Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:1818

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
C/15/372250 / JU RK 25-1699
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en aanhouding zorgregeling

De rechtbank Noord-Holland heeft op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende ondertoezichtstelling en zorgregeling van twee minderjarige kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar, met als doel de belangen van de kinderen te beschermen en de continuïteit van het contact met de vader te waarborgen. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar er is sprake van een ernstig verstoorde verstandhouding en wantrouwen, waardoor overleg over de belangen van de kinderen niet mogelijk is.

De Raad constateerde dat er geen directe signalen zijn van seksueel misbruik, maar dat de uitlatingen van een van de kinderen over seksueel overschrijdend gedrag nader onderzocht moeten worden. De ontwikkeling van de kinderen wordt ernstig bedreigd door het ontbreken van onbelast contact met de vader en de gespannen communicatie tussen de ouders. De Raad adviseerde de ondertoezichtstelling en het aanhouden van de zorgregeling voor negen maanden, waarbij professionele begeleiding en evaluatie centraal staan.

Zowel de moeder als de vader stemden in met de ondertoezichtstelling. De moeder benadrukte het belang van onderzoek naar de uitlatingen van het kind en het monitoren van de omgang onder begeleiding. De vader wil zo spoedig mogelijk onbegeleid contact en co-ouderschap. De rechtbank oordeelde dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is en dat een jeugdbeschermer noodzakelijk is. De ondertoezichtstelling is daarom voor één jaar uitgesproken en de zorgregeling wordt aangehouden, met regelmatige evaluatie door de gecertificeerde instelling en Actief & Advies.

De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak. De beslissing beoogt de veiligheid en het welzijn van de kinderen te waarborgen in een complexe gezinssituatie met conflicterende belangen.

Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige kinderen onder toezicht voor één jaar en houdt de zorgregeling aan voor negen maanden met professionele begeleiding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Datum uitspraak: 16 januari 2026
in de zaak met zaaknummer C/15/372250 / JU RK 25-1699 (ondertoezichtstelling) van:
de Raad voor de Kinderbescherming gevestigdte Haarlem,
hierna te noemen: de Raad,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] .
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. P. Wieringa, kantoorhoudende in Zaandam,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. A.E. Muller, kantoorhoudende in Haarlem.
De rechtbank merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers,
gevestigd te Alkmaar,
hierna te noemen: de GI.
en
in de zaak met zaaknummer C/15/367881/ FA RK 25-3806 (zorgregeling):
de moeder,
advocaat mr. P. Wieringa, kantoorhoudende te Zaandam,
-- tegen --
de vader,
advocaat mr. A.E. Muller, kantoorhoudende te Haarlem.

1.Het verloop van de procedure

Ondertoezichtstelling
1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, ontvangen op 25 november 2025.
Zorgregeling
1.2.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van deze rechtbank van 28 augustus 2025 en de daarin genoemde stukken;
- het rapport van de Raad van 24 november 2025;
- de brief van de advocaat van de moeder van 9 januari 2026 met bijlagen;
- de brief van de advocaat van de vader van 12 januari 2026 met bijlagen.
1.3.
De gelijktijdige behandeling van beide zaken heeft op de zitting met gesloten deuren plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
  • de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.3.
In de zaak met zaaknummer C/15/368421 / FA RK 25-4080 (verzoek provisionele voorziening van de vader) heeft de rechtbank bij voornoemde beschikking van
28 augustus 2025 het volgende bepaald;
- dat partijen binnen een week het traject bij Actief & Advies dienen
te hervatten, binnen welk traject zij op korte termijn moeten komen tot een voorlopige
omgangsregeling tussen de vader en de kinderen, onder meer inhoudende dat zo spoedig
mogelijk onder begeleiding video-belmomenten tussen de vader en de kinderen kan plaatsvinden, waarna op korte termijn onder begeleiding enige vorm van hervatting van fysiek contact tussen de vader en de kinderen plaatsvindt;
- dat de moeder de vader twee keer per maand schriftelijk informeert over het wel
en wee van de kinderen, de ene keer uiterlijk op de eerste van de maand en de andere keer
uiterlijk de 15e van de maand, vergezeld van een recente foto van de kinderen.
Zorgregeling
2.4.
De rechtbank heeft in voornoemde beschikking van 28 augustus 2025 de beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden. Daarbij is verzocht aan partijen om de rechtbank schriftelijk te berichten over het verloop van het traject bij Actief & Advies en het rapport van de Raad over te leggen.

