ECLI:NL:RBNHO:2026:1674

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
11877743 \ CV EXPL 25-6006
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 6:119 lid 2 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis inzake betalingsovereenkomst en toetsing algemene voorwaarden

De eisende partij, Kennemer B.V., heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens een betalingsvordering van €2.543,41, vermeerderd met incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan de precontractuele informatieplichten volgens artikel 6:230l BW is voldaan, wat voldoende is onderbouwd door de eisende partij. Tevens is op grond van het Dexia-arrest en Richtlijn 93/13/EEG onderzocht of de toepasselijke algemene voorwaarden, de Uniforme Voorwaarden Horeca, oneerlijke bedingen bevatten. De relevante artikelen 14.6, 14.7 en 14.8 zijn niet oneerlijk bevonden.

De gevorderde wettelijke rente is slechts toegewezen over de hoofdsom en incassokosten, niet over reeds berekende rente die niet over een heel jaar is verschuldigd. De vordering is verder toegewezen en de gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.159,49 plus wettelijke rente en proceskosten, na ambtshalve toetsing van precontractuele informatie en algemene voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11877743 \ CV EXPL 25-6006
Uitspraakdatum: 18 februari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Kennemer B.V.,voorheen handelende onder de naam
Blosh Bloemendaal
te Bloemendaal
de eisende partij
gemachtigde: mr. O.J. Boeder
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 2.543,41, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest [2] , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.5.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: ‘Uniforme Voorwaarden Horeca’ (hierna: de algemene voorwaarden).
2.6.
De bedingen uit de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering, te weten de artikelen 14.6, 14.7 en 14.8, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
2.7.
De gevorderde verdere rente is gelet op het bepaalde in artikel 6:119 lid 2 BW Pro niet toewijsbaar over de al berekende rente voor zover deze niet over een geheel jaar verschuldigd is. Omdat de eisende partij hierover niets heeft gesteld, zal de verdere rente alleen over de hoofdsom en de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen
2.8.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.9.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.159,49, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.922,75 vanaf 11 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 514,00;
salaris gemachtigde € 253,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).