ECLI:NL:RBNHO:2026:1378

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
HAA 25/1869 en HAA 25/1875
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.6 Woo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen buiten behandeling laten Woo-verzoeken wegens misbruik van recht afgewezen

Eiseres heeft meerdere verzoeken ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad. Het college heeft deze verzoeken, waaronder een groot aantal omvangrijke en overlappende verzoeken, buiten behandeling gelaten op grond van artikel 4.6 van de Woo, omdat zij oordeelde dat eiseres kennelijk een ander doel nastreefde dan het verkrijgen van publieke informatie.

De rechtbank constateert dat er sprake is van een langdurig en verstoord conflict tussen eiseres en de gemeente, waarbij eiseres en haar familie sinds 2014 ten minste 119 Woo-verzoeken en vele andere procedures hebben ingediend. De verzoeken zijn vaak vaag, overlappen en leggen een zwaar beslag op de ambtelijke capaciteit van de gemeente. Eiseres heeft niet concreet toegelicht welk doel zij met de informatie nastreeft, anders dan openbaarmaking.

De rechtbank oordeelt dat het college zich voldoende heeft gemotiveerd en dat het buiten behandeling laten van de verzoeken terecht is. De beroepen van eiseres worden ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van eiseres tegen het buiten behandeling laten van haar Woo-verzoeken ongegrond wegens misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/1869 en HAA 25/1875

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaken tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad

(gemachtigde: mr. S.E.H. van Thoor).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over het buiten behandeling laten van de verzoeken van eiseres om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiseres is het hiermee oneens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de verzoeken buiten behandeling mocht laten
.Eiseres krijgt dus geen gelijk en de beroepen zijn dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

3. Eiseres heeft op 14 augustus 2023 een Woo-verzoek ingediend. Het college heeft dit verzoek met het primaire besluit van 25 september 2023 buiten behandeling gelaten. Met het bestreden besluit van 20 februari 2025 op het bezwaar van eiseres (bestreden besluit 1) is het college bij dat besluit gebleven.
4. Eiseres heeft in de periode vanaf 13 december 2023 tot en met 22 februari 2024 opnieuw 14 Woo-verzoeken ingediend. Het college heeft deze verzoeken met het primaire besluit van 21 mei 2024 buiten behandeling gelaten. Met het bestreden besluit van 20 februari 2025 op het bezwaar van eiseres (bestreden besluit 2) is het college bij dat besluit gebleven.
5. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Het college heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.
6. De rechtbank heeft de beroepen op 28 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college, bijgestaan door mr. [naam 1]