3.Het verzoek

Ondertoezichtstelling
3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter zitting heeft de Raad het verzoek gewijzigd met instemming van de ouders. De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling uit te spreken voor duur van één jaar.
3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad ziet op dit moment mogelijkheden voor een zorgregeling, maar zeker ook belemmeringen bij zowel de vader als de moeder. Op dit moment zijn geen directe zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder, behoudens wat de moeder wellicht overdraagt van haar eigen angst, boosheid en frustratie over de vader. De Raad ziet dat beide ouders het beste voor hun kinderen willen en openstaan voor adviezen van professionele hulpverleners. Het is belangrijk dat beide ouders met persoonlijke hulpverlening blijven werken aan zichzelf. Naast het onderlinge grote wantrouwen tussen de ouders, zijn de ouders niet in staat om met elkaar te communiceren. Daar is hulp bij nodig van Actief & Advies en anders Solo Parallel Ouderschap. Risico is dat beide kinderen in de toekomst getuige blijven van conflicten als zonder kaders een zorgregeling tussen de vader en de kinderen wordt vastgesteld. De moeder wil dat de vader alleen onder begeleiding van professionals de kinderen kan blijven zien, terwijl de vader per direct onbegeleid contact wil met de kinderen en toe wil werken naar co-ouderschap.
3.3.
De Raad kan niet met zekerheid bevestigen of ontkennen dat tussen de vader en [de minderjarige 1] op seksueel gebied iets grensoverschrijdends is voorgevallen. Wat de Raad wel constateert is dat de zaak is geseponeerd en dat geen signalen zijn bij [de minderjarige 1] van seksueel misbruik of een andere vorm van kindermishandeling.
3.4.
Bij de kinderen is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling, omdat zij geen onbelast contact hebben met hun vader. Dat heeft invloed op hun hechtingsrelatie met hem en hun verdere ontwikkeling. Daarnaast is de kans groot dat het volledig ontbreken van communicatie tussen beide ouders impact heeft op de kinderen. Gezien de kwetsbaarheid van deze jonge kinderen kan een ondertoezichtstelling helpend zijn om hun belangen te bewaken en om de continuïteit van het contact met hun vader te waarborgen. Daarbij is het zorgvuldig opbouwen en behouden van contact tussen de vader en de kinderen, binnen een voorspelbaar en neutraal begeleidingskader belangrijk, wat onmogelijk lijkt zonder een dwingend kader.
Zorgregeling
3.5.
Gezien de huidige voorzichtige opbouw in het contact van een uur per veertien dagen, adviseert de Raad de rechtbank om de definitieve regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan te houden voor de duur van negen maanden. In die negen maanden kan onder regie van de GI en door Actief & Advies toegewerkt worden naar een eventueel uitgebreidere regeling.

