ECLI:NL:RBNHO:2026:1115

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
11851051 \ CV EXPL 25-2441
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230o BWArt. 6:230v BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling oneerlijke bedingen en incassokosten in consumentenovereenkomst energie

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 15 januari 2026 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen Mega Energie B.V. en een consument. De vordering betrof een betalingsachterstand op basis van een overeenkomst op afstand. De rechter voerde een ambtshalve toetsing uit van de precontractuele en contractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in het Burgerlijk Wetboek.

De eisende partij had niet voldoende aangetoond dat zij de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst duidelijk had geïnformeerd over het herroepingsrecht en contactgegevens, wat een schending van de informatieplichten opleverde. Ook ontbrak essentiële informatie in de overeenkomst zelf, zoals de wijze van betaling en een duidelijke specificatie van het maandelijkse voorschotbedrag. Deze tekortkomingen leidden tot een sanctie waarbij de betalingsverplichting van de consument met 20% werd verminderd.

Daarnaast onderzocht de kantonrechter de algemene voorwaarden op oneerlijke bedingen. Het prijswijzigingsbeding werd als eerlijk beoordeeld vanwege de wederkerigheid en het toezicht van de ACM. Het rentebeding was conform de wettelijke regels. Echter, de buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat de eisende partij deze kosten onjuist had toegepast, onder meer door dubbele kosten in rekening te brengen.

De rechter veroordeelde de consument tot betaling van een verminderd bedrag van € 1.304,32 plus wettelijke rente vanaf de dagvaarding, en wees de overige vorderingen af. De proceskosten werden grotendeels aan de consument opgelegd, met uitzondering van de kosten voor de akte die de eisende partij zelf had veroorzaakt.

Uitkomst: De betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20% en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11851051 \ CV EXPL 25-2441
Uitspraakdatum: 15 januari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Mega Energie B.V.
te Rotterdam
de eisende partij
gemachtigde: Agin Timmermans
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
De verdere procedure
1.1. Op 23 oktober 2025 is een tussenvonnis gewezen. Middels dat tussenvonnis is de eisende partij verzocht haar vordering nader te specificeren, haar productvoorwaarden te overleggen en zich uit te laten over eventuele oneerlijke bedingen in de productvoorwaarden. De eisende partij heeft vervolgens een akte genomen, waarna vonnis is bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Ondanks dat dit niet expliciet uit de akte blijkt, gaat de kantonrechter ervan uit dat de eisende partij de door haar gevorderde hoofdsom verminderd tot een bedrag van € 1.630,40.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan artikel 6:230v lid 3 BW.
2.4.
De eisende partij stelt ook te hebben voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij schermafdrukken van het aanmeldproces overgelegd, voorzien van een toelichting. Uit deze toelichting en stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht(en) als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder c en h heeft voldaan. Niet gebleken is namelijk dat de contactgegevens van de eisende partij tijdens het aanmeldingsproces zijn getoond en dat de gedaagde partij is gewezen op het herroepingsrecht. De eisende partij stelt weliswaar dat de informatie over het herroepingsrecht is opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden, maar dat is niet voldoende. De kantonrechter is namelijk van oordeel dat de gedaagde partij hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte is gebracht van deze informatie. De gedaagde partij had er vóór het sluiten van de overeenkomst tenminste expliciet op gewezen moeten worden dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. Niet gesteld of gebleken is dat daaraan is voldaan. Voor deze schending(en) zal een sanctie worden toegepast.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
2.5.
De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. Ter onderbouwing daarvan heeft zij verwezen naar de tussen partijen gesloten overeenkomst, maar dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Daarin ontbreekt namelijk informatie over de wijze van betaling. Volgens de eisende partij zou deze informatie in de overeenkomst staan onder de kop ‘betaalgegevens’, maar de kantonrechter ziet die kop in de overeenkomst niet terug. Verder ontbreekt ook in de overeenkomst informatie over het herroepingsrecht. Tot slot heeft de eisende partij in de overeenkomst onvoldoende voldaan aan artikel 6:230m onder e BW, omdat niet in één oogopslag duidelijk is waaraan de consument zich verbindt. Bij de overeenkomst zit weliswaar een tarievenoverzicht, maar de gemiddelde consument weet niet wat dit voor zijn specifieke situatie betekent. Normaliter betaalt een consument per maand een voorschotbedrag. Het ligt voor de hand dat vooraf duidelijk wordt gemaakt welk voorschotbedrag per maand verschuldigd is en uit welke componenten dat bedrag is opgebouwd. Ook voor deze schendingen zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.6.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
2.7.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie [2] en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 [3] moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.8.
De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [4] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
Ambtshalve toetsing vanContractvoorwaarden Particuliere Kleinverbruikaansluitingen(hierna: de contractvoorwaarden) en deProductvoorwaarden Mega 2022(hierna: de algemene voorwaarden)
2.9.
De kantonrechter moet, gelet op het Dexia-arrest [5] , ook onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Prijswijzigingsbeding
2.10.
Artikel 19.3 en artikel 19.4 van de algemene voorwaarden bevat een prijswijzigingsbeding.
2.11.
Het prijswijzigingsbeding uit deze artikelen werkt twee kanten op. Het kan niet alleen leiden tot prijsverhogingen, maar ook tot prijsverlagingen voor de consument. De gedaagde partij kan dus ook profiteren van het beding. Bovendien is de eisende partij verplicht redelijke tarieven te hanteren en worden de tarieven door de ACM op redelijkheid getoetst, die zo nodig ook een maximumtarief kan vaststellen. Het handelen van de eisende partij op basis van het prijswijzigingsbeding is dan ook gewaarborgd door het toezicht van de ACM. De gedaagde partij wordt verder tijdig geïnformeerd als de tarieven veranderen en heeft dan de mogelijkheid de overeenkomst op te zeggen/te beëindigen. [6] Dit biedt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende bescherming tegen de (eventuele) nadelige gevolgen van een eenzijdige tariefwijziging. Dit opzeggingsrecht kan ook daadwerkelijk worden benut, aangezien er voldoende andere energieleveranciers zijn.
2.12.
Daarom is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een aanzienlijke verstoring van de rechten en plichten ten nadele van de consument. Anders dan het Hof Amsterdam [7] komt de kantonrechter dan ook tot de conclusie dat er geen sprake is van een oneerlijk prijswijzigingsbeding.
Eindnota
2.13.
In de algemene voorwaarden is ten aanzien van de eindnota een beding (artikel 12.3) opgenomen. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding niet als oneerlijk kan worden aangemerkt.
Rentebeding
2.14.
Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding:
“(…) Betaalt u te laat? Dan informeren wij u eerst schriftelijk of digitaal dat u in verzuim bent. U krijgt dan nog veertien kalenderdagen de tijd om te betalen zonder dat wij hiervoor extra kosten in rekening brengen. Ook informeren wij u over de gevolgen als u niet alsnog binnen deze veertien kalenderdagen betaalt. Dan moet u ons de gewone wettelijke rente betalen.(…)”
2.15.
Het rentebeding in artikel 12.6 van de algemene voorwaarden is in overeenstemming met de regeling in artikel 6:119 BW Pro. Daarbij speelt mee dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen en dat de consument (pas) de wettelijke rente is verschuldigd als hij niet binnen de hiervoor genoemde termijn van veertien kalenderdagen heeft betaald. Dit beding is daarom niet oneerlijk.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.16.
Artikel 12.6 van de algemene voorwaarden ziet ook op de incassokosten. Dit beding is op zichzelf niet oneerlijk, omdat het beding in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten.
2.17.
In de productvoorwaarden is ook een beding opgenomen over de buitengerechtelijke incassokosten en dat luidt als volgt:
‘Kosten bij te late betaling
Betaalt u te laat? Dan sturen we u een gratis herinnering. Voor elke rekening die u niet binnen de herinneringstermijn van 14 dagen betaalt, ontvangt u een aanmaning. Hiervoor brengen wij € 25 in rekening. Na 7 dagen stellen wij u in gebreke als u de aanmaning niet betaalt. We brengen hiervoor € 15 in rekening. Als u niet binnen de 5 dagen na de in gebrekestelling heeft betaald, ontbinden wij uw contract. Hierdoor kan de netbeheerder u afsluiten van gas en elektriciteit. De kosten voor de afsluiting rekent de netbeheerder aan u door. U ontvangt een eindrekening. Hierop staan alle kosten die u nog moet betalen, zonder de openstaande facturen. U hebt dan 14 dagen om die te betalen. We mogen dan gerechtelijke incassomaatregelen nemen. Die kosten zijn wettelijk vastgelegd en worden apart in rekening gebracht. De totale buitengerechtelijke kosten voor een aanmaning, een (slot)ingebrekestelling en de kosten van een derde partij zijn maximaal 15% van het deel dat u niet betaalde, met een minimum van € 40. Tarieven en boetes voor wan betaling zijn vrijgesteld van btw.’
2.18.
Hoewel dit beding op het moment dat de overeenkomst werd gesloten niet oneerlijk was, wordt het beding wel op een voor een consument oneerlijke wijze toegepast. Uit de specificatie van de vordering bij de dagvaarding volgt namelijk dat de eisende partij € 160,00 aanmaningskosten in rekening heeft gebracht bij de gedaagde partij en daar bovenop ook nog buitengerechtelijke incassokosten vordert die ook nog eens zijn berekend over een bedrag waar ook al aanmaningskosten inzitten. De consument wordt daardoor belast met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. De buitengerechtelijk incassokosten worden daarom afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.19.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 1.304,32 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 1.630,40 x 0.80).
2.20.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom en het bepaalde in artikel 12.6 van de algemene voorwaarden) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.21.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte komen echter niet voor vergoeding in aanmerking, aangezien het aan de eisende partij zelf te wijten is dat deze akte genomen moest worden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.304,32 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 13 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78
griffierecht € 385,00
salaris gemachtigde € 204,00 ;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44.
3.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
5.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).
6.Behalve als de wijziging het gevolg is van overheidsheffingen of belastingen (zie 19.4 van de algemene voorwaarden)
7.Gerechtshof Amsterdam 25 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:704 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)