ECLI:NL:RBNHO:2025:804

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 januari 2025
Publicatiedatum
29 januari 2025
Zaaknummer
11459909
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:192 BWArt. 4:193 BWVerordening (EU) 650/2012
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn voor keuze verwerping of beneficiaire aanvaarding nalatenschap minderjarige erfgenaam

Verzoekster heeft namens haar minderjarige kind, erfgenaam van een nalatenschap, verzocht om verlenging van de termijn voor het uitbrengen van een verklaring van verwerping of beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap. De minderjarige is kleinzoon van de overledene en wordt bij plaatsvervulling erfgenaam.

De kantonrechter oordeelt dat de rechtbank bevoegd is op grond van de Europese Erfrechtverordening, omdat de overledene haar gewone verblijfplaats in Nederland had. De wettelijke termijn van drie maanden voor het afleggen van de verklaring liep af op 20 december 2024, maar het verzoek tot verlenging is tijdig ingediend op 19 december 2024.

Gezien het lopende verzoek bij een buitenlandse rechter om machtiging tot verwerping en de belangen van de minderjarige acht de kantonrechter het redelijk de termijn met vier maanden te verlengen tot 20 april 2025. Indien geen keuze wordt gemaakt binnen deze termijn, geldt de nalatenschap als beneficiair aanvaard.

De griffier wordt opgedragen de verlenging in het boedelregister in te schrijven. De beschikking is openbaar uitgesproken op 29 januari 2025 door mr. S.W.S. Kiliç.

Uitkomst: De termijn voor het uitbrengen van een verklaring van verwerping of beneficiaire aanvaarding door de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige erfgenaam wordt verlengd tot 20 april 2025.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11459909 \ EJ VERZ 24-424
Beschikking van 29 januari 2025
op het verzoekschrift van
[verzoekster],
te [land] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: verzoekster,
gemachtigde: mr. M. Moga, notaris te Puremerend.
in de nalatenschap van
[naam 1](hierna: erflaatster), geboren te [plaats 1] op [datum 1] en overleden op te [plaats 2] op [datum 2] , laatst gewoond hebbende te [plaats 2] .

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft bij verzoekschrift, ingekomen op 19 december 2024, verzocht om verlenging van de termijn van beraad ten gunste van haar minderjarige kind [naam 2] , geboren op [datum 3] (hierna: de minderjarige).
1.1. 1.2.
1.2. Naar aanleiding van een brief van de griffier van 13 januari 2025 heeft verzoekster in een e-mail van 15 januari 2025 een nadere toelichting gegeven.

2.Motivering

2.1.
Verzoekster en de minderjarige wonen in [plaats 3] ( [land] ). Op grond van artikel 4 van Pro de Europese Erfrechtverordening [1] zijn de gerechten van de lidstaat waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had, bevoegd om een uitspraak te doen over de erfopvolging in haar geheel. Omdat erflater haar laatste woonplaats in [plaats 2] had, is de kantonrechter van deze rechtbank, naast het gerecht in [land] dat op grond van artikel 13 van Pro de Erfrechtverordening bevoegd is, bevoegd een verklaring van verwerping in ontvangst te nemen en een uitspraak te doen op het verzoek om verlenging van de termijn voor het uitbrengen van een verklaring van verwerping.
2.2.
Uit de toelichting op het verzoek blijkt dat de zoon van erflater, de heer [naam 3] , is overleden op [datum 4] met achterlating van een zoon, de minderjarige [naam 2] . Erflaatster heeft geen testament opgemaakt en dat betekent dat de kleinzoon van erflaatster, de minderjarige [naam 2] , bij plaatsvervulling als erfgenaam van erflaatster wordt aangewezen.
2.3.
Verzoekster is van plan om als wettelijk vertegenwoordiger de nalatenschap namens de minderjarige te verwerpen. Zij heeft daarvoor een verzoek ingediend bij de rechterlijke instantie in [land] . Zij verzoekt in afwachting van dat verzoek, wat niet binnen de termijn van drie maanden na het overlijden van erflaatster zal zijn afgerond, de termijn voor verwerping op grond van artikel 4:193 lid 2 BW Pro juncto artikel 4:192 lid 2 BW Pro te verlengen.
2.4.
Ingevolge artikel 4:193 BW Pro is de wettelijk vertegenwoordiger van een (minderjarige) erfgenaam in beginsel verplicht een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap de erfgenamen toekomt. De nalatenschap van erflater is de minderjarige toegekomen op het moment waarop erflaatster overleed, te weten [datum 2] , zodat zijn wettelijk vertegenwoordiger in beginsel uiterlijk op 20 december 2024 een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping dient af te leggen. In artikel 4:192 lid 2 BW Pro is bepaald dat een door de kantonrechter gestelde termijn voor het maken van een keuze tot (beneficiaire) aanvaarding of verwerping van een nalatenschap op verzoek van de erfgenaam voor afloop daarvan een of meer malen verlengd kan worden.
2.5.
Het verzoek tot verlenging van de termijn van drie maanden is voor de afloop hiervan ingediend. De termijn van drie maanden liep namelijk af op 20 december 2024 terwijl het verzoekschrift op 19 december 2024 ter griffie is ingekomen. Nu het verzoekschrift tijdig is ingediend en uit het verzoekschrift blijkt dat een verzoek om machtiging om te mogen verwerpen bij de rechterlijke instantie in [land] is ingediend, acht de kantonrechter het redelijk om de termijn te verlengen met vier maanden en wel tot 20 april 2025.
2.6.
Indien de wettelijk vertegenwoordiger de bovengenoemde termijn laat verlopen zonder een keuze te hebben gemaakt, dan geldt de nalatenschap als door de minderjarige erfgenaam als beneficiair aanvaard.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verlengt de termijn waarbinnen de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige erfgenaam een verklaring van beneficiaire aanvaarding of verwerping dienen af te leggen met drie maanden, zodat deze zal aflopen op 20 april 2025;
3.2.
bepaalt dat de griffier de bovengenoemde verlenging in het boedelregister doet inschrijven.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.

Voetnoten

1.Verordening (EU) 650/2012 van 4 juli 2012 van het Europese parlement en de Europese raad betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring