ECLI:NL:RBNHO:2026:1499

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
12004547 \ VV EXPL 25-185
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning en medewerking herstel lekkage door bewindvoerder opgelegd

Ymere verhuurt een woning aan een betrokkene die overlast veroorzaakt, waaronder vernielingen en het belemmeren van herstelwerkzaamheden aan een lekkage. Ymere vordert ontruiming van de woning, medewerking bij het verhelpen van de lekkage en betaling van schadevergoeding.

De bewindvoerder van de betrokkene verzet zich niet tegen de vorderingen en de betrokkene voert geen verweer. De kantonrechter acht de vorderingen toewijsbaar en stelt een ontruimingstermijn van veertien dagen vast. De gevorderde wettelijke rente over de schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan verzuim.

De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming, medewerking aan het herstel van de lekkage, betaling van € 8.500 schadevergoeding en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming, medewerking herstel lekkage en betaling schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12004547 \ VV EXPL 25-185
Vonnis in kort geding van 29 januari 2026
in de zaak van
STICHTING YMERE,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Ymere,
gemachtigde: mr. M. Stokvis,
tegen
[eiser] BEWINDVOERING B.V.,
in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van
[betrokkene],
te [plaats 1],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [eiser] Bewindvoering B.V.,
vertegenwoordigd door mevrouw [gemachtigde].
De zaak in het kort[eiser] Bewindvoering B.V. verzet zich niet tegen de vorderingen. [betrokkene] heeft evenmin verweer gevoerd. De gevorderde ontruiming, medewerking bij het verhelpen van een lekkage en betaling van schadevergoeding zijn daarom toewijsbaar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling van 22 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Ymere verhuurt de woning aan de [adres] te ([postcode]) [plaats 2] (hierna: de woning) aan [betrokkene].
2.2.
[betrokkene] (hierna: [betrokkene]) veroorzaakt overlast, welke overlast onder meer bestaat uit (1) het onbruikbaar maken van de elektrische algemene toegangsdeur van het gebouw, (2) het vernielen van de deur van het stookhok met een hamer, (3) het beschadigen en/of vernielen van verschillende beveiligingscamera’s in het gebouw, (4) het vervuilen van de gemeenschappelijke ruimten, waaronder onder meer het naar beneden gooien van meubilair vanaf de 6de etage, (5) het beledigen en intimideren van medewerkers van Ymere en (6) het niet toelaten van derden in de woning voor dringend noodzakelijk onderzoek naar en herstel van een lekkage.

3.Het geschil

3.1.
Ymere vordert samengevat - ontruiming van de woning en veroordeling van [eiser] Bewindvoering B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene], tot medewerking bij het verhelpen van de lekkage en betaling van de reeds geleden schade ad € 8.500,00, vermeerderd met de rente en kosten.
3.2.
Ymere legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [betrokkene] veroorzaakt al langere tijd overlast, onder meer door het onbruikbaar maken van de algemene toegangsdeur, het beschadigen dan wel vernielen van de in het pand aanwezige veiligheidscamera’s én het niet meewerken bij het verhelpen van een lekkage die hoogstwaarschijnlijk afkomstig is in zijn woning en schade veroorzaakt bij de benedenburen van [betrokkene]. Vooruitlopend op de ontbinding vordert Ymere daarom in deze procedure ontruiming van de woning en veroordeling van (de bewindvoerder van) [betrokkene] tot het meewerken aan het (laten) verhelpen van de lekkage én betaling van de reeds geleden schade.
3.3.
[eiser] Bewindvoering B.V. verzet zich niet tegen de vordering. [betrokkene] heeft kenbaar gemaakt geen verweer te willen voeren.

4.De beoordeling

4.1.
De spoedeisendheid volgt uit de omstandigheden van het geval.
4.2.
Omdat [eiser] Bewindvoering B.V. zich niet verzet tegen de vorderingen, zullen de vorderingen – behoudens het navolgende – worden toegewezen.
4.3.
Er wordt ontruimingstermijn van veertien dagen aangehouden, omdat de kantonrechter deze termijn redelijk acht.
4.4.
Ymere vordert – indien noodzakelijk voor het verhelpen van de lekkage – veroordeling tot tijdelijke (gedwongen) ontruiming van de woning, met, indien van toepassing, veroordeling van [eiser] Bewindvoering B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene], tot betaling van de deurwaarderskosten. Deze vorderingen worden – gelet op de primair gevorderde en toegewezen ontruiming van de woning – afgewezen.
4.5.
De gevorderde rente over de schadevergoeding van € 8.500,00 is niet toewijsbaar, omdat uit de stukken niet is gebleken dat [eiser] Bewindvoering B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene], in verzuim is komen te verkeren.
4.6.
[eiser] Bewindvoering B.V. is, in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene], in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ymere worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
932,40
4.7.
De gevorderde wettelijke rente [1] over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [eiser] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ([postcode]) [plaats 2] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Ymere zijn, en de sleutels af te geven aan Ymere,
5.2.
veroordeelt [eiser] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene] om dadelijk na betekening van dit vonnis te gedogen dat de volgende werkzaamheden in, aan en om de woning worden uitgevoerd:
- het doen van onderzoek in de woning naar de oorzaak van de lekkage in de onder de woning gelegen woning en, indien uit dit onderzoek blijkt dat de lekkage wordt veroorzaakt door gebreken in de woning, het herstellen van die gebreken;
5.3.
gebiedt [eiser] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene] aan de veroordeling onder 5.2. alle noodzakelijke medewerking te verlenen, onder meer door Ymere en/of door haar met de uitvoering van de werkzaamheden belaste persoon/personen, alsmede de door die persoon/personen en/of Ymere ingeschakelde hulppersonen, tot de woning toe te laten voor de uitvoering van de werkzaamheden en onbelemmerde toegang te verschaffen tot de plaatsen waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd;
5.4.
veroordeelt [eiser] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene] tot betaling van € 8.500,00;
5.5.
veroordeelt [eiser] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene] in de proceskosten van € 932,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] Bewindvoering B.V. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt [eiser] Bewindvoering B.V. in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor de goederen van [betrokkene] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro.