Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2019

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
11350202 BZ VERZ 24-5320 ZK
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve ontslag bewindvoerder wegens onvoldoende beheer financiële belangen betrokkene

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 25 februari 2026 ambtshalve het ontslag van de huidige bewindvoerder van betrokkene uitgesproken. De bewindvoerder, tevens broer van betrokkene, slaagde er niet in een eigen bankrekening voor betrokkene te openen, waardoor het vermogen van betrokkene vermengd bleef met dat van de bewindvoerder. Hierdoor werd het vermogen niet op een passende wijze beheerd.

Ondanks meerdere brieven en twee onderhoudsgesprekken met de kantonrechter, waarin de bewindvoerder werd opgedragen de bankrekening te openen en de financiële administratie op orde te brengen, bleef hij in gebreke. De bewindvoerder bleek de Nederlandse taal onvoldoende machtig, wat het begrip van de procedure en de vereisten bemoeilijkte. Tevens werd duidelijk dat hij zonder toestemming van de kantonrechter voornemens was de woning van betrokkene te verkopen.

Gezien deze gewichtige redenen achtte de kantonrechter het noodzakelijk de bewindvoerder ambtshalve te ontslaan. Betrokkene is niet gehoord vanwege diens ziektebeeld. Zijper Bewindvoering B.V. verklaarde zich bereid tot opvolging en werd benoemd als nieuwe bewindvoerder. De kosten van het bewind mogen volgens de geldende forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene worden gebracht.

Uitkomst: De kantonrechter spreekt ambtshalve ontslag uit van de bewindvoerder wegens onvoldoende beheer en benoemt een opvolgend bewindvoerder.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer : 11350202 BZ VERZ 24-5320 ZK
dossiernummer : BM 28828
datum : 25 februari 2026

beschikking van de kantonrechter

in het bewind van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] ,
[adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
van wie thans bewindvoerder is:
[bewindvoerder] ,
[adres] ,
hierna te noemen: bewindvoerder.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • de boedelbeschrijving, ontvangen op 11 oktober 2024;
  • een toelichting op de boedelbeschrijving, ontvangen op 7 februari 2025 en
17 februari 2025,
- de brieven van de griffier aan de bewindvoerder, verzonden op 1 april 2025 en
6 oktober 2025;
  • de email van de griffier aan de bewindvoerder, verzonden op 13 januari 2026;
  • de bereidverklaring van de voorgestelde opvolgende bewindvoerder, ontvangen op 28 januari 2026.
Op 11 maart 2025 en op 29 september 2025 heeft een onderhoud met de kantonrechter plaatsgevonden. Daarbij was de bewindvoerder aanwezig, samen met een vriend,
[vriend] .

