ECLI:NL:RBNHO:2026:1177
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.K. Korteweg
- G.D. Kleijne
- K.I.E. Lammers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende steunbewijs bij ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 10 februari 2026 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige van tussen de twaalf en zestien jaar. De tenlastelegging betrof onder meer het plegen van seksuele handelingen zoals pijpen en vaginale gemeenschap op of omstreeks 27 april 2024.
Hoewel de verklaring van het slachtoffer als betrouwbaar werd beoordeeld, voldeed het dossier niet aan het bewijsminimum van artikel 342 Sv Pro, omdat er onvoldoende steunbewijs was dat de verdachte de tenlastegelegde handelingen daadwerkelijk heeft verricht. DNA-sporen van de verdachte werden weliswaar op de buitenzijde van de tailleband van de onderbroek en op de rechterborst van het slachtoffer aangetroffen, maar deze sporen boden geen overtuigend bewijs voor de seksuele handelingen.
De rechtbank oordeelde ook dat de tenlastelegging geen ruimte bood voor medeplegen en dat dit niet bewezen kon worden. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van wettig bewijs. De rechtbank sprak verdachte vrij en bepaalde dat beide partijen hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige.