ECLI:NL:RBNHO:2026:1743

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
15/172316-22
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke bewezenverklaring voorbereidingshandelingen handel en productie MDMA en cocaïne

De rechtbank Noord-Holland heeft op 23 februari 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd verdacht van voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in cocaïne, MDMA en amfetamine.

De tenlastelegging omvatte vier feiten, waarbij de verdachte werd beschuldigd van betrokkenheid bij grootschalige drugshandel via Encrochat-berichten en het bezit van PMK. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de verdachte gebruiker was van het Encrochat-account voor alle momenten, waardoor hij werd vrijgesproken van feiten 1 en 2 (handel in cocaïne). Feit 3 (voorbereidingshandelingen met MDMA) en feit 4 (voorraad PMK) werden gedeeltelijk bewezen verklaard.

De bewijsvoering bestond uit chatberichten, locatiegegevens, voertuigbezit en verklaringen van de verdachte. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte op specifieke data de gebruiker was van het account en zich schuldig maakte aan voorbereidingshandelingen voor MDMA-handel en productie. De strafmaat werd gematigd vanwege persoonlijke omstandigheden en overschrijding van de redelijke termijn, resulterend in een gevangenisstraf van 240 dagen (waarvan 130 voorwaardelijk) en een taakstraf van 100 uur.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van handel in cocaïne, veroordeeld voor voorbereidingshandelingen MDMA en bezit PMK tot 240 dagen gevangenisstraf, waarvan 130 voorwaardelijk, en 100 uur taakstraf.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/172316-22 (P)
Uitspraakdatum: 23 februari 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 februari 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[woonadres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. A. Peters en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte zijn vier feiten tenlastegelegd, die in de kern de volgende verwijten inhouden.
Feit 1:
De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij in de periode van 26 maart 2020 tot en met 23 mei 2020 samen met anderen specifiek benoemde voorbereidingshandelingen heeft verricht ten behoeve van het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne. Hierbij gaat het onder meer om Encrochat berichten over zendingen van 100 kilogram cocaïne en/of 15 kilogram cocaïne en/of een testzending van 10-12 kilogram cocaïne vanuit Panama en/of Ecuador via de luchthaven Schiphol.
Feit 2:
De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij op 5 mei 2020 samen met anderen specifiek benoemde voorbereidingshandelingen heeft verricht ten behoeve van het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne. Hierbij gaat het onder meer om Encrochat berichten over een zending cocaïne vanuit Peru via de luchthaven Schiphol.
Feit 3:
De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij in de periode van 20 april 2020 tot en met 27 mei 2020 samen met anderen specifiek benoemde voorbereidingshandelingen heeft verricht ten behoeve van het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne en MDMA. Hierbij gaat het onder meer om Encrochat berichten over zendingen van één en/of meerdere kilogrammen cocaïne en/of een grote hoeveelheid MDMA in Nederland en Duitsland.
Feit 4:
De verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij op 12 oktober 2022 voorbereidingshandelingen heeft verricht ten behoeve van het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van MDMA en/of amfetamine, immers heeft hij verdachte een zak met PMK-methylglycidaat (hierna: PMK) opgeslagen en/of voorhanden gehad.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als
bijlage Iaan dit vonnis gehecht.

2.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle vier de ten laste gelegde feiten.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken. Hij heeft hiertoe, samengevat weergegeven, het volgende naar voren gebracht.
Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte de gebruiker is geweest van het Encrochat-account “[enchrochatnaam 1]@encrochat.com” (hierna: [enchrochatnaam 1]). Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat niet voldaan is aan het wettelijke bewijsminimum (er is namelijk slechts één bron, de berichten uit de Encrochat-hack). Meer subsidiair heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek (voor het geval de rechtbank van oordeel is dat het bewijsminimum wel gehaald wordt) gedaan tot het horen van [getuige 1] (hierna: [getuige 1]) en [getuige 2] (hierna: [getuige 2]) als getuigen, zijnde de mogelijke gebruiker(s) van het account [enchrochatnaam 1]. De raadsman wijst er daarbij op dat [getuige 1] aanvankelijk door Koninklijke Marechaussee (KMar) is geïdentificeerd als de gebruiker van het account [enchrochatnaam 1] onder meer op basis van het feit dat hij twee dochters heeft, maar in het dossier worden aldus de raadsman geen goede redenen gegeven waarom van die verdenking is afgestapt. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman bepleit dat de verdachte geen opzet had op voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet. Hij wist naar eigen zeggen wel dat hij PMK aanwezig had, maar niet waarvoor dat gebruikt kon worden.
3.3.
Oordeel van de rechtbankDe rechtbank komt tot een vrijspraak van de feiten 1 en 2 en tot een (gedeeltelijke) bewezenverklaring van de feiten 3 en 4. De bewezenverklaring is gebaseerd op de bewijsmiddelen die in
bijlage IIbij dit vonnis zijn vermeld. Hieronder zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot de bewezenverklaring is gekomen.
Feiten 1, 2 en 3
Inleiding
Naar aanleiding van berichten van de gebruiker van het Encrochat-account [enchrochatnaam 1] is bij de KMar de verdenking ontstaan dat de gebruiker van dit account zich in de periode van maart tot en met mei 2020 heeft beziggehouden met (kort gezegd) voorbereidingshandelingen met betrekking tot onder meer de invoer, vervoer en/of het afleveren van verdovende middelen (cocaïne, MDMA en amfetamine) al dan niet via de luchthaven Schiphol. In onderschepte chatberichten van dit account zou onder andere gesproken worden over de kosten, aankoop, verkoop en (de wijze van) invoer van cocaïne. Ook heeft de gebruiker van het account [enchrochatnaam 1] in chatgesprekken foto’s van (vermoedelijk) cocaïne ontvangen en doorgestuurd. De verdenking luidt dat de verdachte in de hier van belang zijnde periode de gebruiker is geweest van het account [enchrochatnaam 1] en zich, al dan niet samen met anderen, heeft schuldig gemaakt aan vorengenoemde voorbereidingshandelingen.
Identificatie
De eerste vraag die de rechtbank bij de beoordeling van de feiten 1, 2 en 3 moet beantwoorden is of de verdachte de gebruiker van het account [enchrochatnaam 1] is geweest in de hier van belang zijnde periode. Het dossier bevat een proces-verbaal van identificatie van het account [enchrochatnaam 1], waarin de KMar een aantal aanwijzingen ten behoeve van de identificatie van de gebruiker ervan op een rij heeft gezet. Uit dit proces-verbaal blijkt voor zover relevant het volgende.
Op 28 maart 2020 vond een chatgesprek plaats tussen [enchrochatnaam 1] en de gebruiker van het Encrochat-account “[enchrochatnaam 2]@encrochat.com” (hierna: [enchrochatnaam 2]). In dit gesprek geeft [enchrochatnaam 1] aan [enchrochatnaam 2] een adres van een garage aan de [adres 1] in Rotterdam door. Uit onderzoek is gebleken dat op dit adres een bedrijfspand is gevestigd en dat [getuige 2] de eigenaar van dit pand was. [getuige 2] staat in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA) ingeschreven op het adres [adres 2] te Barendrecht. Uit een integrale bevraging van dat adres blijkt dat op dit adres ook de verdachte stond ingeschreven, onder meer onder vermelding van zijn geboorteplaats [geboorteplaats].
Het dossier bevat meerdere chatgesprekken waarin het gaat over [geboorteplaats], waaronder een chatgesprek van 27 maart 2020 van [enchrochatnaam 1] aan de gebruiker van het account “[naam enchrochat 1]@encrochat.com” (hierna: [naam enchrochat 1]) en een gesprek van 16 april 2020 tussen [enchrochatnaam 1] en de gebruiker van het account “[naam enchrochat 2]@encrochat.com” (hierna: [naam enchrochat 2]).
Het account [enchrochatnaam 1] werd in de periode van 23 maart 2020 tot en met 10 juni 2020 gebruikt in combinatie met het IMEI nummer [nummer 1] en met het telefoonnummer [nummer 2]. Uit onderzoek naar dit IMEI nummer is gebleken dat het nummer zich in die periode veelvuldig ophield in de nabije omgeving van vier straten. Deze vier straten zijn ongeveer 190, 220 en 400 meter gelegen van het toenmalige GBA adres van de verdachte respectievelijk ongeveer 350 meter van het adres [adres 1] in Rotterdam.
Het dossier bevat een chatgesprek van 23 april 2020 waarin [enchrochatnaam 1] een foto stuurt naar “[naam enchrochat 3]@encrochat.nl” (hierna: [naam enchrochat 3]) vanuit een Volkswagen Golf met daarbij de tekst “Ik kom in die golf 7 zwarte”. Uit onderzoek is gebleken dat de verdachte in de periode van 8 oktober 2018 tot en met 4 juni 2020 een zwarte Volkswagen Golf op zijn naam had staan.
Het dossier bevat een chatgesprek van 2 mei 2020 tussen [enchrochatnaam 1] en [naam enchrochat 2]. [enchrochatnaam 1] schrijft daarbij aan [naam enchrochat 2] dat twee “popo” hem hadden gestopt. [enchrochatnaam 1] heeft het er daarbij over aan te zijn gekomen “met mocro platen”. Uit een politiemutatie is gebleken dat de verdachte op 2 mei 2020 omstreeks 16:01 uur is staande gehouden in Ridderkerk. De verdachte was tijdens deze staande houding de bestuurder van een Mercedes Benz A-klasse, voorzien van Marokkaanse kentekenplaten.
