Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
bijlage 1aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage 2bij dit vonnis zijn vervat.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
(artikel 6:6:23b Sv). Van de door de verdediging aangevoerde overlap van maatregelen is geen sprake, omdat de maatregel pas in werking treedt aansluitend op de tbs-maatregel met voorwaarden.
7.Onttrekking aan het verkeer
8.Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
3 [drie] jaar.
ter beschikking wordt gesteld, en
steltdaarbij de volgende
voorwaardenbetreffende zijn gedrag:
algemene voorwaardedat de verdachte zich niet schuldig maakt een enig strafbaar feit.
algemene voorwaardedat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
bijzondere voorwaarden:
- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 5] 2010 in Uden;
dadelijk uitvoerbaaris.
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
teruggaveaan de verdachte:
[slachtoffer 1], geleden schade tot een bedrag van
€ 8.903,13, bestaande uit € 403,13 als vergoeding voor de materiële en € 8.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 4], geleden schade tot een bedrag van
€ 2.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 5], geleden schade tot een bedrag van
€ 2.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 5], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 6], geleden schade tot een bedrag van
€ 4.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 7], geleden schade tot een bedrag van
€ 3.500,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 7], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 8], geleden schade tot een bedrag van
€ 750,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 8], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 2.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.