Betrokkene heeft drie keer eerder onder bewind gestaan, telkens opgeheven op verzoek van de bewindvoerder vanwege agressie en bedreigingen. Tijdens een zitting in februari 2024 werd betrokkene gewaarschuwd dat dergelijk gedrag niet getolereerd wordt en dat klachten via de rechter gemeld moeten worden.
Kort na de instelling van het laatste bewind moest de bewindvoerder ontslag aanvragen wegens bedreigingen. De kantonrechter verwacht dat een nieuwe bewindvoerder vroeg of laat ook met dit gedrag geconfronteerd zal worden.
Daarom wordt het verzoek tot onderbewindstelling afgewezen en wordt bepaald dat tot 14 mei 2026 geen bewind zal worden ingesteld. Betrokkene kan na die datum een nieuw verzoek indienen, mits hij aantoont dat de situatie is veranderd en samenwerking mogelijk is.
De kantonrechter benadrukt dat onderbewindstelling alleen zinvol is als betrokkene en bewindvoerder goed kunnen samenwerken en overleggen. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.