Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2200

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
C/15/369609
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing met benoeming bijzondere curator

De rechtbank Noord-Holland heeft op 4 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen. De kinderrechter heeft de verlenging van deze maatregelen tot 28 juli 2026 bevolen, gelet op het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen. Tevens is een bijzondere curator benoemd, die de opdracht heeft gekregen om onderzoek te doen naar de werkelijke wensen van de kinderen met betrekking tot hun huidige woonplek en opgroeiperspectief.

De bijzondere curator, een mediator en gezinsondersteuner, is gemachtigd om gesprekken te voeren met derden en onderzoek te doen naar de benodigde hulpverlening indien zij dit nodig acht. De ouders zijn verplicht medewerking te verlenen aan de bijzondere curator, waarbij het niet meewerken nadelige conclusies kan opleveren. De curator dient uiterlijk 4 juni 2026 schriftelijk verslag uit te brengen aan de rechtbank, met eventueel advies.

De behandeling van de verzoeken wordt aangehouden tot de zitting op een nader te bepalen datum, in afwachting van het verslag en advies van de bijzondere curator en verdere ontwikkelingen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook bij hoger beroep. De rechtbank heeft tevens geregeld dat de kinderen een week voor de zitting worden uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak of betekening. De procedure is zorgvuldig ingericht om het belang van de kinderen centraal te stellen en hun wensen en perspectieven mee te wegen in de verdere besluitvorming.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 28 juli 2026 en benoemt een bijzondere curator voor nader onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/369609 / JU RK 25-1285
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing en benoeming bijzondere curator
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 3] ,
tezamen ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. M.S. Krol uit Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
tezamen ook te noemen: de ouders.

1.De beschikking van 19 februari 2026 en het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 19 februari 2026 en de daarin genoemde stukken.
1.2.
Bij beschikking van 19 februari 2026 heeft de kinderrechter van deze rechtbank de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] verlengd tot 14 maart 2026 en het verzoek voor het overige (verlenging van de maatregelen tot 28 november 2026) aangehouden vanwege het benoemen van de bijzondere curator. Met instemming van de aanwezige belanghebbenden, is bepaald dat de kinderrechter schriftelijk op het aangehouden deel van het verzoek beslist zonder de belanghebbenden nogmaals op een zitting te horen.

2.De bijzondere curator

2.1.
[de bijzondere curator] , mediator en gezinsondersteuner, uit [plaats] , is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe door de kinderrechter worden benoemd.
2.2.
De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator onderzoek te doen naar de werkelijke wensen van de kinderen ten aanzien van hun huidige woonplek en hun opgroeiperspectief, waarbij ook van belang is om duidelijk te krijgen wat ze in het verleden hebben meegemaakt (in de thuissituatie). Indien de bijzondere curator daartoe aanleiding ziet, dan staat het haar eveneens vrij onderzoek te doen naar de benodigde hulpverlening voor de kinderen. De kinderrechter verwijst in het bijzonder naar rechtsoverweging 6.3. van de hiervoor genoemde beschikking van 19 februari 2026. Verder wordt de bijzondere curator verzocht al datgene te doen wat het belang van de kinderen dient, waarbij het haar vrijstaat op eigen initiatief gesprekken met derden te voeren, indien zij inschat dat deze derden ter zake relevante informatie kunnen verschaffen.
2.3.
De ouders zijn verplicht hun medewerking aan de bijzondere curator te verlenen.
Als de ouders niet meewerken, kan het gebeuren dat de rechter daaruit conclusies trekt die ongunstiger zijn dan wanneer de ouders wel hadden meegewerkt.
2.4.
De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator om uiterlijk op de hierna te vermelden datum schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij – indien de bijzondere curator dat nodig acht en indien dat mogelijk is – advies uit te brengen in het licht van wat is overwogen onder 2.2., een en ander onder vermelding van het hierboven vermelde zaaknummer.
2.5.
De kinderrechter overweegt verder nog dat de bijzondere curator wordt benoemd over meerdere kinderen. Het is echter zeer waarschijnlijk dat ten aanzien van ieder kind verschillende rechtsbelangen spelen, waarmee de bijzondere curator rekening dient te houden.

3.De (verdere) beoordeling ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

3.1.
De kinderrechter is van oordeel dat nog steeds aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan [1] en dat een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter verwijst hiertoe naar de overwegingen in de hiervoor genoemde beschikking van 19 februari 2026.
3.2.
Gelet op al het voorgaande, verlengt de kinderrechter de maatregelen tot 28 juli 2026 en houdt de behandeling van de verzoeken voor het overige aan tot de zitting van [datum] in afwachting van het verslag en het (eventuele) advies van de bijzondere curator en de verdere ontwikkelingen ten aanzien van de kinderen en de ouders.
3.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

4.De beslissing

De kinderrechter:
4.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2]en
[de minderjarige 3]vanaf 14 maart 2026 tot 28 juli 2026;
4.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van
[de minderjarige 1],
[de minderjarige 2]en
[de minderjarige 3]in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder vanaf 14 maart 2026 tot 28 juli 2026;
4.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
benoemt – met inachtneming van het hiervoor overwogene – over
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3]tot bijzondere curator:
[de bijzondere curator]
[adres]
Tel: [telefoonnummer]
[emailadres] / [emailadres]
4.5.
verzoekt de bijzondere curator
binnen drie maanden na heden (uiterlijk 4 juni 2026)aan de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij indien mogelijk en nodig, te adviseren over de woonplek en het opgroeiperspectief van de kinderen en eventuele hulpverlening in het kader van de resterende verzoeken om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.2.;
4.6.
verzoekt de ouders en/of de advocaat en de GI binnen twee weken na ontvangst van het verslag en advies van de bijzondere curator, schriftelijk hun standpunt daarover kenbaar te maken;
4.7.
houdt de behandeling van de verzoeken om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing voor het overige aan tot de zitting van
[datum] (locatie Appelaar, adres: Simon de Vrieshof 1);
4.8.
verzoekt de GI twee weken voorafgaand aan de zitting van [datum] de kinderrechter te informeren over de actuele stand van zaken;
4.9.
bepaalt dat de griffie de ouders, de advocaat en de GI oproept voor de zitting;
4.10.
bepaalt dat de griffie de kinderen uitnodigt voor een gesprek met de kinderrechter op een moment een week voorafgaand aan de zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 door mr. S. Ok, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.C.W. Coesel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.