Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:1853

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
C/15/374185 / JU RK 26-175
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige gedragsproblematiek

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling namens de gemeente Schagen om een spoedmachtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige met ernstige gedragsproblematiek. De minderjarige vertoont grensoverschrijdend en risicovol gedrag, waaronder middelengebruik en weglopen, waardoor de veiligheid en ontwikkeling ernstig worden bedreigd.

De kinderrechter heeft op 29 januari 2026 reeds een spoedmachtiging verleend voor vier weken en heeft op 5 februari 2026 de zitting gehouden waarbij de minderjarige, haar ouders, de GI, de gemeente en een gedragswetenschapper aanwezig waren. De minderjarige toonde motivatie om aan haar problemen te werken, maar de hulpverlening en ouders zijn de grip verloren.

De kinderrechter oordeelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren. Gezien de ingrijpende aard van de maatregel en de motivatie van de minderjarige wordt de machtiging verleend voor drie maanden met een tussentijds toetsmoment, waarbij de resterende drie maanden worden aangehouden.

De ouders stemmen in met de maatregel, waardoor een ondertoezichtstelling niet vereist is. De GI dient uiterlijk twee weken voor de volgende zitting schriftelijk te rapporteren over de voortgang. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden met tussentijdse evaluatie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/374185 / JU RK 26-175
Datum uitspraak: 5 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,namens het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Schagen,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. M.R. Ploeger, kantoorhoudende te Schagen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 29 januari 2026 en de daarbij behorende stukken;
  • de instemmende verklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper van 2 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026 bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , locatie [locatie] te [plaats] (hierna te noemen: [locatie] ). Daarbij waren aanwezig:
  • [de minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat;
  • de ouders;
  • [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI;
  • [vertegenwoordiger van de gemeente] , namens het college van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente [gemeente] (hierna te noemen: de gemeente);
  • [gedragswetenschapper] , gedragswetenschapper bij [locatie] .
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover in het bijzijn van haar advocaat een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 januari 2026 een machtiging verleend om [de minderjarige] met spoed uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken, en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.
2.3.
[de minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging bij de gesloten groep [locatie] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.
3.2.
Er bestaan ernstige zorgen over de fysieke en mentale veiligheid, de sociaal-emotionele ontwikkeling en het toekomstperspectief van [de minderjarige] . Zij laat in toenemende mate grensoverschrijdend en risicovol gedrag zien, waarmee zij zichzelf en haar omgeving in gevaar brengt. De ouders en de hulpverlening zijn de grip over haar verloren. Ondanks de inzet van hulpverlening zijn de zorgen de afgelopen jaren alleen maar toegenomen, wat een machtiging gesloten jeugdhulp nu noodzakelijk maakt.
3.3.
Ter zitting heeft de GI naar voren gebracht dat zij toewijzing van het verzoek voor kortere duur passend vindt, zodat een tussentijds toetsmoment kan plaatsvinden.

4.De standpunten

4.1.
[de minderjarige] heeft verteld dat zij gemotiveerd is om haar verblijf bij [locatie] te benutten en haar problemen op te lossen. School is lastig voor [de minderjarige] en ze wil graag stoppen met blowen. De advocaat heeft naar voren gebracht dat het knap is dat [de minderjarige] zo gemotiveerd is en dat de gesloten plaatsing bij [locatie] nu nodig is. Wel is de termijn van zes maanden te lang. De advocaat heeft verzocht om de machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden te verlenen, als stip op de horizon voor [de minderjarige] .
4.2.
De ouders hebben ingestemd met het verzoek. De moeder heeft naar voren gebracht dat zij uit ervaring weet dat [de minderjarige] kan terugvallen in oude patronen. Bij [locatie] kan zij de hulpverlening niet afhouden. De moeder wil de plaatsing het liefst zo kort mogelijk houden, maar het moet wel ‘af’ zijn.
4.3.
De gemeente heeft zich aangesloten bij de GI. De plaatsing moet zo kort mogelijk duren, maar er moet wel gedaan worden wat nodig is.
4.4.
De gedragswetenschapper bij [locatie] heeft naar voren gebracht dat [de minderjarige] hulp nodig heeft. [de minderjarige] is gemotiveerd en het is passend om het eerst met een machtiging voor de duur van drie maanden te proberen.

