Op 23 september 2023 moesten de passagiers worden vervoerd van Amsterdam-Schiphol naar Galileo Galilei Airport in Italië met vlucht EJU7825. De vervoerder annuleerde deze vlucht, waarna de passagiers compensatie vorderden op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een vertraging die de opvolgende vlucht onmogelijk maakte zonder de nachtsluiting van Schiphol te schenden. De kantonrechter oordeelde echter dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd waarom de vlucht niet alsnog met vertraging kon worden uitgevoerd. De keuze van de vervoerder om de vlucht te annuleren werd niet als onvermijdelijk beschouwd.
De kantonrechter wees het verzoek tot compensatie van €1.250 toe, inclusief wettelijke rente, maar wees de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af omdat deze niet voldoende waren gemotiveerd. De proceskosten en nakosten werden eveneens aan de passagiers toegewezen. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze beschikking.