanwijzing van de rechter. Daarnaast is het verzoek ongemotiveerd omdat de interne aanduiding van de zaak niet aan de rechter kan worden toegerekend en er geen concrete gronden zijn voor de vrees van partijdigheid.
Daarom wordt verzoekster niet ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek. Bovendien wordt geoordeeld dat zij misbruik heeft gemaakt van het wrakingsmiddel, waardoor een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet ontvankelijk verklaard wegens te late en ongemotiveerde indiening, en een volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen.