Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8. Beslissing
12 (twaalf) maanden, met bevel dat van deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
180 (honderdtachtig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
6 (zes) maanden.
6 (zes) maanden.