De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 25 februari 2026 ambtshalve het ontslag van de huidige bewindvoerder van betrokkene uitgesproken. De bewindvoerder, tevens broer van betrokkene, slaagde er niet in een eigen bankrekening voor betrokkene te openen, waardoor het vermogen van betrokkene vermengd bleef met dat van de bewindvoerder. Hierdoor werd het vermogen niet op een passende wijze beheerd.
Ondanks meerdere brieven en twee onderhoudsgesprekken met de kantonrechter, waarin de bewindvoerder werd opgedragen de bankrekening te openen en de financiële administratie op orde te brengen, bleef hij in gebreke. De bewindvoerder bleek de Nederlandse taal onvoldoende machtig, wat het begrip van de procedure en de vereisten bemoeilijkte. Tevens werd duidelijk dat hij zonder toestemming van de kantonrechter voornemens was de woning van betrokkene te verkopen.
Gezien deze gewichtige redenen achtte de kantonrechter het noodzakelijk de bewindvoerder ambtshalve te ontslaan. Betrokkene is niet gehoord vanwege diens ziektebeeld. Zijper Bewindvoering B.V. verklaarde zich bereid tot opvolging en werd benoemd als nieuwe bewindvoerder. De kosten van het bewind mogen volgens de geldende forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene worden gebracht.