4.De standpunten

De moeder
Ondertoezichtstelling
4.1.
Namens de moeder is naar voren gebracht dat zij het eens is met het (gewijzigde) verzoek om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Daarbij heeft zij benadrukt dat het doel van de ondertoezichtstelling ook moet zien op de gebeurtenissen die [de minderjarige 1] heeft verteld en de achtergrond van haar uitlatingen en denkbeelden. Al zou geen seksueel misbruik of overschrijdend gedrag van de vader hebben plaatsgevonden, dan bestaat nog steeds voldoende reden om nader onderzoek te doen naar de oorsprong van de denkbeelden en uitlatingen van [de minderjarige 1] . Dit zou het hoofddoel van de ondertoezichtstelling moeten zijn. Voor de moeder is het belangrijk dat het traject bij Actief & Advies doorgaat, waarbij de GI kan monitoren hoe de begeleide omgangsmomenten verlopen. Het is nodig dat de GI de regie krijgt om ook de vader erbij te betrekken en er voor te zorgen dat hij zich aan de afspraken houdt. De moeder heeft steeds aan alles meegewerkt en openheid van zaken gegeven, terwijl de vader niet aan de gestelde voorwaarden voldoet.
Zorgregeling
4.2.
De moeder is het eens met het advies van de Raad om de beslissing over de zorgregeling negen maanden aan te houden. De begeleide contactregeling die er nu is van eenmaal in de twee weken is voldoende voor wat de kinderen aankunnen. Voor nu zijn de contacten tussen de vader en de kinderen goed, maar als dat op een gegeven moment voor de kinderen te belastend wordt, moet de omgang worden stopgezet.
4.3.
Namens de moeder is ter zitting een email-bericht van 15 januari 2026 overgelegd, waarin staat dat de officier van justitie de strafzaak tegen de vader heeft heropend. De moeder wil dat de Raad en de rechtbank dit heropende onderzoek meenemen in de afwegingen ten aanzien van de omgang.
De vader
Ondertoezichtstelling
4.4.
Ook de vader is het eens met het (gewijzigde) verzoek om de kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Voor de vader is van belang dat zo spoedig mogelijk een vaste jeugdbeschermer aan het gezin wordt gekoppeld. De vader is het eens met de doelen in het Raadsrapport en de conclusie daarvan dat sprake is van een ontwikkelingsbedreiging van de kinderen. De vader vindt dat de moeder veel ruis creëert met als doel het contact tussen hem en de kinderen tegen te houden. Het verzoek van de moeder om de vader de omgang met de kinderen te ontzeggen is al een ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen. Uit de verslagen van Actief & Advies komt naar voren dat de vader aan alles meewerkt en zich inzet voor de kinderen. Het is belangrijk voor zowel [de minderjarige 2] als [de minderjarige 1] dat wordt toegewerkt naar een frequente onbegeleide zorgregeling.
Zorgregeling
4.5.
De vader heeft de afgelopen periode onder begeleiding van Actief & Advies fijne omgangsmomenten gehad met beide kinderen. Uit de rapportage van Actief & Advies komt naar voren dat de vader gedurende het contactmoment een warme, betrokken en sensitieve houding heeft en hij de aanwijzingen en afspraken opvolgt. Op korte termijn kan de onbegeleide omgang dan ook worden hervat, aldus de vader. De vader houdt zich, anders dan de moeder aangeeft, aan alle afspraken, maar wordt de afgelopen periode uit het leven van de kinderen geweerd. Hij heeft geen feestdagen met hen gevierd, mist belangrijke ontwikkelingen en heeft geen enkele vakantie de kinderen bij zich gehad sinds de procedures. Omwille van de kinderen heeft de vader zich neergelegd bij de gewijzigde omgangscontacten van eenmaal in de week naar eenmaal in de twee weken. De moeder heeft dit zonder overleg bepaald, terwijl andere afspraken waren gemaakt.
4.6.
De advocaat van de vader heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen de inbreng van voornoemd emailbericht over de gestelde heropende strafzaak. De strafzaak is geseponeerd en de vader heeft geen bericht ontvangen waaruit het tegendeel blijkt, ook niet van zijn strafadvocaat, aldus de vader ter zitting.

