ECLI:NL:RBNHO:2026:1956

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
11898480 \ CV FORM 25-6470
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 9 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek passagiers wegens geannuleerde vlucht door buitengewone omstandigheden

Op 29 september 2023 annuleerde de vervoerder een vlucht van Kopenhagen naar Amsterdam-Schiphol, waarop passagiers compensatie en vergoeding van gemaakte kosten eisten. De vervoerder betwistte dat één passagier een bevestigde boeking had en stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk beslissingen van de luchtverkeersleiding en het nachtregime op Schiphol.

De passagiers vorderden € 1.622,30 aan compensatie, vermeerderd met wettelijke rente, € 243,33 aan incassokosten en vergoeding van kosten voor hotelovernachting en maaltijden. De vervoerder voerde verweer en stelde dat hij de kosten voor hotel en maaltijd reeds had vergoed en dat passagiers sub 2 en 3 waren omgeboekt, terwijl passagiers sub 4 en 5 hun ticketkosten hadden terugontvangen.

De kantonrechter oordeelde dat passagier sub 1 onvoldoende had gesteld dat er een bevestigde boeking was, waardoor diens compensatieverzoek werd afgewezen. Verder stelde de vervoerder voldoende concreet dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden buiten zijn invloedssfeer. Ook had de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken door omboeking en terugbetaling aan te bieden.

De kosten voor hotelovernachting en maaltijden waren volgens de vervoerder reeds vergoed, hetgeen de kantonrechter aannam. De proceskosten werden aan de passagiers opgelegd. Het verzoek tot compensatie en kostenvergoeding werd derhalve afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot compensatie en vergoeding van kosten wegens geannuleerde vlucht wordt afgewezen vanwege buitengewone omstandigheden en onvoldoende bewijs van boeking.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11898480 \ CV FORM 25-6470
Uitspraakdatum: 25 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1], wonende te [plaats 1]

2. [verzoeker 2]

3. [verzoeker 3]beiden wonende te [plaats 2]
4. [verzoeker 4]5. [verzoeker 5]beiden wonende te [plaats 3]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder betwist dat één van de passagiers een boeking had voor de vlucht, voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden (namelijk beslissingen van de luchtverkeersleiding) en voert aan dat hij de kosten voor een hotelovernachting en een maaltijd al heeft terugbetaald. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
Op 29 september 2023 moest de vervoerder (een gedeelte van) de passagiers vervoeren van Kopenhagen, Denemarken, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7940 dan wel EJU7940 (hierna: de vlucht)
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.622,30, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 243,33 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. [1] Daarnaast stellen zij dat zij vanwege de annulering kosten hebben moeten maken voor een hotelovernachting en een maaltijd, ter waarde van € 372,20. De kantonrechter begrijpt dat zij stellen dat de vervoerder tekort is geschoten in zijn plicht om hen te verzorgen en dat hij hen daarom deze kosten moet vergoeden. [2]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder betwist dat passagier sub 1 een bevestigde boeking voor de vlucht had. [3] Hij voert aan dat de passagiers geen vliegticket of boekingsbevestiging van passagier sub 1 voor de vlucht hebben overgelegd. Ook hebben zij geen boekingsnummer vermeld in het vorderingsformulier of in de aanmaningen. Het overgelegde vliegticket betreft een andere vlucht van een andere luchtvaartmaatschappij.
4.3.
Dit verweer slaagt. Vanwege de betwisting door de vervoerder hebben de passagiers onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat passagier sub 1 een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie had. Dit betekent dat de verzochte compensatie voor passagier sub 1 zal worden afgewezen.
4.4.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [4] Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [5]
4.5.
De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Amsterdam – Genève – Amsterdam – Kopenhagen – Amsterdam. De vluchten van Amsterdam naar Genève en terug werden vertraagd uitgevoerd door (de doorwerking) van latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging dreigde door te werken op de vlucht van Amsterdam naar Kopenhagen en op de vlucht in kwestie. Hierdoor kon de vlucht in kwestie niet meer uitgevoerd worden voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol. De vervoerder heeft geen toestemming om na het ingaan van het nachtregime te landen. Daarop heeft de vervoerder de vlucht van Amsterdam naar Kopenhagen en de vlucht in kwestie geannuleerd.
4.6.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege de doorwerking van vertraging door latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan een toestel oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Een dergelijke beslissing is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Hetzelfde geldt voor het nachtregime op Schiphol. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.7.
Vervolgens is de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de annulering niet kon voorkomen maar dat hij de passagiers de keuze heeft gegeven tussen terugbetaling van de ticketkosten of een alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Daarbij zijn passagiers sub 2 en 3 omgeboekt naar een alternatieve vlucht en hebben passagiers sub 4 en sub 5 gevraagd om terugbetaling. Die heeft hij ook betaald, aldus de vervoerder.
4.8.
Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagiers na de annulering van de vlucht de keuze heeft geboden tussen terugbetaling en omboeking, waarbij hij passagiers
sub 2 en sub 3 – op verzoek – heeft omgeboekt en passagiers sub 4 en sub 5 heeft terugbetaald. De tegenwerping van de passagiers dat er (kennelijk) voor alle passagiers geen mogelijkheden voor alternatieve vluchten beschikbaar waren is daarmee te algemeen geformuleerd en onvoldoende concreet. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Het verzoek tot compensatie zal worden afgewezen.
4.9.
Resteert de vraag of de vervoerder de passagiers de kosten van de hotelovernachting en de maaltijden dient te vergoeden. De vervoerder stelt dat hij de passagiers deze kosten al vergoed heeft. Ter onderbouwing verwijst hij naar een schermafbeelding uit een intern systeem.
4.10.
Dit verweer slaagt eveneens. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij deze kosten al heeft gerestitueerd. Daarom zal het verzoek worden afgewezen.
4.11.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 9 van Pro de Verordening.
3.Zoals vereist door artikel 3 lid 2 van Pro de Verordening.
4.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
5.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.