Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:1782

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
C/15/372583 / KG ZA 25-770
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 BggbArt. 5 BggbArt. 246a GemeentewetArt. 228a GemeentewetAlgemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting drinkwaterbedrijf tot verstrekking NAW-gegevens voor rioolheffing aan Cocensus

Cocensus, een openbaar lichaam dat namens meerdere Noord-Hollandse gemeenten de rioolheffing heft en int, vordert dat PWN, een drinkwaterbedrijf, verplicht wordt om de NAW-gegevens van haar contractanten te verstrekken. Deze gegevens zijn nodig voor het correct opleggen en innen van de rioolheffing. PWN had sinds oktober 2024 de NAW-gegevens niet meer verstrekt vanwege privacyzorgen en risico's op datalekken.

De voorzieningenrechter stelt vast dat het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Bggb) PWN verplicht deze gegevens te verstrekken, omdat de contractant een persoon is die een gemeentelijke dienst gebruikt. De AVG staat deze verplichting niet in de weg, omdat de gegevensverstrekking noodzakelijk is voor een wettelijke taak van algemeen belang, namelijk belastingheffing.

PWN's verweer dat de NAW-gegevens van contractanten niet per definitie gelijk zijn aan die van belastingplichtigen wordt verworpen. Ook het argument dat gemeenten al toegang hebben tot andere registraties is onvoldoende om de gegevensverstrekking te weigeren. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe, legt een termijn van veertien dagen voor nakoming op en verbindt daaraan een dwangsom met een maximum van €50.000. PWN wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: PWN is verplicht binnen veertien dagen de NAW-gegevens van haar contractanten aan Cocensus te verstrekken onder dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/372583 / KG ZA 25-770
Vonnis in kort geding van 24 februari 2026
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GR COCENSUS,
te Heemskerk,
eisende partij,
hierna te noemen: Cocensus,
advocaat: mr. A.G. Hendriks,
tegen
de naamloze vennootschap
N.V. PWN WATERLEIDINGBEDRIJF NOORD-HOLLAND,
te Velserbroek,
gedaagde partij,
hierna te noemen: PWN,
advocaten: mrs. R.C.K. van Andel en F. de Smit.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 december 2025 met producties 1 t/m 8
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 7
- de mondelinge behandeling van 10 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Cocensus met producties 9 t/m 11
- de pleitnota van PWN.

2.De feiten

2.1.
Nederlandse gemeenten kunnen sinds 1 januari 2008 een rioolheffing heffen en invorderen. Dat is een belasting voor het direct of indirect lozen van water op de gemeentelijke riolering. Daarvoor is een door de gemeenteraad op te stellen belastingverordening vereist.
2.2.
Voor het kunnen opleggen en innen van aanslagen rioolheffing zijn gemeenten bevoegd specifieke gegevens op te vragen bij derden, waaronder drinkwaterbedrijven.
2.3.
De wettelijke grondslag daarvoor is het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (hierna: Bggb). Het Bggb is vastgesteld op grond van artikel 246a van de Gemeentewet.
2.4.
Artikel 1 en Pro 5 Bggb bepalen onder meer:
Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder informatieplichtige: degene die in het bezit is van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers waarvan de raadpleging, onderscheidenlijk de gegevens- en inlichtingenverstrekking van belang kunnen zijn voor de vaststelling van feiten die van invloed kunnen zijn op de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen van derden, dan wel degene die van deze feiten kennis draagt, met dien verstande dat:
(…)
d. voor de belastingen, bedoeld in de artikelen (…), 228a [Vz: rioolheffing] (…) van de Gemeentewet, slechts hieronder wordt begrepen: de eigenaar of beheerder van een energie- of waterleidingbedrijf, (…);
Artikel 5
Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdelen d en e, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van personen die voor openbare dienst bestemde gemeentebezittingen gebruiken dan wel genot hebben van gemeentelijke diensten, alsmede over gegevens betreffende de hoeveelheid water die door of vanwege een waterleidingbedrijf naar een woning of een bedrijf is toegevoerd, (…), is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:
a. deze gegevens en inlichtingen te verstrekken,
2.5.
