AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing vordering tot opvragen stukken op grond van artikel 4:78 BW in kort geding
In deze kortgedingprocedure vorderen eiseressen het opvragen van bepaalde stukken van gedaagde op grond van artikel 4:78 BWPro. Gedaagde is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, waarna verstek tegen hem is verleend.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en daarom toewijsbaar. Gedaagde wordt veroordeeld om binnen veertien dagen de gevraagde stukken te verstrekken, onder dreiging van een dwangsom van € 500 per dag met een maximum van € 25.000.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten, begroot op € 2.074,94, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het verstrekken van de gevraagde stukken en betaling van proceskosten en wettelijke rente.
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/366443 / KG ZA 25-392
Vonnis in kort geding van 13 augustus 2025
in de zaak van
1.[eiseres sub 1] ,
te [woonplaats] , 2. [eiseres sub 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseressen] ,
advocaat: mr. M.J.P. Schipper en mr. L. Bond,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 juni 2025 met producties 1 tot en met 5;
- de ontvangstbevestiging van Amtsgericht Borken van 30 juni 2025;
- het certificaat van aflevering van Amtsgericht Borken van 21 juli 2025; - de mondelinge behandeling van 6 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek.
2.De beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en ligt voor toewijzing gereed.
2.2.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseressen] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
144,47
- griffierecht
€
331,00
- salaris advocaat
€
715,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.074,94
2.3.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om op grond van artikel 4:78 BWPro de door [eiseressen] in randnummer 2.4 van de dagvaarding opgevraagde stukken aan [eiseressen] te verstrekken binnen veertien dagen na datum van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 25.000,- voor ieder dagdeel of iedere dag dat [gedaagde] verzuimt geheel of gedeeltelijk aan het vonnis te voldoen,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.074,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.