ECLI:NL:RBNHO:2026:1575

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
14/010221-99
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs-maatregel met dwangverpleging wegens chronisch recidiverisico bij schizofrenie

De betrokkene, een 65-jarige vrouw met schizofrenie, is sinds 1999 onder tbs-maatregel met dwangverpleging geplaatst wegens poging moord. De maatregel is meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2023. De rechtbank behandelde op 18 november 2025 de vordering tot verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar.

De kliniek Van der Hoeven Kliniek adviseert verlenging vanwege het chronische karakter van de psychische stoornis en het blijvende risico op gewelddadig gedrag. De betrokkene vertoont hardnekkige waanideeën die leiden tot een hoog risicoprofiel, ondanks langdurige behandeling. De kliniek heeft de behandeling in 2023 beëindigd, maar zoekt een passende vervolgvoorziening.

Onafhankelijke gedragsdeskundigen bevestigen het advies: het recidiverisico blijft hoog zonder tbs-maatregel en risicomanagement. De officier van justitie persisteert in de verlenging met twee jaar. De betrokkene en haar raadsvrouw erkennen de noodzaak van verlenging, maar verzoeken om een termijn van één jaar.

De rechtbank volgt het advies van de deskundigen en de kliniek en overweegt dat de veiligheid van anderen en het algemene veiligheidsbelang verlenging rechtvaardigen. Gezien de complexiteit van het tbs-traject en het ontbreken van zicht op resocialisatie, wordt de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar verlengd.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar vanwege het blijvende hoge recidiverisico en het ontbreken van resocialisatieperspectief.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 14/010221-99
Uitspraakdatum: 13 januari 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste Pro lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna: de tbs-maatregel) met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats],
thans verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Van der Hoeven Kliniek, op het adres: Willem Dreeslaan 2, 3515 GB te Utrecht,
hierna: de betrokkene,
met twee jaar.

1.De procedure

Bij vonnis van de rechtbank Alkmaar van 21 december 1999 is aan de betrokkene de tbs-maatregel met dwangverpleging opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, poging moord.
De termijn van de tbs-maatregel nam een aanvang op 5 januari 2000.
De termijn is laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 19 december 2023 met twee jaar.
De onderhavige vordering is op 18 november 2025 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder a Sv, van 7 november 2025, afkomstig van het FPC Van der Hoeven Kliniek (hierna: de kliniek) en ondertekend door [naam 3], klinisch psycholoog, psychotherapeut, hoofd patiëntenzorg en plaatsvervangend hoofd van de inrichting, door [naam 1],
  • een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder b Sv;
  • adviezen van twee onafhankelijke gedragsdeskundigen zoals bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, Sv, te weten een advies van 10 oktober 2025, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater, en een advies van 3 oktober 2025, opgemaakt door M.M. Beijer,
Op [geboortedatum] 2025 is de vordering op een openbare zitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten [naam 1]. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. J. Zwinkels, en de raadsvrouw van de betrokkene,
mr. L. Schouten, advocaat te Amsterdam. Op 30 december 2025 is het onderzoek ter zitting gesloten.
Van het verhandelde tijdens deze zittingen is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2.Het advies van de kliniek