Totstandkoming van de bestreden besluiten

HAA 25/1869

7. De verzoeken die in de periode vanaf 13 december 2023 tot en met 22 februari 2024 zijn ingediend, richten zich (kort samengevat) op het volgende:
- Op 13 december 2023 is verzocht om alle documenten die betrekking hebben op de kadastrale vernummering in 2021 waarbij kadastraal perceel [nummer 1] is gewijzigd naar [nummer 2] ;
- Op 16 december 2023 is verzocht om alle documenten die betrekking hebben op controles, handhavingsverzoeken en klachten die gericht zijn op het gebied rondom de [adres] ;
- Op 17 december 2023 is verzocht om alle documenten die betrekking hebben op de omgevallen bomen waarvoor de gemeente Zaanstad is uitgereden in de jaren 1990-1996;
- Op 19 december 2023 is verzocht om alle documenten die betrekking hebben op de verschillende bedrijven die geopereerd hebben op de [adres] in de jaren 1990-1994;
- Op 21 december 2023 is verzocht om alle documenten die betrekking hebben op de ontwikkelingen in het jaar 2023 van het gebied om en nabij de [adres] ;
- Op 22 december 2023 is verzocht om alle documenten die betrekking hebben op het kadastrale perceel [nummer 3] ;
- Op 23 december 2023 is verzocht om alle documenten omtrent de splitsing van de kadastrale percelen [nummer 4] en [nummer 3] ;
- Op 24 december 2023 is verzocht om alle correspondentie tussen de burgemeester en de bedrijven aan de huidige [adres] in de jaren 1999-2000;
- Op 25 december 2023 is verzocht om alle documenten over de ontwikkelingen van het bedrijf [bedrijf 1] BV in de jaren 2021-2023;
- Op 27 december 2023 is verzocht om alle documenten die betrekking hebben op het onttrekken van de Zaanderhorn uit de openbaarheid;
- Op 28 december 2023 is verzocht om alle documenten tussen de gemeente Zaanstad en [bedrijf 2] met betrekking tot de kadastrale percelen [nummer 3] , [nummer 1] , [nummer 4] en [nummer 5] ;
- Op 29 december 2023 is verzocht om alle documenten aangaande de aanleg van wegen en uitgevoerde wegreparaties op kadastraal perceel [nummer 3] ;
- Op 7 januari 2024 is verzocht om alle documenten aangaande de ontwikkeling van de in het verzoek aangegeven locatie in de periode van 21 december 2023 tot en met 7 juli 2024;
- Op 22 februari 2024 is verzocht om alle correspondentie gevoerd door de heer [achternaam 1] met betrekking tot het Balkenhaventerrein, de nieuwe zeehaven en alle gerelateerde projecten op de in het verzoek aangegeven locatie in de periode van 1 januari 2023 tot en met 22 februari 2024.
8. Met het besluit van 21 mei 2024 heeft het college de verzoeken buiten behandeling gesteld, op grond van artikel 4.6 van de Woo. Volgens het college dient eiseres haar verzoeken kennelijk in met een ander doel dan het verkrijgen van publieke informatie. Haar acties zijn gericht op ontwrichting van het ambtelijk apparaat en ontstaan uit rancune. Uit diverse brieven blijkt dat eiseres van mening is dat de gemeente geen goede invulling geeft aan het waarborgen van haar rechten in het gebied waarin zij woonachtig is. Eiseres dient veelvuldig handhavingsverzoeken in, dient veelvuldig Woo-verzoeken in en gaat in bezwaar en beroep tegen alle besluiten genomen door de gemeente. De gemeente heeft sinds 2019 vele pogingen gedaan tot normalisering van de verhoudingen. Ook is in 2022 en 2023 getracht om onderhandelingen op te starten over een mogelijke uitkoop van het eigendom van eiseres en haar familie, nadat de gemeente geluiden ontving dat eiseres en haar familie daarin geïnteresseerd waren. Na de onderhandelingen over de uitkoop heeft eiseres een flink aantal klachten en Woo-verzoeken ingediend die gericht waren op informatie over bestuurders en ambtenaren, onder wie de onderhandelingsambtenaar, zelfs bij andere gemeenten. Op sociale media worden ook ambtenaren onheus bejegend door eiseres en haar familie. Het laatste Woo-verzoek van 22 februari 2024 is ingediend naar aanleiding van een tussentijdse mededeling van diezelfde dag over de voortgang van de voorgaande 13 Woo-verzoeken. Dat 14e verzoek richtte zich op de medewerker die de brief over de voortgang had ondertekend. Het heeft er dus alle schijn van dat