Op 13 mei 2020 stuurt [enchrochatnaam 1] een foto vanuit een Mercedes met een rood stuur naar [naam enchrochat 1] met daarbij de tekst “ben nu onderweg”. Op 17 en 18 mei 2020 stuurt [enchrochatnaam 1] ook foto’s vanuit een Mercedes naar [naam enchrochat 2] en [naam enchrochat 1]. Hierbij is wederom een rood stuur en ook een rood interieur te zien. De foto’s zijn voorgelegd aan een Mercedes-specialist. Volgens deze Mercedes-specialist komen de foto’s overeen met een Mercedes A-klasse die vaak geïmporteerd wordt vanuit het buitenland.
Tussenconclusie: de verdachte is een gebruiker van account [enchrochatnaam 1]
Op basis van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte een gebruiker was van het Encrochat-account [enchrochatnaam 1]. De rechtbank heeft echter ook geconstateerd dat het dossier aanwijzingen bevat voor ten minste één andere gebruiker van dat account. Zo wordt op 26 mei 2020 door [enchrochatnaam 1] een bericht gestuurd dat hij zijn dochters gaat ophalen. Uit het dossier volgt echter dat de verdachte geen dochters heeft. Ook wordt voor [enchrochatnaam 1] de nickname “[nick-name]” gebruikt, waar volgens het onderzoeksteam een Porsche Panamera mee wordt bedoeld. De rechtbank kan uit het dossier niet afleiden dat de verdachte enige link heeft met een dergelijke auto. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de verdachte op bepaalde momenten, die hierna worden toegelicht, de gebruiker is geweest van het account, maar dat dat niet noodzakelijkerwijs kan worden vastgesteld voor alle momenten in de tenlastegelegde periode.
De specifieke momenten waarop de gevolgtrekking naar het oordeel van de rechtbank wel onontkoombaar is dat de verdachte de gebruiker was van het account [enchrochatnaam 1], betreffen de volgende data: 2, 13, 16, 17 en 18 mei 2020, alsmede 22 en 23 april 2020. De rechtbank zal hieronder uiteenzetten hoe zij tot deze conclusie komt. Deze data vallen in de periodes die zijn tenlastegelegd in de feiten 1 en 3.
Het onder feit 2 tenlastegelegde is beperkt tot “op of omstreeks 5 mei 2020”. Omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat de verdachte in dat tijdsbestek de (enige) gebruiker is geweest van het account [enchrochatnaam 1], zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde feit.
Berichten op 2 mei 2020
Op 2 mei 2020 heeft vanaf 20:47 uur het eerder genoemde chatgesprek plaatsgevonden waarin [enchrochatnaam 1] naar [naam enchrochat 2] het bericht stuurt dat hij is staande gehouden door de “popo”. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat hiermee over het algemeen de politie wordt bedoeld. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij die dag is staande gehouden door de politie. Ook heeft hij verklaard dat de Mercedes Benz A-klasse waarin hij reed ten tijde van de staande houding Marokkaanse kentekenplaten had. Dit komt overeen met de politiemutatie waarin wordt beschreven dat de verdachte op 2 mei 2020 omstreeks 16:01 uur is staande gehouden in een Mercedes met Marokkaanse kentekenplaten. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die op 2 mei 2020 om 20:47 uur de gebruiker is geweest van het account [enchrochatnaam 1]. Op diezelfde dag heeft tussen 19:41 uur en 20:38 uur een chatgesprek plaatsgevonden tussen [enchrochatnaam 1] en [naam enchrochat 1]. Gelet op de zeer korte tijd, namelijk 9 minuten, tussen het gesprek met [naam enchrochat 2] en het gesprek met [naam enchrochat 1], kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat de verdachte ook de gebruiker was van het account [enchrochatnaam 1] in het gesprek met [naam enchrochat 1]. In dit gesprek schrijft [naam enchrochat 1] “Bre”, “Colo stempel channel”, “27.5” en “26.5 voor ons”. [enchrochatnaam 1] schrijft vervolgens “Is goed, laat ik het even voorstellen” (vertaald uit het Turks) aan [naam enchrochat 1] en direct daarna “Chanel stempel colo 27,5” aan [naam enchrochat 2].
