ECLI:NL:RBNHO:2025:9402
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving milieuregels autodemontagebedrijf
Het geschil betreft de rechtmatigheid van een last onder dwangsom opgelegd aan een autorecyclingbedrijf wegens vier overtredingen van milieuregels, waaronder het mechanisch verkleinen van autowrakken waardoor de identiteit niet meer herkenbaar is, het niet terugwinnen van airconditioningsvloeistoffen, het niet afvoeren van autowrakken naar een shredderinstallatie, en het ontbreken van een sluitende administratie.
De voorzieningenrechter stelt vast dat tijdens een controle op 13 juni 2024 meerdere 'halfcuts' zijn aangetroffen, hetgeen een overtreding van artikel 4:588, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vormt. Daarnaast is onvoldoende aangetoond dat airconditioningsvloeistoffen tijdig worden teruggewonnen en gerecycled, wat een overtreding van artikel 4.587 van het Bal en artikel 8 van Pro de Europese F-gassenverordening inhoudt. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat alle autowrakken zijn afgevoerd naar een shredderinstallatie, in strijd met artikel 4.591 van het Bal. Ten slotte ontbreekt een sluitende administratie van de afgifte van afvalstoffen, zoals vereist in artikel 10.38 van de Wet milieubeheer (WM).
Eiser betoogt onder meer dat er geen actuele overtredingen zijn, dat hij bezig is met het opzetten van een nieuw registratiesysteem, en dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn inspanningen. Deze bezwaren worden door de voorzieningenrechter verworpen. Het college heeft de last onder dwangsom terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van handhaving van milieuregels ter bescherming van het milieu en bevestigt dat het college in dit geval terecht heeft gehandeld, waarbij het belang van naleving prevaleert boven het belang van de onderneming.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.