ECLI:NL:RBNHO:2026:128

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/15/25/339 F
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van faillissementsvonnis na verzet door Vastgoedplan Nederland B.V.

Op 8 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, uitspraak gedaan in een verzetprocedure tegen een faillissementsvonnis. Het verzoekschrift tot vernietiging van het faillissementsvonnis van 23 december 2025, uitgesproken tegen de besloten vennootschap Vastgoedplan Nederland B.V., werd ingediend door de aanvrager van het faillissement, [bedrijf] B.V. De rechtbank constateerde dat Vastgoedplan tijdig in verzet was gekomen en dat het faillissement op goede gronden was uitgesproken. Vastgoedplan voerde aan dat zij niet in de toestand verkeerde van te hebben opgehouden te betalen en dat zij de vordering van [bedrijf] inclusief de faillissementskosten volledig kon voldoen. De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en vastgesteld dat de vordering van [bedrijf] inmiddels volledig was voldaan. Zowel [bedrijf] als de curator stemden in met de vernietiging van het faillissement. De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, vernietigde het faillissementsvonnis en stelde het salaris van de curator vast op € 2.000,00, te betalen door Vastgoedplan. De rechtbank oordeelde dat er geen aanleiding was om [bedrijf] te veroordelen in de kosten van de curator, aangezien het faillissement op goede gronden was uitgesproken en Vastgoedplan ervoor had gekozen niet ter zitting te verschijnen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Alkmaar
insolventienummer: C/15/25/339 F
uitspraakdatum: 8 januari 2026
Op 24 december 2025 is ingekomen een verzoekschrift strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 23 december 2025, waarbij in staat van faillissement werd verklaard:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Vastgoedplan Nederland B.V.,
hierna: Vastgoedplan
statutair gevestigd te Alkmaar
vestigingsadres: 2011 MJ Haarlem, Kennemerplein 6,
advocaat mr. V.H.B. Kruit
met aanstelling van mr. [curator] te [plaats] tot curator,
op verzoek van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf] B.V.
hierna: [bedrijf]
aanvrager faillissement
advocaat mr. M.H. den Otter.

1.De procedure

1.1
Het verzetschrift is pro forma behandeld op 8 januari 2026.
1.2
Voorafgaand aan de zitting heeft mr. M.H. den Otter ingestemd met vernietiging van het faillissementsvonnis van 23 december 2025. Voorts heeft de curator zijn schriftelijk advies aan de rechtbank toegezonden.

2.De beoordeling

2.1
De rechtbank constateert dat Vastgoedplan gelet op artikel 8 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) tijdig in verzet is gekomen.
2.2
De rechtbank constateert eveneens dat het faillissement van Vastgoedplan bij vonnis van 23 december 2025 op goede gronden is uitgesproken.
2.3
Vastgoedplan heeft aan haar verzetschrift ten grondslag gelegd dat zij niet verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen en dat zij de vordering van de aanvrager van haar faillissement inclusief de kosten die verband houden met het verzet, alsmede de faillissementskosten, waaronder het salaris van de curator en de door hem gemaakte kosten, volledig kan voldoen. Vastgoedplan heeft evenwel verzocht om [bedrijf] te veroordelen in de kosten van de curator, omdat Vastgoedplan van oordeel is dat [bedrijf] de faillissementsprocedure alleen heeft gebruikt om Vastgoedplan tot betaling te dwingen.
2.4
De rechtbank moet beoordelen of op dit moment – de beoordeling van het verzet – summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van [bedrijf] en of Vastgoedplan verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, aan de hand van gegevens die nu gelden. Er vindt dus een toetsing ex nunc plaats (Hoge Raad 5 juni 2015, ECLI:NL:HR: 2015:1473).
2.5
Uit de stukken die in het geding zijn gebracht is gebleken dat de vordering van [bedrijf] nu volledig is voldaan. Daarnaast is gebleken dat ook voldoende zekerheid is gesteld om de faillissementskosten en het salaris van de curator te voldoen. Overigens hebben zowel [bedrijf] als de curator verklaard in te stemmen met een vernietiging van het faillissement. [bedrijf] heeft wel verzocht om het verzoek om haar in de kosten van de curator te veroordelen af te wijzen.
2.6
Nu de vordering van [bedrijf] door voldoening teniet is gegaan, moet het verzet gegrond worden verklaard en het faillissement worden vernietigd.
2.7
De rechtbank zal het bedrag van het salaris van de curator en het bedrag van de door deze gemaakte kosten vaststellen op een bedrag van € 2.000,00 conform het verzoek van de curator.
2.8
De rechtbank ziet geen aanleiding [bedrijf] te veroordelen in de kosten van de curator. Het faillissement is op goede gronde uitgesproken en Vastgoedplan heeft er zelf voor gekozen om niet ter zitting te verschijnen om verweer te voeren. Het faillissement wordt vernietigd omdat de vordering van [bedrijf] na de faillietverklaring is voldaan. Dat sprake zou zijn van misbruik van recht aan de zijde van [bedrijf] is de rechtbank niet gebleken.

3.Beslissing

De rechtbank
3.1
verklaart het verzet gegrond;
3.2
vernietigt het op 23 december 2025 uitgesproken faillissement van Vastgoedplan;
3.3
stelt het salaris van de curator en de verschotten vast op € 2.000,00, inclusief btw en brengt dit bedrag ten laste van Vastgoedplan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2026, in aanwezigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.