Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
de korpschef van politie, de korpschef.
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de korpschef van politie tot verplaatsing naar een andere werkplek. De voorzieningenrechter beoordeelt dat het verzoek om inzage in stukken die volgens verzoeker op de zaak betrekking hebben, geen voorlopig karakter heeft en daarom niet kan worden toegewezen.
Daarnaast is voor een beslissing over het geschil tussen verzoeker en de korpschef over de aard van de stukken nader onderzoek nodig, wat niet passend is in een voorlopige voorzieningsprocedure. Daarom wordt het verzoek kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
De voorzieningenrechter merkt op dat indien de korpschef inzage blijft weigeren en de bestuursrechter later oordeelt dat dit onjuist was, dit gevolgen kan hebben voor de rechtmatigheid van het besluit dat op bezwaar wordt genomen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 18 februari 2026 door voorzieningenrechter R.H.M. Bruin.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening inzake inzage in stukken bij verplaatsingsbesluit wordt afgewezen.