De rechtbank Noord-Holland heeft op 13 februari 2026 uitspraak gedaan in een zaak tussen de vader en moeder van een minderjarige over gezag, omgang en informatieregeling. De procedure omvatte meerdere schriftelijke stukken en een zitting waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming was vertegenwoordigd. De minderjarige sprak met de kinderrechter.
Uit de beoordeling blijkt dat de omgang tussen de vader en de minderjarige ontspannen verloopt en dat de ouders flexibel omgaan met de omgangsregeling. Er is overeenstemming bereikt over een reguliere omgangsregeling en een vakantieregeling, die de rechtbank als basisregeling vaststelt. De communicatie tussen de ouders is stroef, met name over het verkrijgen van informatie en het aanvragen van een paspoort voor de minderjarige.
De moeder voert aan dat zij het gezag alleen wil houden, maar de rechtbank oordeelt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat er geen onaanvaardbaar risico is dat het kind klem komt te zitten. De ouders zijn in staat om belangrijke beslissingen gezamenlijk te nemen en kunnen professionele hulp inschakelen. Het verzoek om een informatieregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, nu de vader met het gezag wordt belast en zelf informatie kan verkrijgen.
De rechtbank bepaalt dat de ouders gezamenlijk het gezag over de minderjarige krijgen en stelt een gedetailleerde omgangsregeling vast, inclusief vakanties en kerstdagen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.