ECLI:NL:RBNHO:2025:8703

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
11189419 \ CV EXPL 24-4616
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering compensatie annulering vlucht wegens staking luchtverkeersleiding afgewezen beroep buitengewone omstandigheden

AirHelp vordert namens passagiers compensatie van British Airways wegens de annulering van vlucht BA435 van Amsterdam naar Londen op 13 april 2023. De passagiers hadden hun vorderingsrecht aan AirHelp overgedragen. British Airways verweert zich met het beroep op buitengewone omstandigheden vanwege een staking van de Franse luchtverkeersleiding die leidde tot capaciteitsreductie.

De kantonrechter stelt vast dat de vervoerder onvoldoende heeft toegelicht waarom juist deze vlucht geannuleerd moest worden, ondanks de staking. Hierdoor faalt het beroep op buitengewone omstandigheden en is British Airways in beginsel compensatieplichtig. AirHelp vordert €1.200,00 compensatie plus wettelijke rente en proceskosten.

De kantonrechter oordeelt dat AirHelp onvoldoende heeft geprobeerd de zaak minnelijk af te handelen, mede doordat de aanmaning via een ‘no reply’ e-mailadres is verzonden. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis veroordeelt British Airways tot betaling van €1.200,00 plus rente, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.

Uitkomst: British Airways wordt veroordeeld tot betaling van €1.200,00 compensatie met rente, proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11189419 \ CV EXPL 24-4616
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbHgevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plcgevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 13 april 2023 vervoeren van Amsterdam via Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Hanoi (Vietnam).
2.2.
De vlucht van Amsterdam naar Londen (BA435, hierna: de vlucht) is geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de vluchtdatum sprake was van een algemene capaciteitsreductie, als gevolg van de staking door de Franse luchtverkeersleiding. Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de vervoerder aantoont dat hij, gelet op de duur en mate van de restricties, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daar niet in is geslaagd. De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd waarom specifiek de onderhavige vlucht moest worden geannuleerd. De vervoerder heeft geen enkele toelichting gegeven op de factoren die bij de beslissing om specifiek de vlucht in kwestie te annuleren een rol hebben gespeeld. Dit had wel op zijn weg gelegen. Het beroep van de vervoerder op buitengewone omstandigheden slaagt dan ook niet. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.
4.4.
Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Airhelp stelt dat zij de vervoerder via e-mail heeft aangemaand om tot betaling over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit e-mailadres een ‘no reply’ e-mailadres betreft. Airhelp kon er daarom niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de vervoerder de aanmaning had ontvangen. Het is niet gebleken dat Airhelp ook op een andere wijze getracht heeft om contact met de vervoerder op te nemen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Airhelp door haar werkwijze en proceshouding, waarbij zij op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 april 2022 tot de dag van de gehele betaling;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter