3.1.In de hoofdzaak vordert [eiseres] - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis:
primair
I. voor recht verklaart dat de tussen [gedaagde] en [eiseres] bestaande samenwerkingsovereenkomst is opgezegd, althans deze overeenkomst ontbindt op een zodanige wijze dat [gedaagde]
a. haar praktijkruimte binnen zes maanden na het vonnis zal hebben verlaten en
b. binnen twee maanden na het vonnis haar onverdeelde helft van de onroerende zaak aan de [adres] aan [eiseres] zal aanbieden voor een door de rechtbank aan te wijzen taxateur te bepalen bedrag en aansluitend
c. binnen een maand, bij/na aanvaarding door [eiseres] haar medewerking te verlenen aan de levering van haar aandeel in het registergoed aan [eiseres] , waaronder begrepen het ondertekenen van de akte van levering en het verlenen van medewerking aan de notariële afwikkeling met bepaling dat, indien en voor zover [gedaagde] in gebreke blijft om haar medewerking te verlenen aan de levering van haar aandeel in het registergoed aan [eiseres] , het vonnis in de plaats treedt van de voor die rechtshandeling vereiste wilsverklaring of medewerking van [gedaagde] , als bedoeld in artikel 3:300 van het Burgerlijk Wetboek (BW);
II. [gedaagde] veroordeelt om binnen zes maanden na het vonnis haar volledige medewerking te verlenen aan de afwikkeling van de gevolgen van de beëindiging van de samenwerking, waaronder het treffen van een finale afrekening en het overdragen van eventueel gezamenlijk roerende zaken, met bepaling dat [eiseres] aan [gedaagde] een vergoeding moet betalen gelijk aan de boekhoudkundige waarde;
III. zo nodig nadere voorzieningen treft omtrent de wijze van verdeling, waardering, betaling en levering, alsmede omtrent de afwikkeling van eventuele overige onderlinge verplichtingen voortvloeiende uit de gemeenschap;
IV. [gedaagde] veroordeelt aan [eiseres] te vergoeden de door haar geleden schade van € 76.961,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.868,98, althans een in goede justitie te bepalen - voor zover nodig op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet - schadebedrag, die het gevolg is van:
het niet nakomen van de 2:1 afspraak die vanaf 1 januari 2021 tussen partijen gold alsmede;
de in verband met de eenzijdige handelwijze tot ontvlechting door [eiseres] gemaakte kosten;
V. een dwangsom aan de veroordelingen verbindt;
subsidiair
I. bepaalt dat alle nieuwe patiënten, die geen voorkeur voor één van de mondhygiënisten hebben uitgesproken, worden toebedeeld aan [eiseres] , tot zij evenveel, althans 913 unieke patiënten heeft;
II. [gedaagde] beveelt om binnen tien werkdagen na betekening van het vonnis haar volledige medewerking te verlenen aan het realiseren en in stand houden van een aanpassing in het keuzemenu van [de maatschap] , in die zin dat de volgorde van de opties als volgt wordt vastgesteld:
(1) Nieuwe patiënten zonder behandelaarsvoorkeur;
(2) [eiseres] ;
(3) [gedaagde] ;
(4) [naam 2] ;
IIIa. [gedaagde] beveelt om binnen tien werkdagen na betekening van het vonnis haar volledige medewerking te verlenen aan beëindiging van het beheer door [echtgenoot van gedaagde] h.o.d.n. ServerTarget/MediaTarget van na te melden digitale voorzieningen van de mondhygiënistenpraktijken van [gedaagde] en [eiseres] , waaronder tevens begrepen een eventueel noodzakelijke opzegging van met [echtgenoot van gedaagde] h.o.d.n. ServerTarget/MediaTarget gesloten overeenkomsten, betreffende:
1) het beheer van de website, inclusief de daaraan gekoppelde e-mailadressen
2) VoIP-diensten
3) het CRM-systeem,
IIIb. welk handelen van [gedaagde] ertoe leidt dat alle bijbehorende wachtwoorden/inloggegevens ter beschikking worden gesteld aan ICT bedrijf ENCIS ICT te Hoorn of een nader door de rechtbank aan te wijzen ICT bedrijf, met bepaling dat dit ICT bedrijf het beheer over deze gemeenschappelijke voorzieningen zal voortzetten;
IV. een dwangsom aan de veroordelingen verbindt;
V. [gedaagde] veroordeelt aan [eiseres] te vergoeden de door haar geleden schade van € 76.961,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.868,98, althans een in goede justitie te bepalen - voor zover nodig op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet - schadebedrag, die het gevolg is van:
het niet nakomen van de 2:1 afspraak die vanaf 1 januari 2021 tussen partijen gold alsmede;
de in verband met de eenzijdige handelwijze tot ontvlechting door [eiseres] gemaakte kosten.