Cocensus is een openbaar lichaam op basis van een gemeenschappelijke regeling dat voor een aantal gemeenten in Noord-Holland onder meer de rioolheffing heft en int.
2.6.
In Cocensus participeren veertien gemeenten, waaronder Bergen (NH), Beverwijk, Castricum, Dijk en Waard, Haarlemmermeer, Heiloo, Uitgeest en Wormerland.
2.7.
PWN is een drinkwaterbedrijf en informatieplichtige in de zin van het Bggb. Tot haar distributiegebied behoren onder meer de onder 2.6 met naam genoemde gemeenten.
2.8.
In de toepasselijke belastingverordening van de gemeenten is als belastbaar feit in veel gevallen de eigendom en het gebruik van een ‘perceel’ aangewezen dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering of van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De rioolheffing kent dan een eigenaren- en een gebruikersdeel.
2.9.
Voor de definitie van perceel wordt in veel verordeningen aangesloten bij het begrip onroerende zaak zoals gedefinieerd in de Wet waardering onroerende zaken. Ook (delen of samenstelsels van) roerende zaken kunnen als perceel worden aangemerkt.
2.10.
Als heffingsmaatstaf geldt veelal de van dat perceel afgevoerde hoeveelheid water. Die wordt in de regel gesteld op het aantal kubieke meters leiding- of drinkwater dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd.
2.11.
De onder 2.6 genoemde gemeenten hebben dit belastbaar feit (eigendom/gebruik perceel) en deze heffingsmaatstaf (toevoer drinkwater) in hun Verordening rioolheffing opgenomen.
2.12.
PWN verstrekte Cocensus per gemeente op grond van de Bggb datasets ‘in bulk’ met onder meer de NAW-gegevens van al haar contractanten met een aansluiting in de betrokken gemeente (in de datasets aangeduid als ‘partner’), het adres van de watermeter en het waterverbruik.
2.13.
Medio 2024 heeft PWN Cocensus bericht dat zij per 1 oktober 2024 niet langer de NAW-gegevens van haar contractanten (subjectgegevens) in de datasets opneemt. Dit heeft zij als volgt toegelicht:
(…) Als overheidsinstantie ontvangt u momenteel overzichten met gegevens van het drinkwaterverbruik van PWN-klanten. Vanwege de privacy van onze klanten, gaan wij deze overzichten per 1 oktober aanpassen.
Recent zijn meerdere incidenten in het nieuws geweest waarbij privacygevoelige data is gestolen of gegijzeld, zoals het datalek bij AddComm. Hieruit blijkt dat het delen van data met derden risicovol kan zijn. Bovendien verstrekt PWN ook meer data dan zij wettelijk verplicht is. PWN heeft daarom kritisch gekeken naar welke data zij deelt met instanties. In de overzichten die u ontvangt staan veel klantgegevens. Deze klantgegevens kunnen wij niet langer meesturen. Voor u betekent dit dat alle klantgegevens per 1 oktober 2024 uit de lijst verdwijnen samen met enkele andere gegevens die voor u geen waarde toevoegen. Uiteraard blijft u de wettelijke verplichte verbruiksgegevens van ons gewoon ontvangen.
(…)
2.14.
Op 22 augustus 2024 heeft Cocensus PWN geschreven dat PWN op grond van het Bggb verplicht is (naam-,), adres- en woonplaatsgegevens van het object (verbruiksadres) en de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van het subject (verbruiker) aan Cocensus te verstrekken.
2.15.
Sinds 1 oktober 2024 verstrekt PWN Cocensus nog wel datasets, maar deze bevatten enkel nog informatie over de aansluiting op het waternet, waaronder het adres waarop een watermeter geregistreerd staat en het door PWN geregistreerde waterverbruik.
2.16.
