Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De uitgangspunten
- [gedaagden] hoofdelijk te verbieden zonder instemming van [eisers]. mandelige zaken en/of zaken rondom de erfgrens tussen de erven van [eisers]. en [gedaagden] te vervangen of te wijzigen en/of zaken te vervangen of te wijzigen en/of bouwactiviteiten te verrichten die invloed hebben op de woning van [eisers]., op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat [gedaagden] in gebreke zijn met de nakoming van het te wijzen vonnis, tot een maximum van € 20.000,00,
- [gedaagden] te gebieden, uiterlijk binnen tien dagen na betekening van dit vonnis, het inzagerecht na te komen en te bewerkstelligen dat ten gunste van [eisers]., inzage in de documenten wordt gegeven die zijn beschreven in randnummer 44 van de dagvaarding, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat [gedaagden] in gebreke zijn met de nakoming van het te wijzen vonnis, tot een maximum van € 20.000,00,
4.De beoordeling in het incident
€ 189,00(plus de verhoging als vermeld in de beslissing)
5.De beoordeling in de hoofdzaak
6.De beslissing
woensdag 11 maart 2026door middel van het B5 formulier vanuit het roljournaal aan de griffier van deze rechtbank zullen opgeven de verhinderdata van partijen en hun raadslieden
in de periode april tot en met augustus 2026.De rechtbank zal vervolgens het tijdstip voor de mondelinge behandeling vaststellen, waarvoor in beginsel anderhalf uur zal worden uitgetrokken. Bij gebreke van (tijdige) opgave van verhinderdata zal de rechtbank een tijdstip voor de mondelinge behandeling vaststellen, waarvan niet kan worden afgeweken,
25 februari 2026.