AirHelp vorderde compensatie van Egypt Airlines voor een vlucht van 19 april 2024 die met meer dan drie uur vertraging aankwam op de eindbestemming. De passagier had haar vorderingsrecht aan AirHelp overgedragen. De vervoerder stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een defect aan een van de motoren, en dat ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen de vertraging niet voorkomen kon worden.
De kantonrechter stelde vast dat de vervoerder voldoende had aangetoond dat het defect aan de motor een buitengewone omstandigheid vormde en dat de beslissing om terug te keren naar de gate vanwege vliegveiligheid gerechtvaardigd was. Verder was er geen beschikbaar reservetoestel en werd de vlucht zo snel mogelijk uitgevoerd nadat het defect was verholpen.
AirHelp betwistte dat technische mankementen buitengewone omstandigheden zijn en voerde aan dat de vervoerder onvoldoende had onderbouwd waarom in dit geval een uitzondering gemaakt moest worden. De kantonrechter oordeelde echter dat het belang van vliegveiligheid voorrang heeft op punctualiteit en dat de vervoerder niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het defect.
De vordering van AirHelp werd afgewezen en zij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter S.N. Schipper op 6 augustus 2025.