Op 15 oktober 2025 is er over het onderwerp datadelen voor de belastingheffing een overleg geweest tussen onder meer vertegenwoordigers van PWN, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Cocensus, de gemeenten Dijk en Waard, Haarlem en Zandvoort.

3.Het geschil

3.1.
Cocensus vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
1. bepaalt dat PWN aan Cocensus waar het gaat om de onder 2.6 met naam genoemde gemeenten onverwijld de informatie dient te leveren die in productie 7 in de kolom “Nodig voor belastingheffing” oranje is gemarkeerd, op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 per dag met een maximum van € 100.000,00;
2. PWN veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure.
3.2.
Cocensus legt – verkort weergegeven – aan de vordering het volgende ten grondslag.
3.2.1.
PWN is informatieplichtige in de zin van het Bggb. PWN handelt in strijd met het Bggb en daarmee onrechtmatig door te weigeren aan Cocensus de in het Bggb genoemde gegevens te leveren waar Cocensus om vraagt. PWN is daar wettelijk toe verplicht.
3.2.2.
Cocensus wijst erop dat, voor zover dat relevant zou zijn, zij de verstrekte NAW-gegevens op een rechtmatige wijze verwerkt. Die verwerking is noodzakelijk voor het vervullen van een taak van algemeen belang, belastingheffing, die aan Cocensus is opgedragen. Van strijd met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is geen sprake. Lidstaten kunnen in het geval van fiscale aangelegenheden de rechten van personen van wie persoonsgegevens worden verwerkt inperken. Het Bggb is daar een voorbeeld van. PWN kan zich daarom niet met een beroep op de AVG verzetten tegen gegevenslevering. Bovendien zal PWN gegevens van rechtspersonen hoe dan ook moeten verstrekken, omdat in dat geval de AVG niet van toepassing is. PWN kan weliswaar verlangen dat Cocensus duidelijk maakt hoe zij waarborgt dat zij bij de gegevensverwerking de overige beginselen van de AVG in acht neemt, maar dat doet niet af aan de wettelijke verplichting van PWN om die gegevens te verstrekken. Dat Cocensus reeds over informatie beschikt, maakt dit niet anders, omdat die informatie onjuist of achterhaald kan zijn. Cocensus kan dat eerst aan de hand van de door PWN te verstrekken gegevens vaststellen.
3.2.3.
Cocensus heeft een spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening. Zij heeft de gevraagde gegevens nodig om aanslagen rioolheffing op te kunnen leggen aan belastingplichtigen in genoemde gemeenten. De bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Het is voorzienbaar dat een bodemprocedure zoveel tijd in beslag zal nemen dat na afloop daarvan voor diverse belastingjaren geen aanslagen meer kunnen worden opgelegd.
Daarnaast moet voor het begin van ieder belastingjaar door elk van de betrokken gemeenten een Verordening rioolheffing worden opgesteld. Bij onzekerheid over de vraag of PWN de gevorderde gegevens daadwerkelijk moet aanleveren kan niet worden bepaald op welke manier de belastingplichtigen in die verordeningen moeten worden omschreven om ervoor te zorgen dat van hen daadwerkelijk belasting kan worden geheven. Tot slot zijn de inkomsten uit de rioolheffingen geoormerkt. Het onderhoud aan en investeringen in het gemeentelijk rioolstelsel worden uit deze belastingopbrengsten bekostigd. Deze investeringen zijn nauwkeurig op elkaar afgestemd en kunnen in veel gevallen geen uitstel lijden om een goede werking van het rioolstelsel te kunnen blijven garanderen, aldus Cocensus.
3.3.
PWN voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Cocensus, dan wel tot afwijzing van de vordering van Cocensus, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Cocensus in de kosten van deze procedure. PWN voert het volgende aan.
3.3.1.
PWN moet zich als verwerkingsverantwoordelijke houden aan de wettelijke plichten en beginselen die voortvloeien uit de AVG. Voor zover PWN persoonsgegevens van natuurlijke personen verstrekt aan Cocensus is sprake van verwerking in de zin van de AVG. Dat het verstrekken van die gegevens op het Bggb berust, maakt dit niet anders. Een van die beginselen uit de AVG is dat er niet méér gegevens worden verwerkt dan noodzakelijk is (dataminimalisatie). Het is niet noodzakelijk de NAW-gegevens in bulk te verstrekken. PWN is en blijft bereid in incidentele gevallen NAW-gegevens te verstrekken als daarvoor een door Cocensus nader aan te duiden concrete aanleiding bestaat.
3.3.2.
PWN handelt met de geminimaliseerde gegevensverstrekking nog altijd conform haar wettelijke verplichting. De NAW-gegevens, als bedoeld in artikel 5 Bggb Pro, betreffen enkel de NAW-gegevens van de
belastingplichtigen. Er rust op PWN geen specifieke wettelijke verplichting om de gegevens van haar
contractantente verstrekken. De NAW-gegevens van de contractant zijn namelijk niet per definitie ook de NAW-gegevens van de belastingplichtige. Door het verstrekken – in bulk – van de NAW-gegevens van haar contractanten riskeert PWN een datalek of onrechtmatige verwerking in de zin van artikel 5 en Pro 6 AVG. PWN verstrekt daarom nog uitsluitend de verbruiksgegevens van de adressen waarvoor zij een leveringsovereenkomst heeft afgesloten. PWN is niet in staat om vast te stellen wie belastingplichtige is. Zij heeft hiertoe geen bevoegdheid en evenmin de middelen. PWN is voor deze informatie afhankelijk van de gemeenten.
3.3.3.
Omdat gemeenten er niet zonder meer van uit kunnen en mogen gaan dat de NAW-gegevens van de contractant ook tevens de NAW-gegevens van de belastingplichtige zijn, zijn deze van PWN gevraagde NAW-gegevens geen betrouwbare en toereikende informatiebron. Daar komt bij dat alle gemeenten toegang hebben tot de BRK en de Basis Registratie Personen (BRP) op basis waarvan de gemeenten kunnen vaststellen wie belastingplichtige is.
3.3.4.
Gemeenten worden door de wijze waarop PWN nu de gegevens verstrekt niet belemmerd bij het heffen van rioolheffing en/of de daarvoor vereiste verordeningen op te stellen. Cocensus en de gemeenten aangesloten bij Cocensus (en ook andere gemeenten in het distributiegebied) dienen namelijk met regelmaat verzoeken om verbruiksgegeven in bij PWN. Als reactie verzendt PWN het geminimaliseerde gegevensbestand met alleen de verbruiksgegevens en niet de gegevens van de contractant. Verder hebben alle gemeenten die samenwerken in Cocensus de verordeningen voor het heffen van rioolbelasting voor het jaar 2025 en 2026 reeds vastgesteld.
Gelet op het tijdsverloop tussen de gewijzigde verstrekking van gegevens en het feit dat gemeenten het afgelopen jaar, op basis van deze andere wijze van gegevensverstrekking, aanslagen hebben verstuurd en de verordeningen hebben vastgesteld, is er kennelijk geen sprake van enig belang, laat staan een spoedeisend belang.
3.3.5.
In geval van een toewijzing van de vordering is het opleggen van een dwangsom niet nodig. PWN pleegt rechterlijke uitspraken altijd stipt en onverkort na te komen en zal dat in onderhavig geval ook vrijwillig doen als onherroepelijk vast komt te staan dat PWN gehouden is de gevorderde gegevens te verstrekken, aldus nog steeds PWN.
3.4.
Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan.
4. De beoordeling
Cocensus heeft een voldoende spoedeisend belang bij haar vordering
4.1.
Cocensus heeft op de mondelinge behandeling de gevolgen van het niet langer verstrekken van (onder meer) de NAW-gegevens door PWN op de heffing en invordering nader toegelicht. Zij voert aan dat het niet meer verstrekken van de NAW-gegevens de kwaliteit raakt van de juistheid van de databestanden die Cocensus gebruikt om een correcte aanslag rioolheffing aan de juiste belastingplichtige te kunnen opleggen. Als gevolg van het niet verstrekken van die gegevens zullen volgens Cocensus onvermijdelijk onjuiste aanslagen worden opgelegd en sommige belastingplichtigen zullen daardoor niets of te weinig betalen en anderen juist te veel en de betrokken gemeenten kunnen hun volledige belastingcapaciteit daardoor niet goed benutten. Bovendien vervalt de bevoegdheid tot het vaststellen van een aanslag na verloop van drie jaren. Cocensus voert verder aan dat gemeenteraden van de betrokken gemeenten bij het vormgeven van hun Verordeningen rioolheffing kunnen kiezen voor verschillende heffingsmaatstaven. In hoeverre Cocensus in staat is om op basis van de haar ter beschikking staande gegevens correcte aanslagen te kunnen opleggen en invorderen, kan daarbij van belang zijn. Cocensus heeft er in dit verband op gewezen dat de ambtelijke voorbereiding van een eventuele wijziging van de Verordeningen rioolheffingen doorgaans voor de zomer gereed moet zijn.
4.2.
Alhoewel van een voor Cocensus en de bij haar betrokken gemeenten acuut problematische situatie geen sprake lijkt te zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden Cocensus een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering.
PWN is op grond van het Bggb verplicht de gevraagde gegevens te verstrekken
4.3.
Op grond van artikel 5 Bggb Pro is PWN als informatieplichtige in de zin van artikel 1 Bggb Pro verplicht om naast gegevens over waterverbruik desgevraagd en voor zover zij daarvan kennis heeft aan Cocensus te verstrekken: ‘de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van personen die voor openbare dienst bestemde gemeentebezittingen gebruiken dan wel genot hebben van gemeentelijke diensten’.
4.4.
Tussen partijen is niet in geschil dat PWN beschikt over de NAW-gegevens van haar contractanten, de partijen met wie PWN overeenkomsten tot het leveren van drinkwater heeft gesloten. PWN meent echter dat de verplichting van artikel 5 Bggb Pro uitsluitend geldt als de contractant óók ‘de belastingplichtige’ is aan wie de aanslag rioolheffing wordt opgelegd en zij dit zelf niet kan vaststellen. De voorzieningenrechter volgt PWN hierin niet.
4.5.
De voorzieningenrechter stelt vast dat in artikel 5 van Pro het Bggb de term ‘belastingplichtige’ niet voorkomt. Nog daargelaten dat Cocensus heeft toegelicht dat iedereen die in een woning woont belastingplichtig is (maar mogelijk niet de belastingplichtige aan wie de aanslag rioolheffing uiteindelijk wordt opgelegd), is in het Bggb of in de Gemeentewet ook niet bepaald dat met ‘
personen die voor openbare dienst bestemde gemeentebezittingen gebruiken dan wel genot hebben van gemeentelijke diensten’ belastingplichtigen bedoeld zijn of hieraan gelijk zijn te stellen.
4.6.
Het feit dat een contractant ten behoeve van een perceel c.q. adres waaraan de watermeter is gekoppeld met PWN een overeenkomst voor de afname van water heeft afgesloten, impliceert naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat die contractant daarmee een voor openbare dienst bestemde gemeentebezitting gebruikt dan wel genot heeft van een gemeentelijke dienst. Of die persoon zelf feitelijk gebruik maakt van het afgenomen water en/of het perceel, daar woonachtig is of gevestigd en als zodanig de belastingplichtige is aan wie de aanslag rioolheffing wordt opgelegd, is daarbij niet relevant.
4.7.
De voorzieningenrechter is dan ook voorshands van oordeel dat PWN op grond van het Bggb verplicht is om Cocensus desgevraagd de haar bekende NAW-gegevens van haar contractanten in de onder 2.6 genoemde gemeenten te verstrekken.
Staat de AVG aan die verplichting in de weg?
4.8.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat op het verstrekken van de NAW-gegevens door PWN aan Cocensus de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) alleen van toepassing is voor zover sprake is van NAW-gegevens van natuurlijke personen.
