Uitspraak
2RECHTBANK Noord-Holland
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn buren en de leveringsakten van hun woningen bevatten een kwalitatieve verplichting die het gebruik van een voetpad over de grond van gedaagden toestaat. Eiser vordert dat gedaagden het pad weer begaanbaar maken, maar gedaagden hebben het perceel zo ingericht dat dit niet mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen partij is bij de kwalitatieve verplichting tussen Pré Wonen en gedaagden en daarom geen nakoming kan vorderen. De kwalitatieve verplichting is een contractuele verbintenis die alleen door de contractspartijen kan worden afgedwongen. Eiser heeft niet voldoende onderbouwd dat hij als derde rechten kan ontlenen aan deze verplichting.
Daarnaast wijst de rechtbank het beroep op onrechtmatige daad af. De huidige situatie bestond al bij de aankoop van de woning door gedaagden in 2016 en eiser heeft voldoende alternatieve routes om de openbare weg te bereiken. Het niet toegankelijk maken van het voetpad is daarom niet onrechtmatig jegens eiser.
De rechtbank veroordeelt eiser in de proceskosten van gedaagden en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De tegenvordering van gedaagden over een camera is door partijen onderling geregeld en wordt niet door de rechtbank beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.