Het is de rechtbank uit andere zaken ambtshalve bekend dat in zaken betreffende de Opiumwet met “colo” over het algemeen cocaïne afkomstig uit Colombia wordt bedoeld, terwijl 27.5 en 26.5 zou kunnen duiden op de kiloprijs voor cocaïne zoals die in die periode gold. Toch komt de rechtbank hiermee niet tot een bewezenverklaring van enig ten laste gelegd feit. Uit de chatgesprekken zou weliswaar kunnen worden afgeleid dat wordt gesproken over het (door)verkopen van een kilo cocaïne, maar deze gedraging valt niet onder een van de specifiek onder de gedachtestreepjes ten laste gelegde voorbereidings- of bevorderingshandelingen van de feiten 1, 2 of 3. Daarbij merkt de rechtbank op dat de verweten feitelijke gedragingen van de feiten 1 en 2 zonder uitzondering zien op een specifieke methode van invoer van verdovende middelen via de luchthaven Schiphol en de verweten feitelijke gedragingen van feit 3 kennelijk betrekking hebben op chatberichten beschreven op de daar genoemde paginanummers in het proces-verbaal. De berichten op 2 mei 2020 tussen [enchrochatnaam 1] en [naam enchrochat 1] respectievelijk [naam enchrochat 2] vallen naar het oordeel van de rechtbank echter onder geen van die verweten gedragingen.
Berichten op 13, 16, 17 en 18 mei 2020
Op 13, 17 en 18 mei 2020 heeft het account [enchrochatnaam 1] diverse foto’s gestuurd vanuit een Mercedes Benz A-klasse. Op deze foto’s zijn delen van het interieur te zien, te weten een deel van een rood stuur en rode accenten in het rechter portier. Nu de verdachte op de zitting heeft verklaard dat hij in deze periode in het bezit was van een Mercedes Benz A-klasse met rode interieuraccenten, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte ook op deze drie momenten de gebruiker is geweest van het account.
Ten aanzien van het chatgesprek dat op 13 mei 2020 heeft plaatsgevonden tussen [enchrochatnaam 1] en [naam enchrochat 1] constateert de rechtbank echter eveneens dat geen sprake is van berichten die vallen onder de specifiek onder de gedachtestreepjes benoemde voorbereidings- of bevorderingshandelingen zoals onder de feiten 1 en 3 ten laste gelegd.
Op 17 mei 2020 om 09:02 uur is door [enchrochatnaam 1] opnieuw een foto vanuit de Mercedes Benz gestuurd waarbij hij zegt dat hij onderweg is. De rechtbank gaat ervan uit, gelet op het voorgaande, dat de verdachte ten tijde van het sturen van de foto dus de gebruiker was van het account. Op diezelfde dag vindt een gesprek plaats tussen [enchrochatnaam 1] en de gebruiker van “[naam encrochat 1]@encrochat.com” (hierna: [naam encrochat 1]). Dit gesprek is op 16 mei 2020 om 20:53 uur gestart en op 17 mei 2020 om 14:51 uur geëindigd. De rechtbank stelt vast dat de verdachte dus in ieder geval de gebruiker was van het account [enchrochatnaam 1] ten tijde van het gesprek met [naam encrochat 1]. Gelet op het feit dat het gesprek op 17 mei 2020 met [naam encrochat 1] al een dag eerder is gestart, concludeert de rechtbank dat de verdachte ook op 16 mei 2020 de gebruiker moet zijn geweest van het account. In het gesprek met [naam encrochat 1] worden door [enchrochatnaam 1] instructies gegeven over hoe de “M” moet worden verpakt. [enchrochatnaam 1] vraagt [naam encrochat 1] vervolgens om een foto, waarbij [naam encrochat 1] zegt deze zo te sturen. [naam encrochat 1] heeft het daarbij over “blikje 400 gr knakworstjes”. Op diezelfde dag vindt één minuut later (om 14:52 uur) een chatgesprek plaats tussen [enchrochatnaam 1] en “[naam encrochat 2]@encrochat.com” (hierna: [naam encrochat 2]). Daarbij stuurt [enchrochatnaam 1] een foto van een pakket waarop een zak met daarin een substantie en een blik knakworstjes te zien is. [enchrochatnaam 1] schrijft daarbij “Bro dit is 2kg mdma”. Daaropvolgend vindt er een gesprek plaats over de vraag of de MDMA per 1 of 2 kilo verpakt moet worden.
De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het de verdachte is geweest die op 16 en 17 mei 2020 de gesprekken heeft gevoerd met [naam encrochat 1] en [naam encrochat 2]. Op grond van de inhoud van de berichten komt de rechtbank daarmee tot een (gedeeltelijke) bewezenverklaring van feit 3. De rechtbank is van oordeel dat de chatgesprekken die de verdachte op 16 en 17 mei 2020 met andere Encrochat-gebruikers heeft gevoerd, niet anders kunnen worden opgevat dan als voorbereidings- en bevorderingshandelingen voor de handel in MDMA. De berichten, in onderlinge samenhang bezien, leveren dan ook het wettig en overtuigend bewijs op dat de verdachte zich samen met anderen hieraan heeft schuldig gemaakt.
