ECLI:NL:RBNHO:2026:1570

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
15/075588-20
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging tbs-maatregel met dwangverpleging voor twee jaar wegens recidiverisico

De rechtbank Noord-Holland heeft op 13 januari 2026 besloten de tbs-maatregel met dwangverpleging van de betrokkene met twee jaar te verlengen. De betrokkene is in 2021 veroordeeld wegens poging doodslag, bedreiging, zware mishandeling, opzetheling en het bezit van verboden wapens. De tbs-maatregel is in 2023 bevestigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en loopt sinds 12 januari 2024.

De betrokkene verblijft in het Forensisch Psychiatrisch Centrum de Oostvaarderskliniek, waar hij een antisociale persoonlijkheidsstoornis en cannabisstoornis heeft. Zijn gedrag kenmerkt zich door impulsiviteit, agressie en gebrek aan empathie. Incidenten met contrabande en een verscherpt veiligheidsregime hebben geleid tot stagnatie in zijn behandeling en een voorgenomen overplaatsing naar een andere kliniek.

De kliniek adviseert verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar om het recidiverisico te beperken en de behandeling voort te zetten. De officier van justitie steunt dit advies, terwijl de raadsman pleit voor een verlenging van één jaar om het verloop van het tbs-traject te kunnen monitoren. De rechtbank volgt het advies van de kliniek en oordeelt dat de veiligheid van anderen en het recidiverisico verlenging met twee jaar rechtvaardigen.

De rechtbank benadrukt dat de betrokkene zich nog aan het begin van zijn tbs-traject bevindt en dat de benodigde behandelingen en therapieën nog veel tijd vergen. De verlenging is noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen en het behandeltraject adequaat te kunnen voortzetten.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar wegens het hoge recidiverisico en het stagneren van het behandeltraject.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/075588-20
Uitspraakdatum: 13 januari 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste Pro lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna: de tbs-maatregel) met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats],
thans verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) de Oostvaarderskliniek,
op het adres: Carl Barksweg 3, 1336 ZL te Almere,
hierna: de betrokkene,
met twee jaar.

1.De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 29 juli 2021 is aan de betrokkene de tbs-maatregel met dwangverpleging opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, poging doodslag, de eendaadse samenloop van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling, meermalen gepleegd, opzetheling en het voorhanden hebben van wapens van de categorieën II en III. Deze beslissing is op 28 december 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.
De termijn van de tbs-maatregel nam een aanvang op 12 januari 2024.
De onderhavige vordering is op 11 november 2025 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
- een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder a Sv van 31 oktober 2025, afkomstig van het FPC de Oostvaarderskliniek (hierna: de kliniek) en ondertekend door [naam 1], algemeen directeur, [naam 2], hoofd behandeling, en
[naam 3], psychiater;
- een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, eerste lid, aanhef en onder b Sv.
Op 16 december 2025 is de vordering op een openbare zitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten A.E. Tuncer. Verder waren aanwezig de officier van justitie, mr. J. Zwinkels, en de raadsman van de betrokkene, mr. K.A. Moors, advocaat te Nuth. Op 30 december 2025 is het onderzoekt ter zitting gesloten.
Van het verhandelde tijdens deze zittingen is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
2.
Het advies van de kliniek
Het advies van de kliniek houdt, samengevat en voor zover relevant, het volgende in:
De betrokkene is een 28-jarige man die functioneert op een laaggemiddeld tot gemiddeld intelligentieniveau en is gediagnosticeerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Zijn gedrag wordt gekenmerkt door egocentrisme, opportunisme, een gebrek aan empathie en lacunair ontwikkelde gewetensfuncties. Hij bagatelliseert en externaliseert zijn antisociale gedragingen, reageert impulsief en agressief bij oplopende spanningen en probeert situaties naar zijn hand te zetten.
De betrokkene is op 10 september 2024 in de kliniek geplaatst op afdeling Kogge. In eerste instantie is hij correct in het contact met het behandelteam, komt hij gemotiveerd over en heeft hij een serieuze houding. Aan de andere kant wordt opgemerkt dat de betrokkene zich vanwege gebrekkig inzicht, reflectievermogen en opstapeling van spanning, verbaal agressief kan uiten richting het team en medepatiënten. Daarnaast hebben zich sinds de opname meerdere incidenten met betrekking tot contrabande voorgedaan.
In juni 2025 escaleert de situatie binnen de kliniek opnieuw na vondsten van hasj en een telefoon, waarna het veiligheidsregime wordt verzwaard. De betrokkene bekent dat hij betrokken is bij het incident en toont inzicht in oud gedrag. Het risico op orde- en veiligheidsincidenten blijft echter hoog. Op 17 juli 2025 besluit de multidisciplinaire trajectcommissie dat het risico voor patiënten en medewerkers te groot is en dat de betrokkene overgeplaatst moet worden voor een tweede behandelpoging elders. In afwachting van de overplaatsing wordt de betrokkene intern overgeplaatst naar een andere afdeling. Hierdoor zijn verdere psychologische behandelingen en diagnostiek stil komen te liggen.
Het risico op gewelddadig gedrag wordt binnen het huidige tbs-kader als laag tot matig ingeschat. Indien de tbs-maatregel wordt beëindigd wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als hoog.
De betrokkene is in afwachting van overplaatsing naar een andere kliniek, waar hij aan een tweede behandelpoging zal beginnen. Omdat de eerste behandelpoging in een vroeg stadium is gestrand, bevindt de betrokkene zich nog aan het begin van zijn behandeling en heeft hij nog veel stappen te zetten in het tbs-traject voordat het beveiligingsniveau verlaagd kan worden. Het voortzetten van zijn verblijf in een FPC (hoge mate van beveiliging en zorgintensiteit) wordt nog steeds als noodzakelijk beschouwd om het recidiverisico laag te houden.
Gelet op het voorgaande adviseert de kliniek de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar te verlengen.
De deskundige A.E. Tuncer heeft bij de behandeling van de vordering ter zitting, namens de kliniek, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht. Deze toelichting houdt, voor zover van belang, het volgende in:
Nadat was besloten dat de betrokkene overgeplaatst zou worden naar een andere kliniek, zijn wij met hem in gesprek gegaan om af te stemmen welke therapieën en behandelingen hij wel en niet meer kon afronden. De kliniek was in de veronderstelling dat de betrokkene binnen enkele weken zou worden overgeplaatst naar het FPC Dr. S. van Mesdag. Dit bleek echter niet het geval. De incidenten die hebben plaatsgevonden hebben de samenwerkingsrelatie met het behandelteam beschadigd. Het is daarom nog steeds de bedoeling dat de betrokkene naar een andere kliniek wordt overgeplaatst. Op dit moment is er echter nog geen zicht op een overplaatsing, maar wij willen de tijd die de betrokkene in de kliniek verblijft zo goed mogelijk benutten. Op het moment dat het advies van de kliniek werd geschreven, verliep de samenwerking met de betrokkene stroef, maar dat is inmiddels enigszins verbeterd. In de kliniek hebben we een herstelgesprek gevoerd, waarin werd besloten dat de betrokkene in januari 2026 zal beginnen met de delictanalyse en aanvullende diagnostiek. Naar verwachting kan de tijd in deze kliniek dan ook nuttig worden besteed, tot de betrokkene wordt overgeplaatst.

3.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs-maatregel met dwangverpleging met twee jaar.

4.Het standpunt van de betrokkene

De raadsman heeft namens de betrokkene verzocht de verlenging van de tbs-maatregel te beperken tot één jaar, zodat er toezicht gehouden kan worden op het verloop van het tbs-traject van de betrokkene. Aan de voorwaarden voor verlenging van de tbs-maatregel wordt voldaan. De raadsman en de betrokkene begrijpen dat verlenging van de tbs-maatregel noodzakelijk is, de vraag is echter voor welke duur. De incidenten met betrekking tot het invoeren van contrabande in de kliniek hebben ertoe geleid dat het tbs-traject van de betrokkene is gestagneerd. De raadsman heeft het standpunt ingenomen dat niet alleen de betrokkene, maar ook de kliniek verantwoordelijk is voor deze stagnatie. Op dit moment is er geen duidelijkheid over wanneer de betrokkene kan worden overgeplaatst naar een andere kliniek. Hoe het tbs-traject zal verlopen, is daarom nog onduidelijk.

5.De beoordeling

De rechtbank kan zich verenigen met de hiervoor vermelde conclusie en het advies van de kliniek en zal dit overnemen.
De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de termijn van de tbs-maatregel van de betrokkene vereist. Het tbs-kader is nog noodzakelijk om het recidiverisico te beperken.
De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat het tbs-traject van de betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs-maatregel met een termijn van één jaar, de tbs-maatregel moet worden verlengd met een termijn van twee jaar.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt. Uit het advies van de kliniek en de ter zitting gegeven toelichting door de deskundige blijkt dat, vanwege de voorgevallen incidenten in de kliniek, de betrokkene overgeplaatst moet worden naar een andere kliniek voor een tweede behandelpoging. Op dit moment is er nog geen zicht op een vervolgkliniek. In de tussentijd worden de behandelingen en therapieën hervat, zodat de betrokkene de tijd die hij in de kliniek verblijft optimaal kan benutten. De rechtbank heeft geen reden om hieraan te twijfelen. Op dit moment bevindt de betrokkene zich nog aan het begin van zijn tbs-traject en zal hij nog verschillende stappen moeten doorlopen. Hiermee zal langere tijd gemoeid zijn dan één jaar. De rechtbank zal de tbs-maatregel met dwangverpleging daarom met twee jaar verlengen.

7.De beslissing

De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van
[betrokkene]met
twee jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. L. Boonstra, voorzitter,
mr. N.M.L. Rogmans en mr. A. Stronkhorst, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. Koppe,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 januari 2026.