5.De beoordeling

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
5.1.
Op grond van de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter geen aanleiding om het oordeel geformuleerd in de beschikking van 29 januari 2026 over de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te wijzigen. Deze beslissing zal dan ook worden gehandhaafd.
Machtiging gesloten jeugdhulp
5.2.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.3.
Tot 30 januari 2025 woonde [de minderjarige] op de groep [groep] . Zij liet daar ernstige gedragsproblematiek zien, waaronder grensoverschrijdend en vermijdend gedrag zoals middelengebruik (softdrugs) en weglopen. [de minderjarige] was regelmatig nachtenlang afwezig van de groep, waarbij onbekend was waar en in welk gezelschap zij verbleef. Zowel de ouders als de begeleiding op de groep lukte het niet meer om [de minderjarige] te begrenzen, waardoor er ernstige zorgen bestonden over haar veiligheid. Daarnaast onttrok [de minderjarige] zich aan elke vorm van hulpverlening, ging (en gaat) [de minderjarige] niet naar school en heeft zij geen dagbesteding. Sinds eind januari 2026 nam het risicovolle gedrag van [de minderjarige] toe en daarmee ook het aantal incidenten op de groep. Op 24 januari 2026 heeft een ernstig veiligheidsincident plaatsgevonden, waarbij [de minderjarige] is aangevallen en bedreigd door een jongere van een andere groep. Vanwege de langdurige en toenemende gedragsproblematiek en het ernstige veiligheidsincident, is besloten om [de minderjarige] met spoed te plaatsen bij [locatie] .
5.4.
Hoewel een gesloten plaatsing zeer ingrijpend is, is de kinderrechter van oordeel dat deze stap nu noodzakelijk is om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen en om onttrekking aan de hulpverlening door [de minderjarige] te voorkomen. De komende periode is het van belang dat, nadat [de minderjarige] gestabiliseerd is, voor haar hulpverlening en behandeling wordt ingezet. [de minderjarige] heeft al veel meegemaakt in haar leven en het vermoeden bestaat dat haar gedragsproblematiek voortkomt uit de ingrijpende levensgebeurtenissen, emotionele problematiek en ADHD. Het is nodig dat er, naast de gedragsproblematiek, aandacht is voor de onderliggende problematiek en de ouder-kindrelatie.
5.5.
De kinderrechter vindt het knap dat [de minderjarige] bij zowel de onafhankelijke gedragswetenschapper als ter zitting bij de kinderrechter de zorgen en de noodzaak van de gesloten plaatsing heeft erkend en zich gemotiveerd opstelt. Gelet op de ingrijpende aard van de maatregel en de motivatie van [de minderjarige] , ziet de kinderrechter aanleiding om de machtiging voor kortere duur te verlenen. De kinderrechter zal het verzoek toewijzen voor de duur van drie maanden, met aanhouding van de overige drie maanden, zodat een tussentijds toetsmoment plaatsvindt waarbij gekeken kan worden naar de voortgang van de gesloten plaatsing en de behandeling van [de minderjarige] .
5.6.
Omdat de vader en de moeder instemmen met het verzoek, is een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] niet vereist. [2]

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 26 februari 2026 tot 26 mei 2026;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting
begin mei 2026, tegen welke zitting [de minderjarige] , mr. M.R. Ploeger, de moeder, de vader en de GI dienen te worden opgeroepen;
6.3.
bepaalt dat de GI de kinderrechter en alle belanghebbenden uiterlijk twee weken voor de zitting schriftelijk dient te informeren over de actuele stand van zaken en haar standpunt ten aanzien van het resterende verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. van Leeuwen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026, in aanwezigheid van F. Kootstra als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 17 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
2.Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.