Op 26 september 2022 werd bij een doorzoeking in de woning van de verdachte in Akersloot 856,04 gram cocaïne aangetroffen verspreid over drie locaties: een keukenkastje, een colbert en een pelletkachel. De verdachte ontkende kennis te hebben van de drugs, maar de rechtbank oordeelde dat de cocaïne zich in zijn machtssfeer bevond en dat hij wetenschap had van de aanwezigheid daarvan.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen beschikkingsmacht had en geen wetenschap van de drugs, en dat geen sprake was van medeplegen. De rechtbank verwierp deze stellingen, onder meer omdat de cocaïne zichtbaar lag in het keukenkastje en het colbert eigendom was van de verdachte. Een verklaring van een vriend die de drugs in de pelletkachel zou hebben geplaatst, werd als onbetrouwbaar beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit bewezen en kwalificeerde dit als een strafbaar feit onder de Opiumwet. Gelet op de hoeveelheid cocaïne en de ernst van het feit werd een gevangenisstraf passend geacht. De officier van justitie had 103 dagen gevangenisstraf en 180 uur taakstraf gevorderd, maar de rechtbank legde 90 dagen gevangenisstraf op als oriëntatiepunt.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van 9 maanden werd de straf met 10 dagen verminderd, waardoor de verdachte werd veroordeeld tot 80 dagen gevangenisstraf. Daarnaast werden in beslag genomen geldbedragen van in totaal €2241,00 teruggegeven omdat geen verband met het strafbare feit was vastgesteld.