De burgemeester van Alkmaar heeft op 2 februari 2026 besloten tot sluiting van een woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 11 februari 2026, waarbij werd vastgesteld dat het griffierecht nog niet was betaald. Verzoeker en zijn gemachtigde stelden dat zij geen factuur hadden ontvangen en niet bereid waren het griffierecht via pinbetaling te voldoen. Er werd afgesproken dat de factuur per mail zou worden nagezonden en het griffierecht binnen een week na de zitting betaald zou worden.
Ondanks deze afspraak was het griffierecht op 23 februari 2026 nog niet voldaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet tijdig betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar was. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk beoordeeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.H. Lauryssen op 25 februari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.