ECLI:NL:RBNHO:2026:178

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
C/15/372533 KG ZA 25-766
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van de vordering tot ontruiming van de woning en verbod tot betreden door de zoon

In deze zaak heeft de vader, eigenaar van een woning, een kort geding aangespannen tegen zijn zoon en diens bewindvoerder. De vader, 87 jaar oud, heeft zijn zoon, 52 jaar oud, vijftien jaar geleden toegestaan om in de woning te verblijven na zijn detentie. Sindsdien heeft de zoon, die zonder recht of titel in de woning verblijft, geweigerd te vertrekken, ondanks herhaalde verzoeken van de vader. De situatie is verslechterd; de zoon veroorzaakt overlast en de vader voelt zich onveilig in zijn eigen huis. De vader heeft de vordering tegen de zoon ingetrokken, maar houdt de vordering tegen de bewindvoerder in stand. Hij vordert ontruiming van de woning en een verbod voor de zoon om de woning te betreden. De bewindvoerder heeft geen verweer gevoerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vader een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming, aangezien de zoon zonder recht of titel verblijft. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen, maar de verzoeken om machtiging tot ontruiming met de sterke arm en om een dwangsom worden afgewezen, omdat deze overbodig zijn. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 983,00. Het vonnis is uitgesproken op 13 januari 2026 door mr. J.H. Gisolf.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/372533 / KG ZA 25-766
Vonnis in kort geding van 13 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. D.E. Post,
tegen

1.[gedaagde] ,

te [plaats] ,
hierna te noemen: de zoon,
niet verschenen,
2.
[bewindvoerder] H.O.D.N. NOVUS BEWINDVOERING,
handelend in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die toebehoren aan de zoon,
te [plaats] ,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
procederend in persoon,
gedaagde partijen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 11 december 2025,
- de mondelinge behandeling van 30 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De uitgangspunten

2.1.
De vader is eigenaar van de woning aan de [adres] ) [plaats] (hierna: de woning).
2.2.
De vader is 87 jaar oud en de zoon 52 jaar oud.
2.3.
Ongeveer vijftien jaar geleden heeft de vader de zoon toegestaan om in de woning te verblijven. De zoon kwam destijds uit detentie en beschikte niet over een eigen woonruimte.
2.4.
Sinds een aantal jaren betaalt de bewindvoerder namens de zoon maandelijks een minimale kostgeldvergoeding aan de vader.
2.5.
De vader heeft de zoon herhaaldelijk, zowel mondeling als schriftelijk, verzocht de woning te verlaten, maar de zoon weigert dit.

3.Het geschil

3.1.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader aangegeven de vordering tegen de zoon te willen intrekken, zodat alleen de vordering tegen de bewindvoerder blijft bestaan.
3.2.
De vader vordert (samengevat) de bewindvoerder:
I. te veroordelen tot ontruiming van de woning aan de [adres] ) [plaats] , met primair machtiging om de ontruiming te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm, en subsidiair op straffe van een dwangsom,
II. een verbod op te leggen dat de zoon na de ontruiming de woning of de tuin niet zonder toestemming van de vader mag betreden, een en ander op straffe van een dwangsom,
III. de bewindvoerder te veroordelen in de proceskosten.
3.3.
De vader legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De zoon verblijft zonder recht of titel in de woning en moet daarom vertrekken. Hoewel de vader zijn zoon destijds uit coulance een tijdelijke verblijfplek heeft aangeboden, verblijft de zoon ruim vijftien jaar later nog steeds in de woning en weigert hij te vertrekken. Het verblijf van de zoon wordt door de vader al jaren als storend ervaren. Zo zorgt de zoon voor ernstige geluidsoverlast, laat hij de woning gebruiken als hangplek voor jongeren en is de woning ernstig vervuild en verwaarloosd. De vader heeft niet het vermogen om hiertegen op te treden. De woonsituatie is inmiddels zodanig verslechterd dat de vader zich ernstig onveilig in de woning voelt. Hierdoor slaapt hij met zijn slaapkamerdeur op slot en ontvlucht hij de woning met regelmaat. Als de vader met de zoon in gesprek wil gaan, wordt de zoon (zowel verbaal als fysiek) agressief richting de vader. De vader heeft samen met zijn dochter geprobeerd hulpverlenende instanties in te schakelen, maar de zoon weigert iedere hulp.
Daarbij komt dat de vader de financiële lasten van de woning inmiddels nauwelijks meer kan opbrengen. Hoewel de zoon sinds een aantal jaar een kostgeldvergoeding betaalt is dit minimaal en onvoldoende toereikend om de lasten te voldoen. De vader heeft dan ook de wens om te gaan samenwonen met zijn vriendin en is voornemens om zijn woning te verkopen.
3.4.
De bewindvoerder heeft geen verweer gevoerd.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de vordering in een gewone procedure zal worden toegewezen.
4.2.
Gelet op de aard van de vordering -gevorderde ontruiming vanwege verblijf zonder recht of titel- heeft de vader een spoedeisend belang bij zijn vorderingen.
Toewijzing vordering tot ontruiming en verbod om de woning te betreden
4.3.
De vader heeft voldoende onderbouwd dat de zoon zonder recht of titel in de woning verblijft en daarom de woning moet verlaten. Omdat de bewindvoerder geen verweer heeft gevoerd zullen de vorderingen als onweersproken en voldoende onderbouwd worden toegewezen.
Afwijzing machtiging sterke arm en dwangsom
4.4.
De primair gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is. Die bevoegdheid heeft de deurwaarder immers al op grond van de wet. Ook de subsidiair gevorderde dwangsom is gelet daarop overbodig en zal derhalve worden afgewezen.
Proceskosten
4.5.
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat de vader heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal de bewindvoerder niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van de vader worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
983,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de bewindvoerder om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] ) [plaats] te ontruimen en ontruimd te houden met en te verlaten en verlaten te houden, met medeneming van alle daarin van de zoon aanwezige personen en zaken, en onder afgifte van alle sleutels die toegang geven tot de tuin/woning aan de vader,
5.2.
verbiedt de zoon na de ontruiming de tuin/de woning zonder toestemming van de vader te betreden,
5.3.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 983,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.
JG/MKI