Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
opzettelijkin ernstige mate heeft geschonden. Het handelen van de verdachte kan om die reden niet als roekeloos worden gekwalificeerd.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de zitting van 15 januari 2026;
- een proces-verbaal van bevindingen ‘Forensisch onderzoek verkeer/forensisch onderzoek plaats delict’ (dossierpagina 53 e.v.);
- een proces-verbaal van bevindingen ‘Analyse VRI data’(dossierpagina 95 e.v.);
- een schriftelijk bescheid, inhoudende een ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° Sv, te weten briefrapporten afkomstig van het Amsterdam UMC, inhoudende medische informatie met betrekking tot [slachtoffer] (dossierpagina 47 e.v.);
- een proces-verbaal van bevindingen ‘rijden onder invloed’ (dossierpagina 179 e.v.);
- een schriftelijk bescheid, inhoudende een verslag van een deskundige als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 4° Sv te weten een rapport ‘Toxicologisch onderzoek naar aanleiding van een vermoedelijke overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet Pro’, afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut (dossierpagina 187 e.v.).
Ernstige schending van belangrijke verkeersregels
Opzettelijk
Gevaar te duchten
1.primair
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
bewezendat de verdachte de onder
1 primair en 2ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) jaar, met bevel dat deze straf
niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
240 (tweehonderdveertig) uren taakstrafdie bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
4 (vier) jarenmet aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.