Berichten op 22 en 23 april 2020
Tot slot bevat het dossier een chatgesprek van 23 april 2020 tussen [enchrochatnaam 1] en [naam enchrochat 3] waarin [enchrochatnaam 1] een foto stuurt vanuit een Volkswagen Golf en waarbij hij schrijft “Ik kom in die golf 7 zwarte”. Nu de verdachte op de zitting heeft verklaard dat hij in deze periode in het bezit was van een Volkswagen Golf 7 en zo’n auto toen ook op zijn naam stond, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte op 23 april 2020 de gebruiker is geweest van het account. Het chatgesprek tussen [enchrochatnaam 1] en [naam enchrochat 3] is een dag eerder, op 22 april 2020 gestart. De rechtbank concludeert daarom dat de verdachte ook op 22 april 2020 de gebruiker is geweest van het account. In het gesprek, dat wordt tenlastegelegd onder feit 3, na “Pv chats pagina 58-60”, wordt door [naam enchrochat 3] geschreven dat hij een “blokkie” voor hem heeft ingepakt en klaargelegd. [enchrochatnaam 1] schrijft daarop dat hij zo laat weten hoe laat hij het komt halen. Later in het gesprek wordt door [enchrochatnaam 1] gevraagd waar hij “die blokje” kan ophalen. De rechtbank komt hiermee echter niet tot een bewezenverklaring van dit deel van de tenlastelegging. Nu het dossier ook meerdere gesprekken over de mogelijke handel in hasj bevat, acht de rechtbank de berichten over “blokkie” en “blokje” op zichzelf onvoldoende voor de gevolgtrekking dat hier over cocaïne (of MDMA) wordt gecommuniceerd. Voorbereidings- of bevorderingshandelingen met het oog op deze middelen kunnen dus niet worden bewezen.
Conclusie feit 3
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feit 3 tenlastegelegde voorbereidings- en bevorderingshandelingen heeft begaan, voor zover het gaat om de chatberichten over MDMA op 16 en 17 mei 2020.
Unus testis nullus testis-regel
De raadsman heeft aangevoerd dat het bewijs uitsluitend is gebaseerd op één enkel bewijsmiddel en dat een bewezenverklaring daardoor in strijd is met het wettelijke bewijsminimum. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
De bewezenverklaring is hoofdzakelijk gebaseerd op chatberichten waar de gebruiker [enchrochatnaam 1] aan heeft deelgenomen. Deze chatberichten zijn weergegeven in een proces-verbaal van bevindingen van een opsporingsambtenaar. De door de raadsman genoemde minimum-bewijs-regel van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), houdt in dat het bewijs niet uitsluitend kan bestaan uit de verklaring van één getuige. Artikel 344, tweede lid, Sv, bepaalt echter dat deze regel niet van toepassing is op bewijs dat is gebaseerd op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar. Nog daargelaten dat de rechtbank het bewijs van feit 3 ook baseert op de verklaring van de verdachte en het proces-verbaal van identificatie, is de door de raadsman aangehaalde minimum-bewijs-regel in deze situatie niet van toepassing, zodat het verweer wordt verworpen.
Getuigenverzoeken [getuige 1] en [getuige 2]
De raadsman heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van [getuige 1] en [getuige 2] als mogelijke gebruiker(s) van het account [enchrochatnaam 1]. Naar het oordeel van de rechtbank is het horen van deze getuigen niet noodzakelijk. Zoals hiervoor uiteengezet acht de rechtbank het niet onaannemelijk dat meerdere personen gebruik hebben gemaakt van hetzelfde Encrochat-account. Het horen van deze twee getuigen is daarom niet van belang voor de beantwoording van een van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv.
Feit 4
Aangetroffen PMK
Tijdens een doorzoeking op het verblijfsadres van de verdachte is een zak met (circa) 1 kilo PMK aangetroffen. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij wist dat het PMK betrof en dat hij wist dat het illegaal was. Hij zou de PMK voor, naar zijn zeggen, foute vrienden moeten bewaren en hij zou daar geld voor krijgen.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich op 12 oktober 2022 schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA en/of amfetamine en daar ook het opzet op had.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
Feit 3:hij in de periode van 16 mei 2020 tot en met 17 mei 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken, vervoeren van een hoeveelheid MDMA, voor te bereiden en/of te bevorderen,
zich en/of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader, wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader (al dan niet via Encrochat verzonden berichten):
(Pv chats pagina 75-79 en/of 102-107)
- meermalen met een ander of anderen contact gehad en instructies gegeven over het verpakken en/of het gewicht en/of de grootte van te verzenden en/of te vervoeren partijen/kilogrammen MDMA en/of de dag waarop de te verzenden/vervoeren partij(en) MDMA (voor het vervoer) gereed moeten zijn en
- meermalen afbeeldingen ontvangen en verstuurd (naar een ander of anderen) met daarop de wijze/grootte van te verpakken/verpakte kilogrammen/zendingen MDMA;
Feit 4:hij op 12 oktober 2022 te Barendrecht, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken van een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, een stof voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd was tot het plegen van dat feit, immers heeft hij verdachte een zak met (circa) 1 kilogram PMK-methylglycidaat voorhanden gehad.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte onder meer of anders ten laste is gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 3:
om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen.
