ECLI:NL:RBNHO:2026:1673

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
11815075 \ CV EXPL 25-4899
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve vernietiging oneerlijk incassokostenbeding en toewijzing hoofdsom met wettelijke rente

In deze civiele procedure tussen Bo-rent B.V. en de gedaagde partij heeft de kantonrechter ambtshalve het incassokostenbeding in artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden vernietigd vanwege oneerlijkheid. Dit oordeel werd reeds voorlopig gegeven in een tussenvonnis van 3 december 2025, waarop de eisende partij zich bij akte heeft uitgelaten.

De kantonrechter overweegt dat het feit dat de eisende partij het beding nooit heeft toegepast niet relevant is voor de beoordeling van de oneerlijkheid. De beoordeling vindt plaats op het moment van het aangaan van de overeenkomst en op basis van de mogelijke toepassing van het beding.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen. De hoofdsom wordt toegewezen, evenals de wettelijke rente vanaf de dagvaarding, omdat de eisende partij niet heeft toegelicht over welke periode de rente is berekend. De reeds door de gedaagde betaalde €150,00 wordt in mindering gebracht, zodat een bedrag van €2.223,71 wordt toegewezen.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, met uitzondering van de kosten voor het opstellen van de akte, die voor rekening van de eisende partij komen. Het vonnis is verstekvonnis en uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Incassokostenbeding vernietigd, hoofdsom en wettelijke rente toegewezen, incassokosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11815075 \ CV EXPL 25-4899
Uitspraakdatum: 18 februari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Bo-rent B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde] B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 3 december 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van incassokostenbedingen in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De kantonrechter ziet geen reden om nu anders over de oneerlijkheid van de incassokostenbedingen in artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden te denken. Dat de eisende partij, zoals zij stelt, nooit uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in deze bedingen, doet aan het voorgaande niet af. Zoals reeds in het tussenvonnis overwogen is de vraag of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Een beding moet immers worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast.
2.2.
Daarom vernietigt de kantonrechter artikel 10 van Pro de algemene voorwaarden, voor zover dit ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.3.
De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij heeft echter niet toegelicht over welke periode deze rente is berekend en waarom. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
2.4.
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
2.5.
De gedaagde partij heeft reeds een bedrag van € 150,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 2.223,71 zal worden toegewezen.
Conclusie en proceskosten
2.6.
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
2.7.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 2.223,71, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 514,00;
salaris gemachtigde € 217,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter