Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:1679

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
11763997 WM25-1054, 11764008 WM25-1055
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 62 RVV 1990Wegenverkeerswet 1994Regeling domeinlijsten boa
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor negeren geslotenverklaring vrachtauto’s en autobussen

Betrokkene is beboet voor het negeren van een geslotenverklaring (bord C7b) voor vrachtauto’s en autobussen op de A7 nabij de Neckerstraat in Purmerend. De boetes zijn opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in het domein milieu, welzijn en infrastructuur, die bevoegd is tot handhaving op dit verkeersbord vanwege de bescherming van het milieu en het tegengaan van overlast.

De rechtbank oordeelt dat de boa bevoegd was om de boetes op te leggen, omdat de handhaving verband houdt met het voorkomen van verdere vertraging van herstelwerkzaamheden aan het viaduct, die noodzakelijk zijn vanwege constructieve onveiligheid veroorzaakt door zwaar vrachtverkeer. De gedraging van betrokkene is voldoende vastgesteld aan de hand van foto’s en andere stukken, en er zijn geen inhoudelijke gronden voor matiging of vernietiging van de boetes.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door kantonrechter S. Slijkhuis en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboetes wegens het negeren van een geslotenverklaring voor vrachtauto’s en autobussen wordt ongegrond verklaard en de boetes blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummers :
11763997
11764008
CJIB-nummers :
['nummer']
Uitspraakdatum : 5 februari 2026
Uitspraak op een beroep tegen de boetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) en proces-verbaal van de zitting
in de zaken van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde].

De verkeersboetes en het beroep

Aan betrokkene zijn boetes opgelegd voor een verkeersovertreding (met een vrachtauto of autobus een geslotenverklaring voor vrachtauto’s en autobussen negeren (bord C7b)).
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boetes. Het beroep is behandeld op de zitting van 5 februari 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

De beoordeling

De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) die de sanctie heeft opgelegd, daartoe niet bevoegd was.
De gedraging betreft een overtreding van artikel 62 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV), namelijk het als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord C7b (gesloten voor autobussen of vrachtauto’s). Uit het zaakoverzicht blijkt dat de sanctie is opgelegd door een boa in het domein milieu, welzijn en infrastructuur. In de Regeling domeinlijsten boa is bepaald dat de boa in het domein milieu, welzijn en infrastructuur (Domein II) onder meer belast is met de opsporing van de strafbare feiten ten aanzien van het bepaalde bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Daarbij is de bevoegdheid van de boa beperkt tot - voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer - de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28 juncto 31, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV Pro juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) en D (rijrichting) RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan voor zover de handhaving betrekking heeft op het tegengaan van overlast of op de bescherming van het milieu of de natuur.
Hieruit volgt dat de boa in het domein milieu, welzijn en infrastructuur dus bevoegd is te handhaven op artikel 62 van Pro het RVV 1990 en bord C7b, indien deze handhaving betrekking heeft op het tegengaan van overlast of op de bescherming van het milieu of de natuur. Dat is hier het geval.
Op 31 maart 2023 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een verkeersbesluit gepubliceerd waarin – kort gezegd – is besloten tot het per direct tijdelijk afsluiten van het viaduct gelegen in de A7 over de Neckerstraat in de gemeente Purmerend voor voertuigen en samenstellen van voertuigen zwaarder dan 30 ton. Daaraan lag ten grondslag dat uit onderzoek was gebleken dat de steunpunten van het bewuste viaduct zwaar vrachtverkeer niet konden dragen en herstel van het viaduct zou moeten plaatsvinden.
Deze herstelwerkzaamheden zijn aangevangen vanaf 1 april 2024.
In het daaropvolgende verkeersbesluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 26 april 2024 is besloten tot een algeheel verbod voor vrachtwagens en bussen op deze plek (het weggedeelte van rijksweg A7 tusen hm 12.100 en hm 15.800 in beide rijrichtingen) door plaatsing van de verkeersborden C7b in de periode van 29 april tot en met 31 augustus 2024 (of zoveel korter of langer dan noodzakelijk). Daaraan is ten grondslag gelegd dat gebleken is dat, ondanks het instellen van de gewichtsbeperking en handhaving daarop, een aanzienlijk deel van het vrachtverkeer zwaarder dan 30 ton over de brug rijdt, wat tot constructieve onveiligheid en verdere verzwakking tijdens de uitvoeringsfase van het project leidt. Om die reden is het herstelwerk ook stilgelegd, wat voor weggebruikers onwenselijk is, omdat hiermee de einddatum van het project verschuift en de daarmee de periode van hinder langer zal duren.
Uit deze motivering blijkt dat de handhaving op het verkeersbord C7b in dit geval in ieder geval betrekking heeft op het tegengaan van overlast (namelijk verdere vertraging van het herstelwerk en langer durende hinder voor weggebruikers). Dat maakt dat de boa bevoegd was tot handhaving.
Nu de gedraging op basis van de beschikbare stukken, waaronder de foto’s, kan worden vastgesteld en daar ook geen inhoudelijke beroepsgronden tegen zijn gericht, zijn de boetes terecht opgelegd. Voor matiging bestaat geen grond.
Er is geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

Inzake de dossiers met het kenmerk en cjibnummer:
11763997 WM VERZ 25-1054 ['nummer']
11764008 WM VERZ 25-1055 ['nummer']
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: