Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[bedrijf]
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft bij verstekvonnis van 25 februari 2026 geoordeeld over de oneerlijkheid van rente- en incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden van de eisende partij.
Na een tussenvonnis waarbij een voorlopig oordeel werd gegeven over de oneerlijkheid van deze bedingen, erkende de eisende partij in een akte dat het rentebeding oneerlijk is. De kantonrechter bevestigde dat het niet relevant is of het beding in de praktijk is toegepast, maar dat de beoordeling plaatsvindt op het moment van het aangaan van de overeenkomst.
Daarom vernietigde de kantonrechter artikel 13 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden en wees de gevorderde rente af. Ook het incassokostenbeding in artikel 13 lid Pro 2, 3 en 4 werd vernietigd voor zover het betrekking had op buitengerechtelijke incassokosten, waardoor de vordering tot vergoeding daarvan werd afgewezen.
De gevorderde hoofdsom werd wel toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond was. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van € 600,00 en de proceskosten, terwijl de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Oneerlijke rente- en incassokostenbedingen worden vernietigd en vordering incassokosten afgewezen, hoofdsom en proceskosten toegewezen.