5.De beoordeling

Ondertoezichtstelling
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De rechtbank legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd. Er is sprake van een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de ouders, waarbij geen samenwerking mogelijk is. Door het onderlinge wantrouwen is, zoals de Raad heeft geconstateerd, geen overleg mogelijk over de belangen van de kinderen. De rechtbank acht het van belang dat met de inzet van hulpverlening gekeken wordt wat wel mogelijk is, zodat de kinderen daarvan kunnen profiteren. Uiteraard dient daarbij het belang en de veiligheid van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorop te staan. De rechtbank is met de Raad van oordeel dat het belangrijk is dat een onafhankelijk derde, in dit geval de GI, samen met de ouders gaat kijken wat nodig is om de ontstane ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Daarbij dient vanzelfsprekend ook oog te zijn voor de uitlatingen die [de minderjarige 1] heeft gedaan over het seksueel overschrijdende gedrag van de vader. Gedurende de ondertoezichtstelling kan worden onderzocht welke zorgregeling – uiteindelijk – in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is. De GI krijgt de opdracht om uitvoering te geven aan de voorlopige zorgregeling die nu geldt en in samenspraak met Actief & Advies de zorgregeling regelmatig te evalueren en indien passend uit te breiden.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] kan onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De rechtbank acht de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Een jeugdbeschermer kan de benodigde hulpverlening inzetten en waarborgen en zorgen dat de belangen van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorop worden gesteld.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De rechtbank stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht conform het gewijzigde verzoek voor de duur van één jaar.
5.5.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.6.
De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Zorgregeling
5.7.
De rechtbank ziet aanleiding om het verzoek tot het vaststellen van een definitieve zorgregeling aan te houden voor de door de Raad geadviseerde termijn van negen (9) maanden. Op dit moment is de omgang tussen de kinderen en de vader begeleid en één uur om de veertien dagen. Conform het advies van de Raad zal de komende negen maanden de omgang door de GI en Actief & Advies regelmatig worden geëvalueerd. Waar dat in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is, waarbij hun veiligheid voorop staat, zal worden beoordeeld of en wanneer de omgang kan worden uitgebreid.
5.8.
Ten aanzien van de door de moeder overgelegde mail van 15 januari 2026 overweegt de rechtbank als volgt. Dit mailbericht is eerst ter zitting aan de rechtbank overgelegd, waardoor de rechtbank daar onvoldoende adequaat kennis van heeft kunnen nemen. Ook de Raad en de (advocaat van de) vader werden hierdoor ter zitting overvallen. De advocaat van de vader heeft na de zitting een uitgebreide reactie gestuurd, die in dit dossier zal worden gevoegd zodat de betrokken partijen daar kennis van kunnen nemen. Het is aan de Raad om in dit stadium van het geding de informatie uit de betreffende mail te verifiëren en indien nodig te betrekken bij het advies dat aan de rechtbank zal worden gegeven ten aanzien van de definitieve zorgregeling.

6.De beslissing

De rechtbank:
in de zaak met zaaknummer: C/15/372250 / JU RK 25-1699(ondertoezichtstelling)
6.1.
stelt
[de minderjarige 1]en
[de minderjarige 2]onder toezicht van - de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers, gevestigd te Alkmaar, met ingang van 16 januari 2026 tot 16 januari 2027;
6.2.
verklaart deze tot zover beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
De rechtbank:
in de zaak met zaaknummer: C/15/367881/ FA RK 25-3806 (zorgregeling)
6.3.
houdt de beslissing omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aan tot
16 oktober 2026 PRO FORMA;
6.4.
verzoekt de advocaten de rechtbank schriftelijk te berichten over het verloop van het traject bij Actief & Advies;
6.5.
verzoekt de Raad de rechtbank schriftelijk te berichten en te adviseren over de verdere zorgregeling;
6.6.
bepaalt dat de schriftelijke berichten uiterlijk
9 oktober 2026door de rechtbank ontvangen dienen te zijn;
6.7.
wijst er op dat de rechtbank daarna zal beslissen over de verdere
voortgang van de procedure.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door
mr. A.K. Mireku, rechtbank, in aanwezigheid van J.B. Stevens als griffier, en op schrift gesteld op 11 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.