beoordeling

Bij beschikking van de kantonrechter is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld. De grondslag van het bewind is de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene. [bewindvoerder] is thans de bewindvoerder van betrokkene. Hij is de broer van betrokkene.
Naar aanleiding van de boedelbeschrijving heeft tweemaal een onderhoud met de kantonrechter plaatsgevonden. Het is de kantonrechter gebleken dat het bewind op verschillende onderdelen niet goed verloopt. Betrokkene heeft geen eigen bankrekening en zijn vermogen is gedeeltelijk vermengd met dat van de bewindvoerder, nu inkomsten en uitgaven van betrokkene via de bankrekening van de bewindvoerder worden gedaan. Bij brief van 1 april 2025 is de bewindvoerder opgedragen om voor betrokkene een bankrekening (op eigen naam) te openen. De gegevens van de bankrekening dienen kenbaar te worden gemaakt bij de relevante instanties en de bewindvoerder moet de inkomsten en uitgaven van betrokkene moet gaan bijhouden ten behoeve van de rekening en verantwoording vanaf het moment dat de rekening is geopend. Ook is de bewindvoerder uitgelegd dat er voor grote uitgaven toestemming van de kantonrechter nodig is. Ook is toestemming van de kantonrechter nodig voor de verkoop van de woning van betrokkene. De bewindvoerder is tot 5 mei 2025 in gelegenheid gesteld het nodige te regelen en om de nodige stukken in te dienen bij de kantonrechter. Dit heeft de bewindvoerder, ondanks herinneringen, niet gedaan.
De bewindvoerder is vervolgens opgeroepen voor een tweede onderhoud op 29 september 2025. Ter zitting is het de kantonrechter duidelijk geworden dat de bewindvoerder er niet in is geslaagd om de bankrekening voor betrokkene te openen en om het bestaan van die eigen bankrekening kenbaar te maken bij de betreffende instanties, zoals de uitkeringsinstantie, zodat de uitkering van betrokkene nog steeds niet op zijn eigen rekening wordt ontvangen. Ook is het de kantonrechter duidelijk geworden dat het voor de bewindvoerder lastig is om brieven te begrijpen omdat hij de Nederlandse taal onvoldoende machtig is.
De kantonrechter heeft de bewindvoerder in de gelegenheid gesteld de nodige stukken uiterlijk 1 december 2025 in te dienen. Hierbij zou de bewindvoerder inzichtelijk moeten maken dat de uitkering van betrokkene op zijn eigen rekening wordt ontvangen en dat alle uitgaven van betrokkene ook via zijn eigen rekening zouden worden gedaan. Van de bewindvoerder is deze informatie niet ontvangen. Wel heeft de bewindvoerder eind november 2025 contact opgenomen met de griffie omdat hij in de veronderstelling was dat er op 1 december 2025 een zitting plaatsvond. Daarvan was echter geen sprake: op voornoemde datum moesten de stukken worden ingediend. Ook hieruit maakt de kantonrechter op dat de bewindvoerder niet goed begrijpt wat er in brieven staat, en wat er van hem als bewindvoerder wordt verwacht.
Na de zitting heeft de bewindvoerder verschillende keren stukken ten aanzien van de woning afgegeven bij de rechtbank. Hoewel aan de bewindvoerder is uitgelegd wat de procedure voor verkoop van de woning is, lijkt de bewindvoerder dit niet te begrijpen. Zo heeft hij op
27 november 2025 een waardebepaling van de woning toegestuurd. Vervolgens heeft hij op 15 december 2025 een factuur van een taxatierapport van een makelaar ingediend, en op 8 januari 2026 een factuur van een taxatierapport van een andere makelaar. Uit deze stukken leidt de kantonrechter af dat de bewindvoerder nog steeds voornemens is de woning van betrokkene te verkopen. Aan de bewindvoerder is meermaals te kennen gegeven dat toestemming van de kantonrechter nodig is voor de verkoop van de woning, en dat een voorwaarde voor toestemming het openen van een bankrekening op naam van betrokkene is. Bij email van 13 januari 2026 is door de griffier aan de bewindvoerder medegedeeld dat er nog geen toestemming is gegeven voor de verkoop van de woning.
De kantonrechter overweegt als volgt. Een bewindvoerder moet zelfstandig te werk kunnen gaan en de financiële belangen van betrokkene op een verantwoorde en passende manier behartigen. Daar is de bewindvoerder in dit dossier niet toe in staat gebleken, waardoor het vermogen van betrokkene thans niet goed beheerd wordt. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de bewindvoerder wegens gewichtige redenen ambtshalve ontslagen dient te worden als bewindvoerder van betrokkene. Hiertoe zal de kantonrechter overgaan.
De kantonrechter heeft betrokkene niet gehoord, omdat uit de stukken voldoende blijkt dat betrokkene, gelet op zijn ziektebeeld, niet in staat is zijn mening kenbaar te maken.
Op 28 januari 2026 heeft Zijper Bewindvoering B.V. zich bereid verklaard tot opvolgend bewindvoerder te worden benoemd. Nu van bezwaren tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerder niet is gebleken, zal de kantonrechter de voorgestelde opvolgend bewindvoerder benoemen.

beslissing

De kantonrechter:

  • ontslaat met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking, ambtshalve als bewindvoerder
  • benoemt met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking, ambtshalve tot bewindvoerder
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.