De zaak betreft een verzoek van de jeugdbeschermer (GI) tot wijziging van de zorg- en opvoedingstakenregeling voor een minderjarige, vastgesteld bij beschikking van 21 augustus 2024. De GI stelde dat de huidige regeling onduidelijkheden en spanningen veroorzaakt en vroeg om een weekendregeling afgewisseld tussen ouders en een heldere vakantieverdeling.
De moeder voerde verweer en stelde dat er geen gewijzigde omstandigheden zijn die een wijziging rechtvaardigen. De vader steunde het verzoek van de GI deels, met name de wens voor een weekendregeling en duidelijkheid over vakanties.
De kinderrechter oordeelde dat noch de GI noch de vader gewijzigde omstandigheden hadden gesteld die een wijziging rechtvaardigen. De rechtbank handhaafde de bestaande regeling en verklaarde het verzoek van de GI niet-ontvankelijk. Wel werden aanvullende afspraken over het begin en einde van vakanties en de overgang naar de weekendregeling vastgelegd om onduidelijkheden te voorkomen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam.