Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 4
Rechtbank Noord-Holland
Partijen sloten een geldleningsovereenkomst onder recht van hypotheek waarbij leningnemers niet aan betalingsverplichtingen voldeden. Ter voorkoming van executoriale verkoop sloten zij een koopovereenkomst waarbij de woning aan de leninggever zou worden geleverd indien de lening niet vóór 1 augustus 2024 werd afgelost. De lening werd niet afgelost, waarna de woning aan de leninggever werd geleverd en vervolgens aan een derde verkocht.
De leningnemers stelden dat de koopovereenkomst nietig of vernietigbaar was wegens schending van het fiduciaverbod, dwaling, misbruik van omstandigheden en misbruik van recht, en vorderden retro-overdracht en schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de koopovereenkomst rechtsgeldig was en niet in strijd met het fiduciaverbod, omdat de overdracht niet slechts tot zekerheid diende maar een werkelijke overdracht betrof.
De stellingen van dwaling en misbruik van omstandigheden werden verworpen omdat de leningnemers voldoende op de hoogte waren van de gevolgen en de afspraken vrijwillig hadden geaccepteerd. Ook misbruik van recht werd niet aangenomen. De woning was zonder winst doorverkocht, zodat geen sprake was van ongerechtvaardigde verrijking. De vorderingen tot retro-overdracht en schadevergoeding werden afgewezen.
De leningnemers werden veroordeeld in de proceskosten, maar niet in de werkelijke proceskosten van de leninggever. De rechtbank zag geen aanleiding tot een veroordeling in de werkelijke kosten vanwege het recht op toegang tot de rechter en het ontbreken van buitengewone omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de leningnemers af en veroordeelt hen in de proceskosten.