Feit 4:
om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, alsmede met de overschrijding van de redelijke termijn en het feit dat artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor het afleveren, verstrekken en vervoeren van MDMA en voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine/MDMA. De rechtbank acht de bewezenverklaarde feiten ernstig. De handel en productie van genoemde verdovende middelen gaan gepaard met vele andere vormen van - ook zeer zware - criminaliteit, waaronder levensdelicten en de door de gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze middelen. Met zijn handelen heeft de verdachte laten zien geen rekening te houden met al deze negatieve gevolgen en slechts oog te hebben gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank rekent de gepleegde feiten de verdachte dan ook zwaar aan.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel Justitiële documentatie (strafblad) van de verdachte van 31 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte in 2023 door de rechtbank Oost-Brabant is veroordeeld voor voorbereidingshandelingen inzake amfetamine productie. Verder heeft de rechtbank gelet op wat de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard over zijn persoonlijke omstandigheden en wat hierover uit het dossier blijkt. De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 5 februari 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. De verdachte functioneerde voor de eerdere veroordeling goed in de maatschappij en na zijn vrijlating liet hij hetzelfde beeld zien. De reclassering ziet dat zijn detentieperiode een grote impact heeft gehad op de verdachte en derhalve effectief lijkt te zijn geweest om herhaling te voorkomen. Vanuit politie en justitie zijn nadien geen nieuwe signalen/meldingen binnengekomen en daarmee is een afname zichtbaar in de frequentie van eerder delictgedrag. Dit heeft de verdachte ook laten zien tijdens zijn voorwaardelijke invrijheidstelling, die hij positief heeft doorlopen en waarbij hij zich aan de gestelde voorwaarden en afspraken heeft gehouden. De verdachte lijkt afstand te hebben genomen van negatieve sociale contacten en richt zich op zijn werk en familie, die als beschermende factoren worden aangemerkt. De reclassering ziet geen aanknopingspunten voor interventies, dan wel voor een reclasseringstoezicht. Bij een bewezenverklaring wordt geadviseerd een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
Tussenconclusie
Voor de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen zijn binnen de rechtspraak geen oriëntatiepunten ontwikkeld. De rechtbank heeft daarom aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken door rechtbanken en gerechtshoven worden opgelegd. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van twaalf maanden in beginsel passend en geboden is, zodat deze straf als uitgangspunt dient.
Op te leggen straf
Gezien de ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daartegenover staat dat de rechtbank ook oog heeft voor de persoon van de verdachte, de afstand die hij genomen lijkt te hebben van negatieve sociale contacten en de beschermende factoren die op dit moment in zijn leven zijn. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onwenselijk dat de verdachte opnieuw terug gaat naar de gevangenis. Daarbij heeft het in onderhavige zaak lang geduurd voor er een vonnis is gewezen. In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Bij de uitleg van dit grondrecht wordt als uitgangspunt genomen dat een strafzaak bij de rechtbank moet zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit strafvervolging zal worden ingesteld. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak de aanvangsdatum van de redelijke termijn moet worden gesteld op 12 oktober 2022, de datum van de aanhouding en inverzekeringstelling. Nu het eindvonnis op 23 februari 2026 wordt gewezen, is de termijn van twee jaren overschreden met ruim zestien maanden. De rechtbank is van oordeel dat hieraan meerdere oorzaken ten grondslag liggen en dat de vertraging niet slechts aan het Openbaar Ministerie of aan de verdachte is te wijten. Ter compensatie van de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank een lagere (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf aan de verdachte opleggen dan de genoemde twaalf maanden, alsmede een taakstraf.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 240 dagen passend en geboden is. De rechtbank bepaalt dat hiervan 130 dagen vooralsnog niet ten uitvoer worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 100 uur.
7. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
De rechtbank is van oordeel dat onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten
  • 1 STK GSM (Omschrijving: PL2700-22-091093-5, Grijs, merk: Google)
  • 1 STK GSM (Omschrijving: PL2700-22-091093-2, Zwart, merk: Google)
  • 1 STK GSM (Omschrijving: PL2700-22-091093-10, Blauw, merk: Apple)
  • 1 STK GSM (Omschrijving: PL2700-27FBE220006_12569, Zwart, merk: Google)
dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 63 van het Wetboek van Strafrecht;
10a van de Opiumwet.

9.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder de feiten 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten 3 en 4 heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten het hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
130 (honderddertig) dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van
100 (honderd) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 dagen hechtenis.