Het advies van de kliniek houdt, samengevat en voor zover relevant, het volgende in:
De betrokkene is een (thans) 65-jarige vrouw, gediagnosticeerd met schizofrenie. Zij verblijft sinds mei 2019 op de zorgafdeling Agnieten van de Wierde, een longcarevoorziening van de Van der Hoeve Kliniek in Utrecht. Het verblijf is gericht op het behoud van kwaliteit van leven, passend binnen het risicomanagement bij een chronisch hoog risicoprofiel.
Op basis van de in december 2022 en september 2023 gehouden zorgconferenties heeft de Wierde in het najaar van 2023 besloten de behandeling van de betrokkene niet voort te zetten. Er is geen zicht op resocialisatie en er worden geen mogelijkheden gezien om objectief te onderzoeken of en hoe haar vrijheden intramuraal kunnen worden uitgebreid. De betrokkene is daarom aangemeld voor een tweede behandelpoging elders. De zoektocht naar een passende voorziening voor de betrokkene heeft tot op heden niet het gewenste resultaat opgeleverd en zal in de komende periode onverminderd worden voortgezet.
Ondanks een variëteit aan behandelingsstrategieën gedurende de inmiddels vijfentwintig jaar durende behandelpoging blijven de waanideeën van de betrokkene, namelijk het idee dat zij iemand om het leven moet brengen om een vrouwenparadijs te creëren, onverminderd aanwezig. De betrokkene kan hier onvoldoende weerstand tegen bieden. Hoewel zij probeert niet naar deze overtuigingen te handelen, geeft zij aan dat dit haar veel energie kost en dat dit haar niet altijd lukt. Vanwege de hardnekkigheid van deze overtuigingen blijft strikt extern risicomanagement noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen. Het risico op terugval in gewelddadig gedrag wordt zowel in het geval van begeleid verlof als wanneer het tbs-kader zou komen te vervallen als hoog ingeschat.
Gelet op het voorgaande adviseert de kliniek de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar te verlengen.
De deskundige [naam 1] heeft bij de behandeling van de vordering ter zitting, namens de kliniek, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt, voor zover van belang, het volgende in:
Na incidenten in 2021 is het risicomanagement van de betrokkene aangescherpt, waardoor er in de afgelopen vier jaar geen incidenten hebben plaatsgevonden. Het risicomanagement blijft noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen, aangezien de waanovertuigingen van de betrokkene onverminderd aanwezig zijn. In de afgelopen vier jaar heeft de kliniek geen pogingen ondernomen om de vrijheden van de betrokkene daadwerkelijk uit te breiden. Vanwege de slachtoffers die de betrokkene in de kliniek heeft gemaakt, heerst er een angstcultuur. Daarnaast geeft de deskundige aan dat zij het bewonderenswaardig vindt hoe de betrokkene haar dagen doorkomt. Ondanks de spanningen en beperkingen die de betrokkene ervaart, verloopt de samenwerking goed. In het najaar van 2023 heeft de kliniek besloten de behandeling van de betrokkene niet voort te zetten. De kliniek biedt geen langdurige verblijfplaatsen meer, waardoor het verblijf van de betrokkene op enig moment zal eindigen. Desalniettemin zal de betrokkene haar verblijfplaats in de kliniek behouden totdat een passende vervolgvoorziening voor haar is gevonden.

