Eiser maakte bezwaar tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2023 en verzocht om toepassing van aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en verwerking van premies betaald tijdens een Duitse periode. Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk omdat tegen voorlopige aanslagen geen bezwaar mogelijk is, maar behandelde het bezwaar als een verzoek tot herziening, dat uiteindelijk werd toegewezen.
Eiser stelde vervolgens prematuur beroep in bij de rechtbank, nog voordat de uitspraak op bezwaar was gedaan. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het niet was gericht tegen een besluit en niet voldeed aan de wettelijke eisen voor een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateerde dat de voorlopige aanslag uiteindelijk correct was herzien en dat de dwangbevelkosten waren verminderd. Verzoeken tot schadevergoeding werden afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk was. De rechtbank wees ook proceskostenveroordeling af en benadrukte dat voorlopige aanslagen niet voor bezwaar vatbaar zijn volgens de wet.