4.9.
Op grond van de AVG is de verwerking van persoonsgegevens enkel rechtmatig indien deze verwerking berust op een verwerkingsgrondslag. Daarvan is onder meer sprake als de verwerking noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting.
4.10.
PWN betoogt dat de praktijk tot oktober 2024 van het in bulk verstrekken van de NAW-gegevens zich niet beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt (artikel 5 lid 1 onder Pro c AVG; ‘minimale gegevensverwerking’). Volgens PWN wordt daarmee niet voldaan aan het vereiste van dataminimalisatie.
4.11.
PWN gaat hier naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter eraan voorbij dat de verwerking van persoonsgegevens in de zin van het
verstrekkenvan persoonsgegevens aan Cocensus samenvalt met het voldoen aan
haarwettelijke verplichting.
4.12.
De wetgever heeft het in verband met de afhankelijkheid van gemeenten van derden voor het heffen van gemeentelijke belastingen, noodzakelijk geacht dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld over het door derden verplicht verstrekken van gegevens aan gemeenten die daarvoor relevant (kunnen) zijn. Dat volgt uit artikel 246a Gemeentewet. Op grond van dat artikel kunnen bepalingen over het verplicht verstrekken door derden van informatie aan de fiscus uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990 bij algemene maatregel van bestuur van toepassing worden verklaard of kunnen daarmee vergelijkbare regels worden gesteld. Het Bggb is een toepassing van de laatste mogelijkheid. In de nota van toelichting (Stb. 1995, 346) staat daarover onder meer:
Artikel 246a, tweede lid, van de Gemeentewet bepaalt dat die voorschriften in elk geval een omschrijving dienen te bevatten van degene op wie de verplichting rust, alsmede van de belasting ten behoeve waarvan de verplichting geldt. Ook dienen die voorschriften een omschrijving te vermelden van de aard van de te verstrekken gegevens en inlichtingen, van de aard van de gegevens die uit de administratie blijken of van het doel waarvoor het voor raadpleging beschikbaar stellen van gegevensdragers kan geschieden. Aan de hier beschreven tweede mogelijkheid wordt door onderhavige algemene maatregel van bestuur, met inachtneming van deze stringente uitgangspunten, invulling gegeven. Dat betekent dat door de gemeenten op grond van deze regeling voor de heffing en invordering van een beperkt aantal belastingen een beperkte gegevensverstrekking bij een beperkte groep personen, anderen dan de belastingplichtige, dwingend kan worden verlangd. Deze personen worden in onderhavige algemene maatregel van bestuur informatieplichtigen genoemd.
en
De verplichtingen met betrekking tot gegevensverstrekking en het voor raadpleging beschikbaar stellen van gegevensdragers door die informatieplichtigen, komen qua strekking overeen met de wettelijke bepalingen ten behoeve van de belastingheffing en invordering ten aanzien van derden uit de AWR en de Invorderingswet 1990. Zij worden echter in dit artikel nader genuanceerd en afgestemd op de specifieke gemeentelijke belastingen. Dit houdt in dat slechts door met name genoemde personen of instanties met name genoemde gegevens en inlichtingen verstrekt moeten worden, dan wel met name genoemde gegevens voor raadpleging beschikbaar gesteld moeten worden, indien die voor de heffing en de invordering van met name genoemde gemeentelijke belastingen van belang zijn.
4.13.
Het gaat gelet op voornoemde toelichting om reguliere en beperkte gegevens waarvan de wetgever heeft gemeend dat die van belang zijn voor de heffing van gemeentelijke belastingen (zie ook artikel 1 van Pro het Bggb).
4.14.