3.De adviezen van de onafhankelijke gedragsdeskundigen

3.1.
Het advies van de psychiater
In het rapport van de psychiater I. Maksimovic is, samengevat en voor zover relevant, onder meer het volgende opgenomen:
De betrokkene lijdt aan schizofrenie. De psychiater beschrijft dat het recidiverisico voortvloeit uit de waan die nog steeds, zij het in wisselende mate, aanwezig is. Het aanhouden van deze waan zorgt ervoor dat het recidiverisico chronisch aanwezig is, hoewel de mate daarvan kan fluctueren, afhankelijk van hoe sterk de waanovertuigingen van de betrokkene op de voorgrond staan. Omdat het recidiverisico chronisch aanwezig is, is het risico op gewelddadig gedrag afhankelijk van de mate van toezicht en de mate waarin het op maat gesneden risicomanagement wordt toegepast. Vanwege het chronische karakter van de problematiek van de betrokkene is het niet te verwachten dat een minder stringent risicomanagement haalbaar is.
Binnen de huidige setting en het huidige kader wordt het risico op gewelddadig gedrag als matig ingeschat. Als de tbs-maatregel zou komen te vervallen, is er geen adequaat risicomanagement meer, waardoor het recidiverisico snel zal oplopen naar hoog. In dat geval is te verwachten dat de betrokkene overvraagd zal worden en zal ontregelen.
Gelet op het chronische karakter van het recidiverisico, de noodzaak van risicomanagement en het ontbreken van mogelijkheden voor afschaling van het kader, adviseert de psychiater de tbs-maatregel met dwangverpleging voor de duur van twee jaar te verlengen.
3.2.
Het advies van de psycholoog
In het rapport van de psycholoog M.M. Beijer is, samengevat en voor zover relevant, onder meer het volgende opgenomen:
Bij de betrokkene is sprake van schizofrenie, die onafgebroken aanwezig is. De betrokkene is een chronisch psychiatrische patiënt die vanuit haar waansysteem gedreven wordt om iemand te doden. Zij kan geen weerstand bieden tegen de drang om toe te geven aan haar gedachten. Het risicomanagement wordt strikt toegepast. Daarnaast draagt de externe structuur, bestaande uit het klinische verblijf in een voorspelbare, vertrouwde en prikkelarme omgeving, bij aan het inperken van het recidiverisico.
De psycholoog beschrijft dat het recidiverisico op gewelddadig gedrag bij voortzetting van de tbs-maatregel en het strikte risicomanagement als laag tot matig wordt ingeschat. Bij uitbreiding van de vrijheden van de betrokkene wordt het risico op gewelddadig gedrag en letsel snel hoger ingeschat. Zonder de tbs-maatregel wordt het recidiverisico op korte termijn als groot ingeschat.
De psycholoog constateert dat de risicofactoren en het gedrag van de betrokkene door de jaren heen ongewijzigd zijn gebleven. Het voortzetten van de tbs-maatregel met dwangverpleging blijft noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. De psycholoog adviseert daarom de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen.
4.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar.

5.Het standpunt van de betrokkene

De raadsvrouw heeft namens de betrokkene verzocht de tbs-maatregel te verlengen met maximaal één jaar, om zo toezicht te kunnen houden op het verloop van het tbs-traject van de betrokkene. Aan de voorwaarden voor verlenging van de tbs-maatregel wordt voldaan. De raadsvrouw en de betrokkene begrijpen dat verlenging van de tbs-maatregel noodzakelijk is, de vraag is echter voor welke duur. Het tbs-traject van de betrokkene duurt inmiddels 26 jaar. Sinds het begin van haar behandeling verblijft zij in dezelfde kliniek. Haar verblijf is momenteel onzeker, omdat de kliniek in het najaar van 2023 heeft besloten haar behandeling te beëindigen. De overplaatsing is complex, waardoor het te verwachten is dat zij nog enkele jaren in de kliniek zal verblijven. In december 2021 hebben twee incidenten plaatsgevonden in de kliniek. Naar aanleiding hiervan is het risicomanagement aangepast. In de afgelopen vier jaar hebben zich echter geen incidenten meer voorgedaan en heeft de kliniek geen pogingen ondernomen om de vrijheden van de betrokkene uit te breiden.

6.De beoordeling

De rechtbank kan zich verenigen met de hiervoor vermelde conclusies en adviezen van de kliniek, de psychiater en de psycholoog en zal deze overnemen.
De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de termijn van de tbs-maatregel van de betrokkene vereist. Het tbs-kader is nog noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de tbs-maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat het tbs-traject van de betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs-maatregel met een termijn van één jaar, de tbs-maatregel moet worden verlengd met een termijn van twee jaar.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt. Namens de kliniek is aangevoerd dat, na het beëindigen van de behandeling van de betrokkene aldaar, er alles aan wordt gedaan om een passende vervolgvoorziening voor haar te vinden. Van belang hierbij is dat het behoud van voldoende kwaliteit van leven, zoals de betrokkene dit op haar huidige verblijfplaats ervaart, voorop staat. De rechtbank heeft geen reden om hieraan te twijfelen. De rechtbank zal de tbs-maatregel met dwangverpleging daarom met twee jaar verlengen.

7.De beslissing

De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van
[betrokkene]met
twee jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. L. Boonstra, voorzitter,
mr. N.M.L. Rogmans en mr. A. Stronkhorst, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. Koppe,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 januari 2026.