ECLI:NL:RBNHO:2026:130

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
11924616 \ AO VERZ 25-137
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671 BWArt. 7:672 BWArt. 7:677 BWArt. 7:678 BWArt. 7:681 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtsgeldigheid ontslag op staande voet wegens diefstal en afwijzing billijke vergoeding

De werknemer is op 11 augustus 2025 op staande voet ontslagen door GOM Schoonhouden B.V. wegens het meenemen van een tas met een iPhone, AirPods en een horloge van een Schipholpassagier, wat kwalificeert als diefstal. De werknemer erkent het meenemen van de tas, maar stelt dat hij dacht dat het afval betrof. De kantonrechter oordeelt dat het meenemen van de tas een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet, mede omdat de werknemer op de hoogte had moeten zijn van het verbod op het meenemen van eigendommen van klanten.

De werknemer verzocht om vernietiging van het ontslag en toekenning van een billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter stelt vast dat het ontslag onverwijld en met mededeling van de dringende reden is gegeven en dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarom worden de verzoeken afgewezen. De kantonrechter veroordeelt GOM tot het opstellen en uitbetalen van een eindafrekening over de periode tot 11 augustus 2025.

De werknemer is tevens veroordeeld in de proceskosten. Het tegenverzoek van GOM om het ontslag rechtsgeldig te verklaren wordt toegewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens diefstal is rechtsgeldig; verzoeken tot vergoedingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 11924616 \ AO VERZ 25-137
Beschikking van 12 januari 2026
in de zaak van
[eiser]
wonende te [plaats]
verzoeker
hierna te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. L. Biemond
tegen
GOM Schoonhouden B.V.
gevestigd te Schiedam
verweerder
hierna te noemen: GOM
gemachtigde: mr. R.L. van Heusden

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiser] berust in het aan hem verleende ontslag op staande voet, maar verzoekt (onder meer) om toekenning van een billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is verleend. Het ontslag op staande voet is onverwijld gegeven en GOM had daarvoor een dringende reden, namelijk het door [eiser] van de werkplek meenemen van een tas van een Schipholpassagier met daarin een iPhone, Airpods en een horloge. De verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging en billijke vergoeding worden daarom afgewezen. Datzelfde geldt voor de verzochte transitievergoeding, omdat [eiser] naar het oordeel van de kantonrechter ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 7 producties,
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige tegenverzoeken waaronder een (voorwaardelijk) verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ex artikel 7:671b BW met 7 producties,
- de brief van de zijde van GOM van 10 december 2025, waarmee zij de producties 9 en 10 in het geding heeft gebracht,
- de mondelinge behandeling van 15 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitaantekeningen van [eiser].
2.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

