Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het verdere verloop van de procedure
3.De verdere beoordeling van het geschil
‘in het licht van een arbeidsconflict bij een tot vermijden neigende coping’.
Rechtbank Noord-Holland
De kantonrechter heeft de procedure aangehouden totdat het UWV een deskundigenoordeel gaf over de re-integratie-inspanningen van de werknemer. Het UWV concludeerde dat de werknemer onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie, ondanks waarschuwingen en loonstop opgelegd door de werkgever.
De werknemer reageerde niet op contactverzoeken van de bedrijfsarts en werkgever en verscheen niet op afspraken, zonder medische rechtvaardiging. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en dat de werkgever terecht de loonbetaling heeft stopgezet.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van de e-grond (verwijtbaar handelen) en het opzegverbod tijdens ziekte is niet van toepassing vanwege het niet nakomen van re-integratieverplichtingen. De werknemer heeft geen recht op transitievergoeding en het verzoek tot betaling van achterstallig loon en wettelijke verhoging wordt afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad. De ontbinding gaat in op 9 februari 2026.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar niet nakomen van re-integratieverplichtingen zonder recht op transitievergoeding.