ECLI:NL:RBNHO:2026:140

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
11611998 MB VERZ 25-204jb
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E. Jonker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing mentorschap wegens noodzakelijkheid en onvoldoende zelfredzaamheid

Betrokkene verzocht om opheffing van het mentorschap omdat hij het nut ervan niet inziet en ontevreden is over de mentor. Hij klaagde over het zonder overleg ontruimen van zijn woning en het regelen van een revalidatieplek in een verzorgingshuis, terwijl hij liever bij zijn ex-echtgenote of zelfstandig zou willen wonen.

De mentor betwistte de klachten en stelde dat het mentorschap noodzakelijk blijft vanwege de diagnose syndroom van Korsakov en de cognitieve beperkingen van betrokkene. De mentor benadrukte dat zelfstandig wonen of wonen bij de ex-echtgenote niet in het belang van betrokkene is, mede vanwege het gedrag van de ex-echtgenote dat het herstel belemmert.

De kantonrechter concludeerde dat betrokkene zijn zelfredzaamheid onvoldoende heeft onderbouwd en dat het mentorschap noodzakelijk blijft. De verbeterde zorg- en leefsituatie door de mentor werd meegewogen. Het verzoek tot opheffing van het mentorschap werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het mentorschap wordt afgewezen omdat het mentorschap nog noodzakelijk is en betrokkene onvoldoende zelfredzaam is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer : 11611998 MB VERZ 25-204 jb
dossiernummer : MB 8354
datum : 2 januari 2026

beschikking op een verzoek tot opheffing van mentorschap

op verzoek van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: betrokkene,
met als mentor A. de Graaf-Kooij h.o.d.n. Andrea Mentorschap
correspondentieadres: 1963 BE Heemskerk, Rosa Manussingel 128.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 19 maart 2025;
- de e-mail van de mentor van 2 april 2025;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder van betrokkene, ontvangen op 16 april 2025;
- de schriftelijke reactie van betrokkene, ontvangen op 4 juni 2025;
- de e-mail van de mentor van 11 september 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op 6 oktober 2025 in aanwezigheid van betrokkene en de mentor.

beoordeling

Bij beschikking van 18 december 2023 is een mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene.
Betrokkene vraagt nu om opheffing van het mentorschap. Hij ziet het nut van het mentorschap niet in en is ook zeer ontevreden over de mentor. Zij heeft zonder dat hij het wist zijn woning ontruimd tijdens zijn revalidatie na zijn knieoperatie. Zijn hele inboedel is verdwenen en zij vertelt niet waar die is gebleven. Enkele voor hem en zijn ex-echtgenote waardevolle spullen zijn daardoor ook verdwenen.
Zonder overleg met betrokkene heeft de mentor een revalidatieplek geregeld in verzorgingshuis Velserduin, terwijl hij prima kon revalideren op het adres van zijn ex-echtgenote. Betrokkene wil ook zo snel mogelijk terug naar de woning van zijn ex-echtgenote. Als dat niet mogelijk is, wil hij een eigen woning, zodat hij ook voor zichzelf kan koken. Een ander verzorgingshuis waar hij zelf kan koken zou voor betrokkene ook nog een optie zijn.
De mentor acht opheffing van het mentorschap niet in het belang van betrokkene. Betrokkene heeft eerder een kanswoning voor een jaar gekregen, maar dat verliep niet goed. In die periode werd ook de diagnose syndroom van Korsakov bij hem vastgesteld. Hij is bij zijn ex-echtgenote gaan wonen maar het botste regelmatig tussen hen beiden. De mentor heeft voor zijn revalidatie toen een plaats in Velserduin voor betrokkene kunnen regelen, waar de zorg heel groot is.
Voor betrokkene is vervolgens een rechterlijke machtiging afgegeven voor de duur van een half jaar omdat betrokkene bezwaar maakte tegen voortzetting van zijn verblijf in Velserduin.
De mentor acht het zeer onwenselijk dat betrokkene weer bij zijn ex-echtgenote of zelfstandig gaat wonen. Zij vermoedt dat de ex-echtgenote het onderhavige verzoek heeft bedacht omdat zij boos is op de mentor. De mentor, en ook de verpleeghuisarts, heeft haar aangesproken op haar gedrag omdat zij alcohol aan betrokkene geeft en ook alcohol meenam voor betrokkene meenam naar het ziekenhuis en het verzorgingshuis. Gelet op de vastgestelde diagnose komt dat het herstel van betrokkene niet ten goede.
De mentor heeft betwist dat zij betrokkene en de ex-echtgenote niets heeft gezegd over de ontruiming van de woning en de opslag van de inboedel. Volgens de mentor hebben betrokkene en zijn ex-echtgenote cognitieve beperkingen waardoor het voor beiden moeilijk is zaken te onthouden.
De woning van betrokkene moest van de woningbouwvereniging ontruimd worden. De inboedel is toen opgeslagen in een opslagruimte. De mentor is met betrokkene naar de opslagruimte geweest om spullen op te halen die naar de woning van de ex-echtgenote zijn gebracht. De ex-echtgenote heeft zelf nog spullen in de opslag gelabeld die naar haar huis gebracht moesten worden. Later bleken toch niet alle spullen naar haar huis te zijn gegaan, maar het ingeschakelde ontruimingsbedrijf had de achtergebleven spullen al vernietigd.
De kantonrechter zal het verzoek tot opheffing van het mentorschap afwijzen, omdat zij het mentorschap nog steeds noodzakelijk vindt. Voor zover betrokkene heeft bedoeld aan te voeren dat zijn geestelijke gesteldheid inmiddels zoveel verbeterd is dat hij zelfredzaam is, heeft hij deze stelling niet met stukken onderbouwd. De gestelde diagnose en de verleende rechterlijke machtiging voor zijn opname, maken duidelijk dat de noodzaak voor een mentorschap nog aanwezig is. De kantonrechter acht zelfstandig wonen of wonen bij zijn ex-echtgenote niet in het belang van betrokkene. Daarbij komt dat de bewindvoerder te kennen heeft gegeven dat door de inzet van de mentor de zorg- en leefsituatie van betrokkene aanzienlijk is verbeterd.
De beslissing luidt daarom als volgt.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek tot opheffing van het mentorschap af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.