Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- terugbetaling van € 16.580,98,
- betaling van € 870,00 voor kosten van de deskundige
- betaling van € 940,81 aan buitengerechtelijke incassokosten
- vergoeding van de proceskosten.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor een aanbouw met een aanneemsom van €27.000 exclusief btw, waarvan 90% door eiser was betaald. Het werk werd stilgelegd door de gemeente wegens het ontbreken van een omgevingsvergunning, die pas na bezwaar en beroep in augustus 2022 werd verleend.
Een bouwkundig onderzoek in april 2023 stelde vast dat het werk niet was afgerond en dat er schade was ontstaan door weersinvloeden, met kritiek op het ontwerp. Eiser stelde gedaagde in gebreke en ontbond de overeenkomst in juli 2023, waarna hij het werk door een ander liet afmaken en de kosten daarvan (€16.580,98) vergoed wilde krijgen.
De rechtbank oordeelt dat de ontbinding op grond van artikel 7:756 lid 1 BW Pro terecht is, omdat oplevering niet mogelijk was. De vordering tot terugbetaling van een deel van de aanneemsom wordt afgewezen, omdat gedaagde het werk grotendeels heeft uitgevoerd en eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij voor niet-uitgevoerde werkzaamheden heeft betaald. Vergoedingen voor incassokosten en deskundigenkosten worden eveneens afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De aannemingsovereenkomst wordt ontbonden, maar terugvordering van betaalde aanneemsom en overige kosten worden afgewezen.