Op 11 mei 2025 heeft de verdachte samen met een ander ongeveer 56,9 kilo hennep ingevoerd via Schiphol. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte medepleger is van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod op invoer van softdrugs zoals bedoeld in de Opiumwet.
De officier van justitie eiste 14 maanden gevangenisstraf, terwijl de verdediging verzachtende omstandigheden aanvoerde, waaronder de beperkte mogelijkheden van de verdachte om contact te onderhouden met haar kinderen in het buitenland en het verlies van haar baan in Amerika.
De rechtbank oordeelde dat de ernst van het feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt, maar hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Gezien de hoeveelheid hennep en de afwezigheid van LOVS-richtlijnen voor invoer van softdrugs, stelde de rechtbank een straf van 12 maanden gevangenisstraf vast.
De opgelegde straf wordt verminderd met de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank verklaarde de verdachte strafbaar en veroordeelde haar conform het bewezen verklaarde feit.