3.Feiten

3.1.
GOM is een landelijk opererend schoonmaakbedrijf dat een breed scala aan schoonmaakdiensten verleent, waaronder reguliere schoonmaak, specialistische reiniging, glasbewassing, zorgondersteuning en schoonmaak in onderwijsinstellingen, kantoren en industriële omgevingen. GOM is een onderdeel van de Facilicom Group N.V.
3.2.
[eiser], geboren op 24 maart 1964, is met ingang van 1 april 2025 in dienst getreden bij GOM in de functie van Medewerker Algemeen Schoonmaakonderhoud I, voor 38 uren per week en tegen een salaris van € 2.479,12 bruto per 4 weken exclusief toeslagen. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf van toepassing. Omdat [eiser] reeds op 26 februari 2007 in dienst is getreden bij de rechtsvoorganger van GOM, ISS, is zijn anciënniteitsdatum bepaald op 26 februari 2007. In de arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“Eigendommen van de klant mogen niet verplaatst worden naar een andere plekken binnen of buiten de klantlocatie. Ook mag er zonder toestemming geen gebruik worden gemaakt van eigendommen van de klant. Hier valt bijvoorbeeld ook het zonder toestemming gebruik maken van de telefoon van de klant onder.”
3.3.
In de Bedrijfscode Facilicom Group, die onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst van [eiser], staat onder andere het volgende opgenomen:
“(..)
Zó werken we samen
Vertrouwen is de basis voor hoe we werken en samenwerken. Het gaat ons erom dat
jouw professionaliteit en inzet maximaal uit de verf komen. (..)
  • We houden ons aan cao’s, personeelsreglementen en wet- en regelgeving,
  • (..) We overtreden geen wetten en begaan geen strafbare feiten (denk aan omkoping en valsheid in geschrifte) (..)”
3.4.
In de eveneens op de arbeidsovereenkomst van toepassing zijnde Procedure Fraude- en diefstalmeldingen van Facilicom staat onder andere:
“(..) 2. Hoe om te gaan met fraude?
(..)
2.2
Definitie van diefstal
Er is sprake van diefstal wanneer goederen die eigendom zijn van een ander (in strijd met de wet) worden weggenomen voor eigen gewin of andere doeleinden. Daarbij is het niet belangrijk wat de waarde is van de weggenomen goederen. Diefstal kan worden gepleegd door eigen medewerkers en/of externe personen of partijen.
(..)
2.2.1
Onmiddellijke actie
Onderneem meteen actie om de geconstateerde fraude of diefstal (of het vermoeden hiervan) te stoppen om zo de schade te beperken en herhaling te voorkomen. Kun je niet zelf actie ondernemen om de fraude of diefstal te stoppen (..) zorg er dan voor dat iemand anders dat wel kan doen. (..)”
3.5.
In de voor [eiser] toepasselijke Schipholregels is onder meer het volgende bepaald:
“(..) Artikel 27 – Gevonden voorwerpen
1.
Met betrekking tot gevonden voorwerpen is de Exploitant aangewezen als gemeente in de zin van het Burgerlijk Wetboek boek 5, artikel 12. Op grond van Titel 2 van het Burgerlijk Wetboek 5 rusten op de Exploitant en de vinder de volgende rechten en plichten:
a.
De vinder van een zaak is verplicht met bekwame spoed, in ieder geval binnen 24 uur, aangifte te doen bij de afdeling ‘Gevonden Voorwerpen’ van de Exploitant;
b.
De vinder dient de zaak in bewaring te geven aan de Exploitant, tenzij de Exploitant anders vordert;
c.
De vinder dient de zaak in de toestand zoals deze werd gevonden, zonder onderdelen van de zaak te scheiden of anderszins veranderingen aan de zaak aan te brengen, aan te geven en in bewaring te geven conform sub a en b; (..)”
3.6.
Op 23 juni 2025 heeft [eiser] een van de werkplek afkomstige tas met inhoud mee naar huis genomen. In deze tas zaten een iPhone, AirPods en een horloge.
3.7.
Op 6 augustus 2025 is [eiser] op zijn woonadres aangehouden en vervolgens op locatie verhoord door de Koninklijke Marechaussee, wegens verdenking van diefstal van een tas met inhoud van een Schipholpassagier op 23 juni 2025. [eiser] is op deze dag en de daarop volgende dag, 7 augustus 2025, niet op het werk verschenen.
3.8.
Bij brief van donderdag 8 augustus 2025 heeft GOM [eiser] onder meer als volgt bericht:
“Wij constateren dat je sinds 6 augustus 2025 niet op het werk bent verschenen, zonder dat je hierover contact hebt opgenomen of een geldige afmelding hebt gedaan.
Wij hebben vernomen dat je op dit moment in detentie verblijft op verdenking van diefstal die gepleegd werd tijdens jouw werk op Schiphol. Op basis van deze informatie en het feit dat je niet beschikbaar bent voor werk, delen wij je hierbij mede dat je per direct bent geschorst zonder behoud van loon. Gedurende de periode van detentie ben je immers niet inzetbaar en kun je je werkzaamheden niet verrichten. Daarnaast is je Schipholpas ingetrokken, wat betekent dat je ook na eventuele vrijlating niet inzetbaar bent op jouw werklocatie. (..)”
3.9.
Op 11 augustus 2025 heeft een (hoor- en wederhoor-)gesprek plaatsgevonden tussen [eiser], zijn leidinggevende, dhr. [betrokkene 1], en [betrokkene 2], Business Partner bij GOM (‘[betrokkene 2]’). Aan het eind van het gesprek is [eiser] op staande voet ontslagen.
3.10.
In de brief van [betrokkene 2] aan [eiser] van 12 augustus 2025 is het mondeling aangezegde ontslag aan [eiser] bevestigd. In de brief staat onder meer het volgende opgenomen:
“(..) Hierbij bevestigen wij u schriftelijk dat wij per 11 augustus 2025 met onmiddellijke ingang de arbeidsovereenkomst met u hebben beëindigd wegens een dringende reden op grond van artikel 7:677 en Pro 7:678 BW. U bent dan ook per 11 augustus 2025 op staande voet ontslagen. Uw ontslag is op 11 augustus 2025 mondeling aangezegd door uw klantmanager Timon van der Vegt met vermelding van de reden van het ontslag.
Aanhouding op verdenking van diefstal
Op woensdag 6 augustus en donderdag 7 augustus 2025 bent u niet op het werk verschenen, zonder dat u hierover contact met ons hebt opgenomen of een geldige afmelding hebt gedaan.
De Koninklijke Marechaussee informeerde ons dat u op woensdagochtend 6 augustus 2025 op uw woonadres bent aangehouden op verdenking van diefstal die gepleegd werd tijdens uw werk op Schiphol en daarna enkele uren bent vastgehouden en verhoord. De Koninklijke Marechaussee gaf aan dat op camerabeelden te zien is dat u op 23 juni 2025 tussen 20.00 en 21.00 uur, ter hoogte van vertrekhal 2, een tas van een passagier in uw container stopt en om ongeveer 22.00 uur met deze tas naar buiten loopt. Door een passagier is aangifte gedaan van het verlies van deze tas. In de tas zat volgens de Koninklijke Marechaussee onder meer een Iphone. Via Findmylphone straalde de telefoon uit op uw woonadres. Volgens de Koninklijke Marechaussee zijn er meer spullen in beslag genomen in uw woning, wordt u verdacht van diefstal en is er een strafrechtelijk onderzoek tegen u ingesteld.
(..)
Ontslag wegens dringende reden(en)
