De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die onder toezicht is gesteld tot 10 september 2026. De machtiging was eerder verleend maar verviel omdat deze niet binnen drie maanden werd uitgevoerd.
De minderjarige woont bij haar moeder, met wie de relatie onder druk staat en recentelijk tot hevige escalaties leidde. De minderjarige vertoont forse persoonlijke problematiek, zit veel op haar kamer en heeft geen dagbesteding. De moeder erkent de noodzaak van plaatsing, ondanks de wens dat de minderjarige thuis blijft.
De kinderrechter voerde een zitting met gesloten deuren, waarbij de minderjarige haar mening gaf en de moeder en GI aanwezig waren. De kinderrechter concludeerde dat de machtiging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, die baat heeft bij behandeling en dagbesteding in een gespecialiseerde accommodatie.
De machtiging wordt verleend met ingang van 3 februari 2026 tot 10 september 2026 en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep. De kinderrechter benadrukt de positieve ontwikkelingen zoals de start van paardentherapie en de intentie om naar school te gaan.