eiseres ook hiermee heeft gehandeld uit rancune en de gemeente onder druk wil zetten. Dit geldt te meer omdat de verzoeken enorm van omvang zijn, vaag zijn omschreven en vaak overlappen met eerdere verzoeken. Sinds 2021 hebben eiseres en haar familie minimaal 58 verzoeken ingediend. Dit betreft 12,1% van het totale aantal aan verzoeken die door de gemeente zijn ontvangen. Gelet op het grote aantal inwoners in de gemeente van 161.000 is dit een buitenproportioneel aandeel. Eiseres slaat gesprekken af, dient kort na elkaar omvangrijke Woo-verzoeken in, heeft al een aantal keer een dwangsom gevorderd wegens te laat beslissen en voert veelvuldig procedures waarbij zij niet altijd komt opdagen. Dit alles doet vermoeden dat zij met haar verzoeken slechts tracht de organisatie van de gemeente te frustreren en onder druk te zetten, aldus het college.
9. Met bestreden besluit 2 heeft het college de buitenbehandelingstelling gehandhaafd. Het college heeft daartoe (kort samengevat) overwogen dat geen sprake is van gewone verzoeken om informatie. Dit volgt uit het aantal verzoeken in een korte periode, de omvang, de aard van het gevraagde en de inhoudelijke overlap. Ook staat vast dat sprake is van een verstoorde verhouding tussen eiseres en de gemeente, en eiseres heeft niet betwist dat zij veelvuldig procedeert terwijl zij geregeld niet verschijnt op hoorzittingen. Het heeft er schijn van dat eiseres financieel beter wenst te worden van haar acties. Hetgeen in bezwaar is aangevoerd overtuigt er niet van dat eiseres geen misbruik maakt van haar bevoegdheid om een Woo-verzoek in te dienen.
HAA 25/1875
10. Het Woo-verzoek van 14 augustus 2023 richt zich op alle documenten die in de periode vanaf 1 januari 2023 tot en met 14 augustus 2023 zijn uitgewisseld tussen [naam 2] en de gemeente Zaanstad, gerelateerd aan de familie [familienaam].
10. Met het besluit van 25 september 2023 heeft het college dit verzoek buiten behandeling gesteld, op grond van artikel 4.6 van de Woo. Uit een inventarisatie blijkt dat eiseres inmiddels ten minste 99 Woo-verzoeken heeft ingediend en 88 bezwaren. Daarnaast lopen nog 62 juridische procedures tegen besluiten van de gemeente. Informatie die eiseres al eerder heeft ontvangen, wordt later opnieuw opgevraagd. Dit duidt erop dat eiseres niet tot doel heeft om de gevraagde informatie daadwerkelijk te bestuderen. Nu wordt verzocht om informatie die betrekking heeft op de onderhandelingen tussen de gemeente en de familie van eiseres die in 2022 en 2023 hebben plaatsgevonden, maar wat betreft die onderhandelingen is geheimhouding overeengekomen. Dit is eiseres bekend. Voor zover de informatie over de onderhandelingen voor eiseres van belang is, beschikt zij daar bovendien al over, aldus het college.
10. Met bestreden besluit 1 heeft het college de buitenbehandelingstelling gehandhaafd. Daartoe heeft het college overwogen dat door het procedeergedrag van eiseres aannemelijk is dat sprake is van misbruik van recht. Verwezen wordt naar de acties die uitgebreid zijn toegelicht in het besluit van 21 mei 2024.
Gronden van beroep
10. Eiseres stelt dat de bestreden besluiten niet zijn voorzien van een deugdelijke motivering. De gemeente maakt misbruik van recht en blijft informatie structureel weigeren, aldus eiseres.
Beoordeling door de rechtbank
10. Artikel 4.6 van de Woo luidt:
"Indien de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, kan het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, dan wel onverwijld nadat is gebleken dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie, besluiten het verzoek niet te behandelen."
15. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 4.6 van de Woo, zodat het college mocht besluiten de verzoeken niet te behandelen. Hiervoor is het volgende van belang.