Op basis van uw verklaringen en ons onderzoek is vast komen te staan dat u goederen die niet van u zijn, te weten in elk geval (1) een tas, (ii) EarPods en (iii) een horloge, vanaf uw werklocatie Schiphol mee naar huis hebt genomen. U geeft zelf aan dat uw acties zijn vastgelegd op camera, u in hechtenis heeft gezeten en verhoord bent en dat u deze goederen vanaf uw werklocatie mee naar huis hebt genomen. U hebt erkend dat dit onjuist was en dat u daarmee een fout hebt gemaakt.
Uw handelwijze — het meenemen van goederen die niet van u zijn — is volledig in strijd de wettelijke regels, met de verplichtingen ingevolge uw arbeidsovereenkomst en met hetgeen een goed werknemer betaamt. U behoort te weten dat het niet is toegestaan om goederen in welke vorm ook vanuit werk mee naar huis te nemen. U behoort ook te weten dat een tas die op een locatie als Schiphol ergens (tijdelijk) onbeheerd staat niet beschouwd kan worden als afval, maar waarschijnlijk toebehoort aan een passagier of andere derde. Uw verklaring, dat u dacht dat het ging om afval is, gelet op de inhoud van de tas, zeer ongeloofwaardig. U heeft uw (gestelde) aanname dat het ging om afval ook niet gecontroleerd of daarover overleg gepleegd, doch op eigen initiatief gehandeld. Ook is niet gebleken dat u op enig moment pogingen heeft ondernomen de eigendommen te retourneren of dat u daartoe het voornemen had. U heeft daarmee eigendom dat aan een ander toebehoort weggenomen en onder u gehouden zonder toestemming.
Het spreekt voor zich dat dit in het geheel niet acceptabel is. Door uw handelen c.q. nalaten, zoals hiervoor aangegeven, is het vertrouwen van ons als werkgever in u ernstig beschaamd. U heeft met uw handelen bovendien de reputatie van GOM beschadigd, nu derden, zoals in elk geval de Koninklijke Marechaussee en opdrachtgever Schiphol, inmiddels kennis van de zaak hebben.
Daarnaast rekenen wij het u aan dat u zich na uw vrijlating op 6 augustus 2025 niet direct — of ten minste de dag erna, op donderdag 7 augustus 2025 — bij ons heeft gemeld om opheldering te geven over uw afwezigheid en over de situatie. Tijdens het gesprek op 11 augustus 2025 gaf u aan dat u op donderdag 7 augustus roostervrij was. Zelfs als dit juist zou zijn, had het op uw weg gelegen die dag contact met ons op te nemen gezien uw afwezigheid op 6 augustus. Uit ons onderzoek is bovendien gebleken dat u volgens het rooster die donderdag gewoon had moeten werken. U bent die dag dus ongeoorloofd en zonder geldige afmelding afwezig geweest. U heeft hiermee (opnieuw) laten zien zich geen rekenschap te geven van de belangen van ons als werkgever.
Na een zorgvuldige overweging, waarbij alle omstandigheden zijn meegewogen kunnen wij niet anders dan de meest verstrekkende maatregel nemen. De gedragingen dan wel uw nalaten, zoals hiervoor omschreven, leveren ieder op zichzelf alsmede in onderlinge samenhang bezien een dringende reden op voor ons om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigen. Van ons kan niet worden verwacht dat de arbeidsovereenkomst nog enige tijd voortduurt, nu u grovelijk de verplichtingen als werknemer hebt veronachtzaamd.
Om die reden hebben wij helaas moeten besluiten om uw arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen. Aan u is derhalve ontslag op staande voet gegeven. Het ontslagbesluit is telefonisch aan u medegedeeld op 11 augustus 2025. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst tussen u en GOM per 11 augustus 2025 is beëindigd. (..)”

