De rechtbank Noord-Holland heeft op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die op 7 oktober 2025 te Hoorn flessen alcoholische drank heeft weggenomen met het oogmerk deze wederrechtelijk toe te eigenen. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit van diefstal wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen.
De verdachte heeft een strafblad met meerdere onherroepelijke vrijheidsstraffen voor soortgelijke feiten. De reclassering adviseerde oplegging van de ISD-maatregel, waarbij zowel harde als zachte criteria zijn vervuld. De rechtbank volgde dit advies en legde een ISD-maatregel van twee jaar op, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht.
De verdediging voerde aan dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken of een voorwaardelijke ISD-maatregel. Dit werd verworpen omdat onvoldoende is vastgesteld dat verslavingsproblematiek het gedrag beïnvloedde en omdat de ISD-maatregel passend is gezien het recidivegevaar en het ontbreken van interventiemogelijkheden buiten de maatregel.
De rechtbank wees tevens de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af, omdat de ISD-maatregel onvoorwaardelijk is en de eerdere straf daardoor niet opportuun is. Een geconstateerd vormverzuim bij inverzekeringstelling werd als niet ernstig beoordeeld en had geen invloed op de strafoplegging.