15. Een indiener van een Woo-verzoek hoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen. Dat laat onverlet dat de bevoegdheid tot het indienen van zo’n verzoek met een bepaald doel is toegekend, namelijk dat in beginsel eenieder kennis kan nemen van overheidsinformatie. Nu misbruik van recht zich kan voordoen indien een bevoegdheid wordt aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij is gegeven, kan het doel van een Woo-verzoek relevant zijn om te beoordelen of misbruik van recht heeft plaatsgevonden. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van misbruik van recht kan ook het eerdere (procedeer)gedrag van een Woo-verzoeker worden betrokken. [1]
17. Er is sprake van een langlopend conflict tussen partijen over een veelheid van zaken in de omgeving van de [locatie] in [plaats] , waar eiseres en haar naaste familieleden woonachtig zijn of zijn geweest. Eiseres heeft ter zitting gesteld dat er sinds 2010 illegale activiteiten om en nabij de [locatie] plaatsvinden. Van dit soort activiteiten worden meldingen gemaakt bij de gemeente, maar volgens eiseres treedt de gemeente hiertegen niet accuraat op. Eiseres heeft daaruit de conclusie getrokken dat de illegale activiteiten onder het toezicht van de gemeente plaatsvinden en heeft het gevoel dat zij als kritische burger monddood wordt gemaakt. De rechtbank constateert dat de verhoudingen tussen partijen hierdoor ernstig verstoord zijn.
17. De verstoorde verhoudingen uiten zich middels een patroon van veelvuldig procederen. De 15 Woo-verzoeken die in deze procedure aan de orde zijn maken deel uit van een groot aantal verzoeken die eiseres en/of haar naaste familieleden bij het college hebben ingediend. Uit het door het college overgelegde schema volgt dat het gaat om ten minste 119 verzoeken om informatie sinds 2014. Ook heeft het college onweersproken gesteld dat naast die verzoeken om informatie nog veel andere procedures door eiseres en/of haar naaste familieleden zijn gestart, zoals klacht- en bezwaarprocedures.
17. De verzoeken om informatie die in deze procedure in geding zijn, hebben een direct verband met het langlopende conflict tussen partijen. Zo ziet het overgrote deel van de ingediende verzoeken in de zaak HAA 25/1869 op informatie over de omgeving rondom de [locatie] . Daarnaast is bij het verzoek in de zaak HAA 25/1875 gevraagd om informatie over de ambtenaar die namens de gemeente onderhandeld heeft met de familie van eiseres over een mogelijke uitkoop, teneinde het conflict tussen partijen definitief te beëindigen. Een concrete uitleg van het doel waarvoor eiseres de door haar opgevraagde informatie wil gebruiken ontbreekt in onderhavige zaken. Zij heeft ter zitting slechts gesteld dat zij tot doel heeft om de gevraagde informatie openbaar te maken. De in geding zijnde verzoeken zijn echter zeer ruim geformuleerd, overlappen deels met elkaar en zijn in een kort tijdsbestek achter elkaar ingediend. Daarom kan in onderhavige zaken niet gesproken worden van gewone verzoeken om informatie. Het staat buiten kijf dat behandeling van de in geding zijnde verzoeken een groot beslag legt op de organisatie van de gemeente en de nodige tijd in beslag neemt. Overigens heeft het college dat bij de tussentijdse brief van 22 februari 2024 aan eiseres laten weten, waarna eiseres diezelfde dag nog een nieuw Woo-verzoek indiende dat gericht was op het verkrijgen van informatie over de ambtenaar die de tussentijdse brief had verzonden. Dit, tezamen met het al benoemde procedeergedrag van eiseres, en het feit dat de verzoeken van eiseres in de kern raken aan het langlopende conflict tussen partijen, maakt dat de indruk ontstaat dat eiseres de organisatie van de gemeente bewust probeert te treffen door een zwaar beslag te leggen op de ambtelijke en bestuurlijke capaciteit. Het college heeft daaruit mogen afleiden dat eiseres met de in geding zijnde verzoeken kennelijk een ander doel nastreeft dan het verkrijgen van publieke informatie.
Conclusie
20. De rechtbank is van oordeel dat het college de Woo-verzoeken buiten behandeling mocht stellen. De beroepen van eiseres zijn dus ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling en vergoeding van het griffierecht bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr.E. Boon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:426, van 21 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:974, en van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2291.