4.Verzoeken

4.1.
[eiser] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
Primair:
I. Het gegeven ontslag op staande voet van 11 augustus 2025 te vernietigen;
II. GOM te veroordelen tot (door)betaling van achterstallig salaris vanaf 6 augustus 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd ter hoogte van € 2.479,12 bruto per periode van 4 weken exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten;
III. GOM te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het onder II. genoemde bedrag;
IV. GOM te veroordelen tot het overleggen van salarisspecificaties vanaf 11 augustus 2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, op straffe van een dwangsom van € 250 voor iedere dag dat GOM hiermee in gebreke blijft na 14 dagen na betekening van de in deze zaak te wijzen beschikking, met een maximum van € 10.000,-;
Subsidiair:
V. aan [eiser] een billijke vergoeding toe te kennen ter hoogte van € 20.000 bruto ten laste van GOM;
VI. GOM te veroordelen om een normale eindafrekening op te stellen en aan [eiser] uit te keren, waaronder begrepen de uitbetaling van openstaande vakantiedagen en andere verlofuren per 11 augustus 2025;
VII. GOM te veroordelen tot het betalen van de vergoeding wegens onregelmatige opzegging € 13.473,60 bruto inclusief 8% vakantiegeld;
VIII. GOM te veroordelen tot het betalen van de wettelijke transitievergoeding aan [eiser] ter hoogte van € 18.221,17 bruto;
IX. GOM te veroordelen tot het verstrekken van salarisspecificaties ten aanzien van de onder V t/m VIII genoemde bedragen;
Zowel primair als subsidiair:
X. GOM te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, het salaris van de gemachtigde en de nakosten daaronder begrepen;
XI. de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.2.
[eiser] legt aan zijn verzoeken, kort samengevat, het volgende ten grondslag. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig gegeven omdat een dringende reden daarvoor ontbrak. Zowel het meenemen van de tas op 23 juni 2025 als het niet verschijnen op het werk berusten op oprechte vergissingen van [eiser]. Het had op de weg van GOM gelegen om tot een minder verstrekkende maatregel over te gaan. [eiser] heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij desondanks berust in het ontslag op staande voet, maar wel aanspraak wenst te maken op de subsidiair verzochte vergoedingen. Ter onderbouwing van de verzochte billijke vergoeding voert [eiser], kort gezegd, aan dat GOM bij het ontslag onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. [eiser] is 62 jaar, is al vele jaren in dienst bij (de voorganger van) GOM en heeft een zeer eenzijdig arbeidsverleden. Het handelen van GOM is (mede) gelet daarop ernstig verwijtbaar en in strijd met het goed werkgeverschap. [eiser] is niets verwijtbaar. Hij heeft een tot dusver vlekkeloos dienstverband en zou, het ontslag weggedacht, waarschijnlijk nog veel jaren bij GOM in dienst zijn gebleven. [eiser] acht, onder andere de voorgaande omstandigheden in samenhang bezien, een billijke vergoeding van € 20.000,00 gerechtvaardigd.
4.3.
GOM voert verweer. Zij meent dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is verleend. Er is sprake van een dringende reden, een onverwijlde opzegging en een onverwijlde mededeling van de dringende reden aan [eiser]. [eiser] is door de Koninklijke Marechaussee aangehouden en verhoord in verband met de verdenking van diefstal van een tas van een passagier. [eiser] heeft in het gesprek met de Marechaussee erkend 1) dat hij de tas heeft meegenomen naar huis en 2) dat hij geen pogingen heeft ondernomen de tas aan de rechtmatige eigenaar terug te geven, bijvoorbeeld door hierover met zijn leidinggevende te spreken of de tas af te leveren bij de afdeling Gevonden Voorwerpen op Schiphol. [eiser] is verder ongeoorloofd niet op het werk verschenen en heeft verzuimd daarover tekst en uitleg te verschaffen aan GOM. Omdat het ontslag rechtsgeldig is, dienen de verzoeken van [eiser] wat GOM betreft te worden afgewezen. GOM valt geen (ernstig) verwijt te maken. Wat betreft de verzochte billijke vergoeding merkt GOM op dat de verzochte transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding bij elkaar ruim € 31.694 bruto vormen, hetgeen reeds een meer dan voldoende compensatie is voor het te verwachten inkomstenverlies dat [eiser] als gevolg van het ontslag lijdt. Mede gezien de (ernstige) verwijtbaarheid aan de kant van [eiser] zou de billijke vergoeding op nihil gesteld moeten worden, althans op een significant lager bedrag dan het door [eiser] verzochte bedrag, aldus GOM.
4.4.
De kantonrechter zal hierna, voor zover nodig, nader ingaan op de stellingen van partijen.