Gelast de teruggave aan de verdachte van:
  • 1 STK GSM (Omschrijving: PL2700-22-091093-5, Grijs, merk: Google)
  • 1 STK GSM (Omschrijving: PL2700-22-091093-2, Zwart, merk: Google)
  • 1 STK GSM (Omschrijving: PL2700-22-091093-10, Blauw, merk: Apple)
  • 1 STK GSM (Omschrijving: PL2700-27FBE220006_12569, Zwart, merk: Google)
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.E. Francke, voorzitter,
mr. E.L. Hoogstraate en mr. H. Bakker, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.B.A.F. Burggraaf,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 februari 2026.
Bijlage I
1)
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 maart 2020 tot en met 23 mei 2020 te Schiphol en/of Barendrecht en/of (elders in) Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen (vanuit Panama en/of Ecuador, in elk geval vanuit het buitenland) van een hoeveelheid van 100 kilogram cocaïne en/of een hoeveelheid van vermoedelijk 15 kilogram cocaïne (althans, en/of, een testzending van 10-12 kilogram), in elk geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans bevattende (telkens) een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) (al dan niet via Encrochat verzonden bericht(en)) verkregen informatie met een ander of anderen heeft gedeeld en/of
- ( meermalen) aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen een datum en/of data en/of een dag en/of periode doorgegeven op/in welke dag/dagen/periode die partij(en) verdovende middelen verzonden en/of via luchthaven Schiphol Nederland ingevoerd dienen te worden en/of
- ( meermalen) aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen en/of afspraken gemaakt en/of ontmoeting(en) gehad en/of instructies gegeven over het land van herkomst van de verdovende middelen en/of de hoeveelheid en/of de prijs en/of de kosten en/of een daarvoor te betalen borg die gemoeid zijn met te verzenden en/of in Nederland in te voeren en/of op Schiphol uit vliegtuig(en) te laten (uit)halen van (al dan niet
testzending(en)/partij(en)) verdovende middelen en/of
- ( meermalen) aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen een of meerdere bericht(en) verkregen en/of doorgestuurd gekregen (waarin in die bericht(en) wordt gecommuniceerd over vluchten en/of per vliegtuig te smokkelen en/of uit een vliegtuig uit te halen verdovende middelen) en/of een of meerdere (foto’s van) genoemde bericht(en) heeft doorgestuurd aan een ander of anderen en/of
- aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen over het (al dan niet) verstrekken van een manifest (van een vlucht alwaar verdovende middelen in vervoerd gaan/dienen (te) worden) en/of
- aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen een of meerdere afbeelding(en) ontvangen en/of (door)gestuurd aan een ander of anderen waarin op genoemde afbeelding(en) Douanevoertuigen nabij een vliegtuig op de luchthaven Schiphol zichtbaar zijn (met daarbij de opmerking dat het een cargo/vracht vlucht is afkomstig vanuit Panama en dat het op dat moment/die periode niet verstandig is om ‘te werken’) en/of
- ( meermalen) aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen een of meerdere afbeelding(en) ontvangen en/of (door)gestuurd aan een ander of anderen waarin op genoemde afbeelding(en) het Cargo proces van/bij een vliegtuig zichtbaar is en/of
- ( meermalen) aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen en/of afspraken gemaakt over methode(s) om (een zending) verdovende middelen (voor en/of tijdens het transport per vliegtuig) te verpakken en/of te verbergen en/of te vervoeren en/of van een GPS zender/tracker te voorzien en/of
- aan een ander of anderen medegedeeld dat de GPS(zender/tracker) binnen is en/of
- ( meermalen) aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen en/of afspraken gemaakt en/of instructies gegeven en/of toegestuurd gekregen en/of doorgestuurd (naar een ander of anderen) omtrent het transport(middel) alwaar die (zending) verdovende middelen in/op vervoerd (moeten) gaan worden en/of de positie/locatie van de dozen (met verdovende middelen) op genoemd transport(middel) en/of het (aan de buitenzijde/dozen) vastmaken van die zending verdovende middelen met tie-raps en/of het voorzien van een ander of anderen van een manifest (met daarop de goederen/pallets aan boord van een vlucht) en/of het voorzien van dozen (met daarin verdovende middelen) van een waarmerk en/of het toesturen van een of meerdere afbeelding(en) van de dozen (met daarin verdovende middelen) met daarbij een krant van die dag en/of de (bij die zending) geplaatste GPS(zender) en/of het toesturen van een of meerdere afbeelding(en) van de/het palletnummer(s) alwaar die dozen (met verdovende middelen) op geplaatst (gaan) worden en/of het soort vlucht (vracht) waarmee en/of met welke luchtvaartmaatschappij die verdovende middelen vervoerd moeten gaan worden en/of
