ECLI:NL:RBNHO:2025:7947

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
14 juli 2025
Zaaknummer
11043071 \ CV EXPL 24-2339
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering compensatie vertraging vlucht op grond van EU-verordening toegewezen

Een passagier had met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Amsterdam via Caïro naar Aswan, waarbij de passagier met meer dan drie uur vertraging aankwam. De vervoerder droeg zijn vorderingsrecht over aan Airhelp, die vervolgens compensatie van €600,- eiste op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder betwistte de vordering, maar voerde geen verweer tegen de hoofdsom, waardoor de kantonrechter deze toewijst. De vervoerder stelde dat de procedure voorkomen had kunnen worden als Airhelp had gereageerd op verzoeken om aanvullende stukken, zoals een kopie van de bankpas en een handgeschreven verklaring van de passagier.

De kantonrechter oordeelt dat Airhelp tekort is geschoten in haar medewerking door niet te reageren op deze verzoeken, waardoor de mogelijkheid tot minnelijke afdoening werd belemmerd. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd en draagt iedere partij haar eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €600 compensatie met wettelijke rente, met ieder partij eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11043071 \ CV EXPL 24-2339
Uitspraakdatum: 4 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Egyptair Airlines Company
kantoorhoudende te Amsterdam
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 30 april 2023 vervoeren van Amsterdam via Caïro (Egypte) naar Aswan (Egypte).
2.2.
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De vervoerder heeft zijn eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft geen verweer gevoerd tegen de hoofdsom, zodat deze zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens toewijsbaar.
4.3.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de gerechtelijke procedure voorkomen had kunnen worden indien Airhelp haar vordering in de sommatiefase nader had onderbouwd. Airhelp heeft hiertegen aangevoerd dat de verzoeken van de vervoerder om (onder meer) een kopie van de bankpas van de passagier en een handgeschreven verklaring van de passagier aan hem te doen toekomen niet redelijk waren. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, het op de weg van Airhelp had gelegen om in ieder geval op het verzoek van de vervoerder te reageren. Door in het geheel niet op de verzoeken van de vervoerder te reageren, heeft Airhelp de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 april 2023 tot de dag van de gehele betaling;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter