ECLI:NL:RBNHO:2025:9970

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 augustus 2025
Publicatiedatum
28 augustus 2025
Zaaknummer
11674065 \ CV EXPL 25-2783
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 6 Verordening 1215/2012Artikel 2 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArtikel 10 lid 2 Burgerlijk WetboekArtikel 6 aanhef en sub a Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArtikel 6a aanhef en sub b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring kantonrechter Noord-Holland in geschil over vluchtvertraging met buitenlandse vervoerder

Passagiers vorderden compensatie van Royal Air Maroc wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op een vlucht van Rotterdam naar Oujda. De vervoerder stelde een bevoegdheidsincident in en voerde aan dat hij geen woonplaats in Nederland heeft en dat het kantoor op Schiphol niet betrokken was bij de vervoersovereenkomst.

De kantonrechter beoordeelde de rechtsmacht volgens Nederlands procesrecht en concludeerde dat de vervoerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn statutaire zetel in Casablanca is gevestigd en niet in Nederland. De plaats van uitvoering van de verbintenis was echter Rotterdam, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.

Desondanks oordeelde de kantonrechter dat de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland niet bevoegd is, omdat de bevoegde rechter de rechtbank Rotterdam sector kanton is. De zaak wordt verwezen naar die rechtbank. Passagiers worden veroordeeld in de proceskosten van €82. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Kantonrechter Noord-Holland verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar rechtbank Rotterdam sector kanton.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11674065 \ CV EXPL 25-2783
Uitspraakdatum: 27 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter in het incident in de zaak van:

1.[eiser 1], wonende te [plaats 1]

2. [eiser 2]wonende te [plaats 2]

3. [eiser 3]

4. [eiser 4]beiden handelende voor zichzelf en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige kind
[minderjarige]allen wonende te [plaats 2]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Royal Air Maroc
gevestigd te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke)

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid.
1.2.
De passagiers hebben niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten in de hoofdzaak

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 14 juli 2024 vervoeren van Rotterdam naar Oujda, Marokko, met vlucht AT1685 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil in het incident

3.1.
De vervoerder heeft de kantonrechter verzocht zich onbevoegd te verklaren, met veroordeling van de passagiers in de kosten van het incident.
3.2.
De vervoerder legt – samengevat – aan zijn vordering ten grondslag dat de vlucht vertrok vanuit Rotterdam. Dit betekent dat de plaats van uitvoering van de verbintenis in Rotterdam is gelegen. Ook is hij niet statutair gevestigd in Nederland en is het kantoor van de vervoerder op Schiphol niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de vervoersovereenkomst.

4.De beoordeling in het incident

4.1.
In dit incident staat de vraag centraal of de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland bevoegd is kennis te nemen van het geschil.
4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat in dit geval de rechtsmacht van de Nederlandse rechter beoordeeld moet worden aan de hand van het Nederlandse procesrecht. [1] Daaruit volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft als de gedaagde zijn woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft. [2] De woonplaats van een rechtspersoon is daar waar hij zijn statutaire zetel heeft. [3]
4.3.
De passagiers stellen in de dagvaarding dat de vervoerder statutair gevestigd is op Schiphol. De vervoerder betwist dit en voert aan dat zijn statutaire zetel is gelegen in Casablanca, Marokko. De passagiers hebben hier niet meer op gereageerd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen woonplaats heeft in Nederland. Ook heeft hij voldoende onderbouwd dat zijn kantoor op Schiphol niet betrokken is geweest bij de uitvoering van de vervoersovereenkomst.
4.4.
De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht in zaken over verbintenissen uit overeenkomst, als de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt in Nederland is uitgevoerd. [4] In het geval van diensten is de plaats van uitvoering daarvan in Nederland gelegen als deze dienst volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werd of verstrekt had moeten worden. [5] De vlucht vertrok vanaf de luchthaven van Rotterdam. Daarom is de Nederlandse rechter bevoegd om kennis te nemen van het geschil.
4.5.
Omdat de diensten volgens de vervoersovereenkomst in Rotterdam werden verstrekt, is de kantonrechter onbevoegd om van de vordering van de passagiers kennis te nemen. De kantonrechter moet de zaak verwijzen naar de bevoegde rechter, namelijk de rechtbank Rotterdam, sector kanton. [6] De kantonrechter zal de zaak dan ook - in de stand waarin deze zich bevindt - verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, sector kanton.
4.6.
De kantonrechter wijst partijen er op dat voor de voortzetting van de procedure vereist is dat een van de partijen de andere partij bij exploot oproept tegen een nieuwe roldatum. [7]
4.7.
De passagiers worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen;
5.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Rotterdam, sector kanton;
5.3.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten in het incident, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 82,00;
5.4.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 6 van Pro de Verordening 1215/2012 betreffende de rechterlijk bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de Brussel I bis-Verordening).
2.Artikel 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).
3.Artikel 10 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
4.Artikel 6, aanhef en sub a Rv.
5.Artikel 6a, aanhef en sub b Rv.
6.Artikel 110 lid 2 Rv Pro.
7.Artikel 71 lid 1 Rv Pro in verbinding met artikel 110 lid 2 Rv Pro.