Cocensus heeft ter zitting nader toegelicht dat het hier niet om een objectheffing, maar een subjectheffing gaat en dat voor zover de rioolheffing gebaseerd is op verbruik, zoals bij de onder 2.6 genoemde gemeenten het geval is, de verzochte gegevens voor een juiste vaststelling van de aanslagen van belang zijn. In het kader van haar taak moet zij bovendien kunnen nagaan of zich wijzigingen hebben voorgedaan. Dat doet zij ook, heeft zij onweersproken gesteld. Deels geautomatiseerd, deels handmatig. Dat Cocensus kan leunen op de door PWN in het verleden verstrekte gegevens en andere informatiebronnen, is in zijn algemeenheid dan ook niet juist. De gegevens die van belang zijn voor het correct kunnen opleggen van een aanslag kunnen naar hun aard immers veranderen. Het verstrekken van de NAW-gegevens van de contractanten draagt aldus bij aan het correct kunnen opleggen van een aanslag rioolheffing aan de juiste persoon en voor een juist bedrag.
4.15.
Gelet op het vorenstaande moet het verstrekken van de NAW-gegevens van alle contractanten voorshands worden beoordeeld als noodzakelijk en proportioneel voor het correct kunnen opleggen van aanslagen rioolheffing door Cocensus. De conclusie moet derhalve luiden dat de bepalingen van de AVG niet in de weg staan aan de verplichting van PWN tot het verstrekken van de NAW-gegevens van haar contractanten aan Cocensus.
4.16.
In productie 7 bij de dagvaarding heeft Cocensus een voorbeeldbestand opgenomen van de gegevens die PWN per contractant tot oktober 2024 verstrekte en daarna niet meer. Het gaat daarin om de oranje gearceerde regels 4 tot en met 17 en 21. De regels 4 tot en met 17 zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter te scharen onder het begrip NAW-gegevens. Regel 21 is getiteld ‘partnersoort’. Daarachter is door Cocensus genoteerd ‘het gegeven ZZVE gebruiken wij om vast te stellen dat de meter van een veren[i]ging van eigenaar is’. Of hier sprake is van een NAW-gegeven in de zin van artikel 5 van Pro het Bggb is onduidelijk. PWN heeft dit echter niet betwist. Omdat in het geval van een VVE niet sprake is van het verstrekken van persoonsgegevens in de zin van de AVG, zal de voorzieningenrechter PWN daarom ook verplichten deze gegevens te verstrekken.
Conclusie en dwangsom
4.17.
De slotsom is dat de vordering van Cocensus zal worden toegewezen, waarbij de voorzieningenrechter PWN een termijn voor nakoming zal geven van veertien dagen.
4.18.
PWN heeft betoogd dat het niet nodig is om aan die veroordeling een dwangsom te verbinden omdat zij aan een veroordeling vrijwillig gehoor zal geven als
onherroepelijkvast komt te staan dat PWN gehouden is de gevorderde gegevens te verstrekken. Daarvan is met dit vonnis echter nog geen sprake. Het gaat in deze procedure om een voorlopige voorziening waartegen bovendien hoger beroep en cassatie mogelijk is. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding de door Cocensus gevorderde dwangsom alsnog toe te wijzen, met dien verstande dat het maximum bedrag aan te verbeuren dwangsommen zal worden gesteld op € 50.000,00.
Proceskosten
4.19.
PWN is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. PWN is vrijwillig in deze procedure verschenen. De dagvaarding is niet betekend. De proceskosten van Cocensus worden begroot op:
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 1.177,00
- nakosten €
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
bepaalt dat PWN aan Cocensus binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de informatie dient te leveren die in productie 7 van de dagvaarding in de kolom “Nodig voor belastingheffing” oranje is gemarkeerd voor zover betrekking hebbend op de gemeenten Bergen (NH), Beverwijk, Castricum, Dijk en Waard, Haarlemmermeer, Heiloo, Uitgeest en Wormerland,
5.2.
veroordeelt PWN tot betaling van een dwangsom van € 2.500,00 per dag dat niet aan de veroordeling van 5.1 wordt voldaan, tot een maximum van € 50.000,00 zal zijn bereikt,
5.3.
veroordeelt PWN in de kosten van de procedure van € 2.201,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als PWN hier niet tijdig aan voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet PWN € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.