5.(On)voorwaardelijke tegenverzoeken

5.1.
GOM verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Onvoorwaardelijk tegenverzoek:
I. te verklaren voor recht dat het op 11 augustus 2025 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is;
Voorwaardelijke tegenverzoeken:
II. de arbeidsovereenkomst te ontbinden per een zo vroeg mogelijke datum zonder toekenning van enige vergoeding aan [eiser];
In alle gevallen:
[eiser] te veroordelen in de proces- en nakosten van het geding, derhalve zowel ten aanzien van het verzoek als het tegenverzoek, het salaris van gemachtigde daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen, althans vanaf een door de kantonrechter redelijk geachte termijn, na de in dezen te wijzen beschikking, indien en voor zover deze kosten niet voordien zijn voldaan
5.2.
GOM legt hieraan het volgende ten grondslag. Indien het ontslag op staande voet wordt vernietigd, meent GOM dat er alle aanleiding bestaat de arbeidsovereenkomst (onvoorwaardelijk) te ontbinden op grond van (primair) artikel 7:686 BW Pro (ernstige tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst) dan wel (subsidiair) artikel 7:671 b BW jo. artikel 7:669 lid 3 sub e BW Pro (verwijtbaar handelen), dan wel (meer subsidiair) artikel 7:671 b BW ja. artikel 7:669 lid 3 sub g BW Pro (een verstoorde arbeidsverhouding), dan wel (uiterst subsidiair) artikel 7:671 b BW jo. artikel 7:669 lid 3 sub i BW Pro (een combinatie van omstandigheden). GOM verzoekt de kantonrechter om ongeacht de ontbindingsgrond de arbeidsovereenkomst op de eerst mogelijke termijn te ontbinden en daarbij geen transitievergoeding en/of billijke vergoeding en/of enige andere vergoeding aan [eiser] toe te kennen nu er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van [eiser]. Gezien het handelen van [eiser] ligt een herplaatsing niet in de rede.

6.De beoordeling van het verzoek

6.1.
[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij kiest voor zijn subsidiaire verzoek. Zijn primaire verzoek hoeft hier dus niet te worden behandeld. Ter beantwoording ligt dus allereerst de vraag voor of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven.
beoordelingskader
6.2.
Volgens artikel 7:677 lid 1 BW Pro moet een ontslag op staande voet onverwijld worden gegeven, met gelijktijdige mededeling van de dringende reden voor dat ontslag.
Als dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW Pro worden op grond van het bepaalde in artikel 7:678 lid 1 BW Pro beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben.
6.3.
Voor de beoordeling van de vraag of het door GOM aan [eiser] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan [eiser] opgegeven redenen zoals vermeld in de onder 3.10 genoemde brief maatgevend en wordt het geschil afgebakend door de daarin genoemde verwijten. Het gaat in dit geschil slechts om de vraag of sprake is
van een dringende reden, omdat [eiser] niet betwist dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven.
6.4.
GOM verwijt [eiser] primair dat hij goederen die niet van hem zijn, te weten een tas met daarin AirPods en een horloge, vanaf de werklocatie heeft meegenomen naar huis. [eiser] erkent dat hij op 23 juni 2025 een tas met daarin een iPhone, Airpods en een horloge mee naar huis heeft genomen vanaf de werkplek, maar stelt dat hij ervan uitging dat het om afval ging omdat de tas hem door een beveiliger met een wegwuivend gebaar in de armen werd gedrukt. [eiser] stelt verder dat hij op het moment dat hij de tas meenam niet bekend was met de inhoud van de tas. Ook stelt [eiser] dat GOM hem er nooit eerder op heeft aangesproken dat het meenemen van afval naar huis niet is toegestaan; het (kennelijk) geldende zero tolerance beleid wordt niet, althans niet consequent door GOM toegepast, aldus [eiser].
GOM had een dringende reden voor het ontslag op staande voet
6.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter levert het meenemen van de tas door [eiser] in de gegeven omstandigheden een dringende reden op voor ontslag op staande voet. Hiervoor is het volgende van belang. [eiser] was ervan op de hoogte, dan wel had ervan op de hoogte moeten zijn, dat het vanaf de werkplek meenemen van de tas niet was toegestaan. In de arbeidsovereenkomst van [eiser] staat namelijk uitdrukkelijk opgenomen dat
‘eigendommen van de klant’niet verplaatst mogen worden naar een andere plek binnen of buiten de klantlocatie. De stelling van [eiser] dat hij ervan uitging dat het afval betrof, kan in dit verband niet als steekhoudend worden aangemerkt. [eiser] heeft ter zitting immers aangegeven dat hij de tas heeft meegenomen om de specifieke reden dat het om een ‘mooie’ tas ging. Het had [eiser] dus duidelijk moeten zijn dat het niet om afval, maar om (een) eigendom(men) van een klant ging.
6.6.
Uit de Schipholregels (zie 3.5), die onbetwist onderdeel uitmaken van de arbeidsovereenkomst van [eiser], valt op te maken dat [eiser], als ‘vinder van een zaak’ gehouden was om – kort gezegd - de tas (met inhoud) binnen 24 uur af te geven bij de afdeling gevonden voorwerpen van Schiphol. [eiser] heeft hier niet aan voldaan. Dit handelen is naar het oordeel van de kantonrechter (in ieder geval) te kwalificeren als diefstal in de zin van de Procedure Fraude- en Diefstalmeldingen van Facilicom (zie 3.4), die onbetwist ook onderdeel is van de arbeidsovereenkomst van [eiser]; “
Er is sprake van diefstal wanneer goederen die eigendom zijn van een ander (in strijd met de wet) worden weggenomen voor eigen gewin of andere doeleinden. Daarbij is het niet belangrijk wat de waarde is van de weggenomen goederen. Diefstal kan worden gepleegd door eigen medewerkers en/of externe personen of partijen.”
6.7.
De kantonrechter gaat voorbij aan de stelling van [eiser] dat hij door zijn gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal niet goed heeft begrepen wat er in de hiervoor genoemde stukken staat. [eiser] heeft de ter zitting door GOM ingenomen stelling dat alle medewerkers die met ingang van 1 april 2025 bij GOM in dienst zijn getreden een (Engelstalige) e-learning hebben moeten volgen, waarin onder andere het diefstalprotocol ter sprake is gekomen, namelijk onbetwist gelaten. [eiser] heeft dus slechts twee maanden voorafgaand aan het meenemen van de tas nog kennis genomen van de op zijn werkplek geldende regels. [eiser] heeft bovendien niet betwist dat de regels ook intern in werkoverleggen en instructies worden besproken én dat het in de schoonmaakbranche algemeen bekend is dat je niets mee naar huis mag nemen.
6.8.
Ook los van de hiervoor besproken regelgeving kan er naar het oordeel van de kantonrechter geen misverstand over bestaan dat je als werknemer geen zaken als de onderhavige mee mag nemen van de werkplek. Of [eiser] op het moment dat hij besloot de tas mee naar huis te nemen al meteen in de tas heeft gekeken, hetgeen hij zelf ontkent, is in dat verband niet zo belangrijk. [eiser] wist in ieder geval bij thuiskomst wat er in de tas zat en heeft toen, ondanks de wetenschap van de grote (geldelijke) waarde van de inhoud, de bewuste keuze gemaakt om dit niet met zijn leidinggevende te bespreken of het (desnoods anoniem) te melden bij de afdeling gevonden voorwerpen. [eiser] heeft met dit handelen een in de Bedrijfscode opgenomen kernwaarde, namelijk dat vertrouwen de basis is van de samenwerking, ernstig aangetast.
6.9.
Wat betreft de stelling van [eiser] dat het strafrechtelijk onderzoek nog loopt en hij pas schuldig is aan diefstal indien de strafrechter dat bewezen heeft verklaard en hem heeft veroordeeld, geldt het volgende. Naar het oordeel van de kantonrechter staat, gelet op het hiervoor overwogene, voldoende vast dat er sprake is van diefstal door [eiser]. Dat hij de tas met inhoud wederrechtelijk heeft meegenomen, wordt door hem immers erkend. Het is daarbij niet van belang dat [eiser] (nog) niet door de strafrechter is veroordeeld. In het civiele recht gaat het er immers om dat er een redelijke mate van zekerheid is over de gestelde feiten.
6.10.
Op grond van artikel 7:678 lid 2 sub d BW Pro vormt diefstal door een werknemer voor de werkgever een dringende reden om tot ontslag op staande voet over te gaan. Daar komt bij dat [eiser] zowel op 6 als 7 augustus 2025 ongeoorloofd niet op het werk is verschenen, zonder GOM daarover in te lichten. Ook dit valt [eiser] naar het oordeel van de kantonrechter in hoge mate te verwijten. De conclusie luidt dan ook dat GOM [eiser] rechtsgeldig op staande voet heeft ontslagen. [eiser] heeft geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die van dien aard zijn dat GOM van het ontslag op staande voet had moeten afzien.
billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding
6.11.
Uit artikel 7:681 lid Pro 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen, indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW Pro. Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [eiser] om toekenning van die billijke vergoeding worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor het verzoek van [eiser] tot toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging (ingevolge artikel 7:672 lid 10 BW Pro). Omdat [eiser] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door het plegen van diefstal, heeft hij tot slot ook geen recht heeft op een transitievergoeding.
eindafrekening en salarisspecificaties
6.12.
[eiser] heeft sub VI verzocht om GOM te veroordelen een ‘normale eindafrekening’ op te stellen en aan [eiser] uit te keren, waaronder [eiser] begrijpt de uitbetaling van openstaande vakantiedagen en andere verlofuren per 11 augustus 2025. Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is verleend, is het dienstverband geëindigd op 11 augustus 2025. GOM zal daarom slechts worden veroordeeld aan [eiser] – voor zover zij daaraan niet reeds heeft voldaan – een eindafrekening over de periode tot en met 11 augustus 2025 aan [eiser] te verstrekken en uit te keren.
6.13.
Gezien het voorgaande, wordt ook het verzoek onder IX afgewezen voor zover het ziet op het verstrekken van salarisspecificaties ten aanzien van de billijke vergoeding, transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de uitbetaling van openstaande verlofuren en vakantie-uren over de periode ná 11 augustus 2025. De kantonrechter begrijpt uit punt 35 van het verzoekschrift dat onder dit verzoek ook moet worden begrepen de salarisspecificatie over de periode van 11 augustus 2025 tot en met
7 september 2025. Omdat het dienstverband zoals overwogen met onmiddellijke ingang is geëindigd op 11 augustus 2025, wordt het verzoek ook in zoverre afgewezen.
proceskosten
6.14.
[eiser] krijgt grotendeels ongelijk en wordt daarom veroordeeld in de proceskosten. Die kosten bestaan aan de kant van GOM uit € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten. Dit is bij elkaar € 949,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking door een deurwaarder uitgereikt moet worden.
uitvoerbaar bij voorraad
6.15.
Deze beschikking wordt wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat als deze zaak aan een hogere rechter voorgelegd wordt, in afwachting van de uitspraak van die hogere rechter afgedwongen kan worden dat aan de proceskostenveroordeling in deze beschikking wordt voldaan.

7.De beoordeling van het tegenverzoek

7.1.
Gezien de conclusie onder 6.10, wordt het onvoorwaardelijke tegenverzoek om te verklaren voor recht dat het op 11 augustus 2025 gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is toegewezen.
7.2.
Op het voorwaardelijk verzoek van GOM om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, hoeft niet te worden beslist. De voorwaarde waaronder GOM dat verzoek heeft gedaan, is namelijk niet vervuld. Hiervoor is immers beslist dat het ontslag op staande voet niet wordt vernietigd.
7.3.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de beslissing op het tegenverzoek direct voortvloeit uit de beslissing op het verzoek.

8.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek
8.1.
veroordeelt GOM om, voor zover zij deze niet reeds aan [eiser] heeft verstrekt, een normale eindafrekening op te stellen en aan [eiser] uit te keren, waaronder begrepen de uitbetaling van openstaande vakantiedagen en andere verlofuren tot 11 augustus 2025,
8.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
8.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad [1] ,
8.4.
wijst het meer of anders verzochte af,
op het tegenverzoek,
8.5.
verklaart voor recht dat het op 11 augustus 2025 door GOM aan [eiser] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is,
8.6.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
8.7.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026.

Voetnoten

1.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.