- een afbeelding van een ander of anderen ontvangen en/of aan een ander of anderen verzonden/doorgestuurd met daarop een tekening van een pallet/plaat alwaar de dozen/lading met verdovende middelen op vervoerd moet gaan worden en waarbij is aangegeven op welke positie/plek(ken)/hoek(en) van de pallet/plaat de dozen met verdovende middelen dienen te worden geplaatst en/of
- ( meermalen) contact met elkaar en/of een ander of anderen onderhouden en/of besprekingen gevoerd en/of afspraken gemaakt, (al dan niet) om (nader) aan te
sturen en/of instructies en/of aanwijzingen te ontvangen en/of te versturen en/of informatie te delen over de zending(en) van verdovende middelen (naar luchthaven Schiphol) en/of het logistieke (vrachtafhandelings)proces op Schiphol;
2)
hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 5 mei 2020 te Schiphol en/of Barendrecht en/of (elders in) Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen (vanuit Peru, in elk geval vanuit het buitenland) van een hoeveelheid cocaïne, in elk geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans bevattende (telkens) een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) (al dan niet via Encrochat verzonden bericht(en)):
- aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen de vraag gesteld en/of communicatie gevoerd (over) wanneer vluchten vanuit Peru (naar Schiphol) weer mogelijk zijn (om daarin te vervoeren verdovende middelen daaruit op luchthaven Schiphol weg te (laten) halen) en/of
- ( meermalen) aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen en/of afspraken gemaakt en/of ontmoeting(en) gehad en/of instructies gegeven over de hoeveelheid en/of de prijs en/of de kosten en/of een daarvoor te betalen borg die gemoeid zijn met te verzenden en/of in Nederland in te voeren en/of op Schiphol uit vliegtuigen te laten (uit)halen van (al dan niet testzending(en)/partij(en)) verdovende middelen en/of
- ( meermalen) aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen en/of afspraken gemaakt en/of instructies gegeven over het soort vlucht (Cargo/vracht) en/of de luchtvaartmaatschappij alwaar verdovende middelen in/mee vervoerd moeten gaan worden (naar Nederland) en/of
- ( meermalen) een of meer afbeelding(en) aan een ander of anderen verzonden en/of van een ander of anderen ontvangen van transportmiddel(en) en/of het vrachtafhandelingsproces op Schiphol en/of opbergplek(ken) alwaar verdovende middelen in/op vervoerd en/of geplaatst (moeten/kunnen) gaan worden en/of
- aan/van/met elkaar en/of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen en/of afspraken gemaakt en/of vragen gesteld over de wijze waarop en/of het soort lading waarmee verdovende middelen in een vliegtuig verborgen dienen te worden;
3)
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 april 2020 tot en met 27 mei 2020 te Barendrecht en/of Ridderkerk en/of Rijsoord en/of (elders in) Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, van een hoeveelheid van 1 kilogram cocaïne en/of een grote hoeveelheid MDMA en/of meerdere kilogrammen cocaïne, in elk geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans bevattende (telkens) een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- een of meer ander(en) getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) (al dan niet via Encrochat verzonden bericht(en)):
(Pv chats pagina 58-60)
- ( meermalen) met een ander of anderen contact gehad en/of besprekingen gevoerd en/of afspraken gemaakt over het ophalen en/of in ontvangst nemen van ‘een blok’ (verdovende middelen) en/of
- zich per auto begeven naar Ridderkerk/Rijsoord om aldaar voornoemd ‘blok’/de verdovende middelen in ontvangst te nemen en/of
- in Ridderkerk/Rijsoord voornoemd ‘blok’/verdovende middelen in ontvangst genomen/overhandigd gekregen en/of
(Pv chats pagina 51-55)
- ( meermalen) met een ander of anderen contact gehad en/of besprekingen gevoerd en/of een of meerdere bericht(en) verstuurd en/of afspraken gemaakt met betrekking tot/over het (ver)kopen van en/of een mogelijke afnemer in Duitsland van een (kilo)blok (verdovende middelen) en/of het daarvoor te betalen bedrag en/of
- een foto met daarop een (kilo)blok (verdovende middelen) ontvangen en/of naar een ander verzonden en/of
(Pv chats pagina 75-79 en/of 102-107)
- ( meermalen) met een ander of anderen contact gehad en/of besprekingen gevoerd en/of afspraken gemaakt en/of instructies gegeven over het verpakken en/of het gewicht en/of de grootte van te verzenden en/of te vervoeren en/of uit te voeren partij(en)/kilogrammen MDMA en/of de dag waarop de te verzenden/vervoeren partij(en) MDMA (voor het vervoer) gereed moeten zijn en/of
- ( meermalen) afbeeldingen ontvangen en/of verstuurd (naar een ander of anderen) met daarop de wijze/grootte van te verpakken/verpakte kilogrammen/zending(en) MDMA;
4)
hij op of omstreeks 12 oktober 2022 te Barendrecht, in elk geval in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, een stof/stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft hij verdachte een zak met (circa) 1 kilogram PMK-methylglycidaat opgeslagen en/of voorhanden gehad.